Inhoudsopgave

Tekst

Nr. 9

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID De vroegere stukken zijn gedrukt in de zitting 1982-1983

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 's-Gravenhage, 18 oktober 1983

Bij het debat over het wetsontwerp ęNadere Wijziging van de Algemene Ouderdomswet en de Algemene Kinderbijslagwet (beŽindiging met ingang van 1 januari 1983 van de bijdragen van het Rijk aan het Ouderdomsfonds en het Algemene Kinderbijslagfonds, alsmede vaststelling van de bijdragen over enige voorgaande jaren)Ľ (gedrukte stukken nr. 17712) heeft mevrouw Ter Veld gevraagd of de doelstelling van het wetsontwerp, namelijk terugdringing van het financieringstekort, wel wordt gehaald. Zij verwees daarbij naar een bepaalde passage uit het Centraal Economisch Plan 1983 waar is berekend dat f 1 mld. premiestijging voor de werknemersverzekeringen 0,1%-punt collectieve drukstijging oplevert. Tijdens het debat was de termijn te kort om op deze vraag te reageren. Met deze brief voldoe ik aan de toen gedane toezegging (Handelingen 30 augustus 1983, blz. 5113) om de Kamer schriftelijk te informeren over deze aangelegenheid. Voordat ik op de analyse van het Centraal Planbureau inga, wil ik enkele algemene opmerkingen maken. Mevrouw Ter Veld is ervan uitgegaan dat de terugtrekking van rijksbijdragen een navenante verhoging van premies voor werknemers tot gevolg heeft gehad. Dit nu is niet juist. Premieverhoging is alleen dan noodzakelijk indien en voor zover het bedrag van de terugtrekking van rijksbijdragen de ombuigingen in de sociale fondsen overtreft. Voor 1983 overtreft de terugtrekking van de rijksbijdragen (f6,6 mld.) het bedrag aan ombuigingen dat neerslaat in de sociale fondsen (f4,3 mld.). Dit betekent dat een beperkte premieverhoging noodzakelijk is geweest. Deze premieverhoging is met name bewerkstelligd bij de AKW-premie, die volledig ten laste komt van de werkgevers. Te zamen met endogene premiewijzigingen zou dit per saldo een stijging van werkgeverslasten tot gevolg hebben gehad. Aangezien het kabinet zich bij de premiestelling 1983 heeft laten leiden door het streven naar stabilisatie van werkgeverslasten is in de WAO-premie gemiddeld 0,6%-punt verschoven van werkgevers naar werknemers en is de AWF-premie geheel ten laste gebracht van werknemers. Uiteindelijk zijn daardoor per 1 januari 1983 de ongewogen werknemerspremies -tevens rekening houdend met endogene ontwikkelingen -gestegen met ruim 4%-puntten opzichte van 1982.

Aan de hand van de CPB-analyse betoogde mevrouw Ter Veld dat door de premieverhogingen voor werknemers zodanige weglekeffecten optreden dat uiteindelijk nauwelijks van een vermindering van het financieringstekort sprake is. In deze CPB-analyse zijn namelijk de effecten gepresenteerd van een premieverhoging voor werknemers van f 1 mld., waardoor de collectieve druk met 0,1 %-punt toeneemt, hetgeen overeenkomst met circa f300 min. Mevrouw Ter Veld concludeerde daaruit dat van premieverhogingen voor werknemers ongeveer 2/3 deel weglekt, omdat de opbrengsten van de premies volksverzekeringen en de belastingen verminderen. Deze conclusie is niet geheel juist, omdat de mutatie in het statistische kengetal ęcollectieve drukĽ alleen betrekking heeft op de verandering in de premie-en belastingopbrengst, in relatie tot het veranderde nationale inkomen, en niet de collectieve uitgaven in de analyse betrekt. In de desbetreffende passage uit het Centraal Economisch Plan is juist gewezen op de gevaren die schuilen in het gebruik van dergelijke statistische kengetallen. In de bijlage is de analyse van het Centraal Planbureau toegelicht. Hieruit blijkt dat f 1 mld. premieverhoging voor werknemers de financiŽle postitie van de fondsen per saldo verbetert met f 1200 min. en die van het Rijk per saldo verslechtert met f90 min. Rekening houdend met de indirecte effecten zou derhalve f 1 mld. premieverhoging voor werknemers een navenante vermindering van het financieringstekort voor de collectieve sector als geheel tot gevolg kunnen hebben. Dit brengt mij tot de conclusie, dat de terugtrekking van rijksbijdragen van f6,6 mld. in 1983 in haar volle omvang het gewenste effect heeft gehad.

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L. de Graaf

BIJLAGE

  • Inleiding

In het Centraal Economisch Plan 1983 (blz. 164) is een analyse gepresenteerd van een verhoging van de werknemerspremie in de WW met f 1 mld. Het uiteindelijke effect hiervan op de collectieve druk bedraagt slechts 0,1 %-punt. Deze analyse van het Centraal Planbureau is in het hiernavolgende toegelicht. Daarbij is ingegaan op de effecten voor de sociale verzekeringsfondsen (paragraaf 2) en de rijksbegroting (paragraaf 3). Ten slotte is aangegeven op welke wijze de mutatie van de collectieve druk is berekend (paragraaf 4).

  • Sociale verzekeringsfondsen

Een verhoging van de WW-premie voor werknemers met 0,95%-punt heeft een extra premie-opbrengst van circa f 1 miljard tot gevolg. Aangezien de werknemerspremie een aftrekpost vormt voor de heffing van de premies van de volksverzekering nemen deze laatste premie-opbrengsten af met circa f300 min. Voor de sociale fondsen resulteert per saldo een extra premieopbrengst van f700 min. De uitkeringen nemen -wegens de nettonettokoppeling en de vereveningsbijdragen -af met circa f430 min. De lasten in de gezondheidszorg dalen met f 70 min. De uitgaven nemen in totaal dus met f 500 min. af. Onderstaand worden de mutaties voor alle sociale fondsen tezamen weergegeven van een verhoging van de werknemerspremie in de WW met 0,95%-punt.

Inkomsten verhoging WW-premie voor werknemers met 0,95%-punt + 1000 min. premie-opbrengst volksverzekeringen

  • 300 min.

totaal

+ 700 min.

Uitgaven doorwerking van premieverhoging naar de sociale uitkeringen-430 min. doorwerking naar de uitkeringen in de gezondheidszorg

-

70 min.

totaal

  • 500 min.

verbetering financiŽle positie fondsen

+ 1200 min.

  • Rijksbegroting

De premieverhoging heeft een hogere inhoudingsheffing bij ambtenaren tot gevolg van circa f400 min. en de ambtelijke uitkeringen nemen af met circa f130 min. De inkomsten van het Rijk (belastingen) nemen door deze premieverhoging en de doorwerking naar de sociale uitkeringen en ambtenarensalarissen af met circa f 620 min. De effecten van de rijksbegroting worden onderstaand weergegeven.

Inkomsten belastingopbrengst

  • 620 min.

Uitgaven doorwerking premieverhoging naar de ambtenarensalarissen-400 min. doorwerking naar de ambtelijke regelingen

  • 130 min.

totaal

  • 530 min.

De financiŽle situatie van de rijksbegroting is per saldo met f90 min. verslechterd.

  • De collectieve druk

Uit het Centraal Economisch Plan blijkt dat het nationale inkomen f331,4 mld. bedraagt in 1983 en de druk van belasting en premies (= collectieve druk minus niet-belastingmiddelen) is opgelopen tot een niveau van

53,9%. De premie-en belastingheffing bedraagt derhalve circa f 178,6 mld. in 1983. Een verhoging van de WW-premie voor werknemers doet de belasting-en premieopbrengst toenemen met circa f80 min. (f700 min. -f 620 min.). Het netto nationaal inkomen neemt met f400 min. af, omdat de overheidslonen -na aftrek van de inhoudingsheffing -een statistische weergave geeft van de overheidsproduktie, die van belang is voor de meting van het nationale inkomen. Uit deze gegevens kan berekend worden dat de collectieve druk toeneemt met circa 0,1%-punt en dat deze toename voornamelijk veroorzaakt is door de daling van het nationale inkomen (noemereffect).

 
 

Meer informatie

 
 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.