De behandeling van de verslagen van mondeling overleg over de dertiende maand in de WAO-dagloonberekening - Handelingen Tweede Kamer 1983-1984 28 september 1983 orde 3


Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Sprekers


Aan de orde is de behandeling van de verslagen van mondeling overleg over de dertiende maand in de WAO-dagloonberekening (17600 XV, nr. 104 en 18100 XV, nr. 8). De beraadslaging wordt geopend.

©

E. (Elske) ter VeldMevrouw Ter Veld (PvdA): Mijnheer de Voorzitter! Het is alweer een aantal maanden geleden dat de staatssecretaris zijn voornemen om het WAO-dagloonbesluit te wijzigen in de Staatscourant bekend maakte. Het is goed dat er altijd enkele maanden overheen gaan, omdat daardoor de mogelijkheid wordt geboden om over een dergelijk besluit in mondelinge overleggen met elkaar in de Kamer te spreken. Wij willen met dit mondeling overleg bepaald niet vooruitlopen op het voornemen van de staatssecretaris om advies te vragen over een structurele herziening van het dagloonbesluit. Het gaat ons erom dat, vooruitlopend op een structurele herziening, de thans bestaande dagloonbesluiten van de SVR worden gewijzigd. Dat zou betekenen dat de dertiende maand, de gratificaties, tantièmes en uitkeringen op geen enkele wijze zouden mogen worden meegerekend in het dagloonbesluit. In het huidige WAO-dagloonbesluit staat in artikel 1, lid 3, sub D, dat deze uitkeringen niet worden meeberekend, tenzij -dit is een heel cruciale zinsnede -deze behoren tot het regelmatig vast te stellen loon. Ik herinner mij nog goed dat de staatssecretaris, toen ik deze zin citeerde in het eerste mondelinge Gezinshereniging migranten WAO-dagloonberekening

overleg, uitriep: dat is precies wat ik bedoel. Toch wil de staatssecretaris de laatste zinsnede schrappen, ondanks het feit dat de SVR en de SER negatief adviseerden. Ook in het tweede mondelinge overleg heb ik gesteld dat de wijze van uitbetaling van het vaste jaarinkomen voor mijn fractie niet bepalend kan en mag zijn voor het vaststellen van de hoogte van de uitkering. Wij constateren steeds dat in de vigerende WAO-dagloonberekeningen die uitkeringen alleen worden meeberekend wanneer deze behoren tot het regelmatig verstrekte loon. Daarom heeft mijn fractie de staatssecretaris verzocht om thans af te zien van zijn voornemen, artikel 1, lid 3, sub D en artikel 4 van het WAO-dagloonbesluit te wijzigen. Het CDA, de VVD en mijn fractie zullen gezamenlijk een motie indienen. Dit geeft aan hoe belangrijk mondelinge overleggen in dit Huis kunnen en behoren te zijn.

©

A.W. (Walter)  PaulisDe heer Paulis (CDA): Mijnheer de Voorzitter! Wij spreken vanmiddag over het al dan niet opnemen of handhaven van de 'dertiendemaanduitkering' in het dagloon van de WAO. Uit de brief die de minister ons ter zake heeft doen toekomen, blijkt dat er geen sprake van is dat deze uitkering een algemeen karakter heeft. Voor de staatssecretaris was dit een aanleiding om te overwegen dat dagloonbesluit te wijzigen. Bij de bedrijfstakc.a.o.'s genieten 13,5% een uitkering en in de ondernemingsc.a.o.'s 80% van degenen die onder die ca.o.'s vallen. Buiten de ca.o.'s om zijn er ook nog mensen die een uitkering genieten. Uit het mondeling overleg met de staatssecretaris is ons gebleken dat de dertiende maand, als het een vast inkomensbestanddeel is, verdeeld kan worden over het gehele jaar. Als de dertiende maand daarvoor wordt aangewend, wordt deze in het dagloonbesluit gehandhaafd. Met andere woorden: Wat de staatssecretaris wellicht heeft beoogd om tot een besparing te kunnen komen, zal dus niet gerealiseerd kunnen worden. Nadrukkelijk stellen wij dat tantième en winstuitkeringen in dit kader niet aan de orde zijn. Deze behoren dus niet erbij te worden betrokken. Wij zitten hier niet om te bureaucratiseren, maar om zaken te doen. Als wij ook nog denken aan hetgeen het bedrijfsleven heeft gesteld, dan kunnen wij er niet omheen, hoewel wij begrip hebben voor de opvattingen 184

van de staatssecretaris, ervoor te pleiten thans het dagloonbesluit niet te wijzigen op dit punt. Ik heb dan ook de eer u daarover een motie aan te bieden.

De Voorzitter: Door de leden Paulis, Linschoten en Ter Veld wordt de volgende motie voorgesteld: De Kamer, gehoord de beraadslaging; overwegende, dat de zogenaamde 13de maand uitkeringen veelal een vast inkomensbestanddeel vormen; spreekt de wens uit -voor zover de zogenaamde 13de maand uitkeringen een vast inkomensbestanddeel vormen -deze mee te tellen bij de vaststelling van het dagloon ingevolge het dagloonbesluit WAO; verzoekt de regering, thans af te zien van haar voornemen artikel 1, lid 3 sub d en artikel 4 van het WAO-dagloonbesluit te wijzigen, en gaat over tot de orde van de dag. Naar mij blijkt, wordt deze motie voldoende ondersteund. Zij krijgt nr. 9(18100 XV).

De heer Paulis (CDA): Mijnheer de Voorzitter! Ten slotte staat het woord 'thans' niet toevallig in deze motie. Wij willen namelijk duidelijk de mogelijkheid tot bijstelling in het kader van een structurele wijziging openhouden.

©

R.L.O. (Robin)  LinschotenDe heer Linschoten (VVD): Mijnheer de Voorzitter! De wijziging van het WAO-dagloonbesluit heeft aanleiding gegeven tot nogal wat discussie binnen de Kamer. Er zijn verschillende mondelinge overleggen geweest met de staatssecretaris. Er zijn ook discussies geweest met de meest betrokkenen, de sociale partners. Het gaat om een zaak waarover in het algemeen in vrij grote mate overeenstemming bestaat, vooral bij de sociale partners, dat een dergelijk beluit op dit moment, vooruitlopend op een structurele wijziging van de dagloonbesluiten, een slechte zaak zou zijn. Ik kan mij voorstellen, gezien het verloop van de discussie, dat de staatssecretaris op z'n minst verbaasd is, dat hij vandaag in de Kamer met deze besluitvorming van de fracties wordt geconfronteerd. Ik kan mij ook niet voorstellen dat hij daarover in zijn antwoord geen opmerking zal maken. Ik wil toch aangeven waarom de VVD-fractie van mening is dat de dertiende maand wel moet worden meegerekend bij de bepaling van het dagloon en waarom derhalve mijn handtekening onder de motie-Paulis staat. Waar gaat het nu om? De meest wezenlijke vraag is wel in hoeverre de overheid zich wel of niet moet bemoeien met de samenstelling van het loon. De vrijheid van het bedrijfsleven om zelf uit te maken op welke manier het loon wordt uitbetaald, in twaalf maandelijkse termijnen of een dertiende termijn of wat dan ook, mag in wezen niet van belang zijn voor de vraag in hoeverre dit doorwerkt in het WAC-dagloon. Wij vinden het volstrekt normaal dat de zaken die geen vast onderdeel zijn van het loon, zoals tantièmes en winstdelingen, niet worden meegerekend. Wat de mee te rekenen vaste onderdelen van het loon zijn moet de overheid in eerste instantie overlaten aan het bedrijfsleven. Dat kan heel goed zelf bepalen op welke manier dit moet worden geregeld. Destaatssecretaris heeft dit voorstel niet als bezuinigingsvoorstel naar voren gebracht. Daarover is in het mondeling overleg gesproken. Als het voornemen van de staatssecretaris wordt uitgevoerd, dan zullen er toch geen besparingen optreden. Het bedrijfsleven heeft namelijk uiteraard de gelegenheid in de ca.o. zodanige wijzingen aan te brengen, dat men overgaat op een wijze van betaling die aansluit bij het WAO-dagloonbesluit, zoals het dan zou luiden.

©

L. (Louw) de GraafStaatssecretaris De Graaf: Mijnheer de Voorzitter! De discussie over het al of niet betrekken van de dertiende maand bij de dagloonberekening bij de WAO, neemt inderdaad een wat verrassende wending. In het mondeling overleg had ik een duidelijke indicatie gekregen dat CDA en VVD het met mijn benaderingswijze eens waren en dat in die zin het licht op groen was gezet. Uit de inbreng van deze twee fracties vandaag, blijkt dat de zaak toch anders ligt dan ik meende te begrijpen in het mondeling overleg. Mevrouw Ter Veld noemt dit dan de waarde van het mondeling overleg. Vanuit haar optiek kan ik dat ook goed begrijpen. Terecht zei de heer Linschoten dat dit een verrassing is. Overigens ben ik evenzeer verrast door de motivatie die de heer Linschoten heeft gegeven. Deze motivatie van het standpunt dat hij nu inneemt, is compleet nieuw. De politieke kaart is op dit moment duidelijk. Deze duidelijkheid komt tot uitdrukking in de motie die namens de drie woordvoerders is ingediend, ertoe strekkend dat er voor de WAO niets verandert. Het lijkt mij het beste dat ik hieruit de politieke consequenties trek. Ik vecht graag, maar niet tegen de bierkaai. Ik trek uit dit debat de conclusie dat ik de maatregelen voor de harmonisatie beperk tot de WW en de WWV en dat ik het ecarteren van de dertiende maand uit het dagloon in het kader van de WAO, zoals ik van plan was per 1 oktober aanstaande, niet doorzet. Dit onderdeel zal ik betrekken in de discussie over de structurele wijziging van de dagloonvaststellingen die aan de orde komt in een adviesaanvrage die nog moet uitgaan naar de Sociale Verzekeringsraad. Ik trek deze conclusie uit de gevoerde discussie conform de opvattingen in de Kamer, hoewel het mij persoonlijk spijt. Dit komt in de politiek echter vaker voor.

Mevrouw Ter Veld (PvdA): Betekent dit dat het voornemen dat in de Staatscourant is geuit, voor het WAO-dagloon niet wordt uitgevoerd?

Staatssecretaris De Graaf: Dit is een juiste conclusie.

Mevrouw Ter Veld (PvdA): Over het bijzondere dagloonbesluit voor de WW ben ik het niet geheel met de staatssecretaris eens, maar ik neem aan dat ook dit besluit wordt gepubliceerd en dat wij dan kunnen bezien wat wij eraan kunnen doen.

Staatssecretaris De Graaf: Dat besluit wordt niet ter visie gelegd zoals bij de WAO. Het besluit zal uiteraard wel worden gepubliceerd. Het gaat om een bepaling waarvan zonder goedkeuring van de minister niet kan worden afgeweken. Ik neem de beslissing voor de WW dus conform het beleid voor de WWV.

Mevrouw Ter Veld (PvdA): Als de staatssecretaris het recht hiertoe heeft, neem ik aan dat ik hierover geen discussie kan voeren.

©

A.W. (Walter)  PaulisDe heer Paulis (CDA): Mijnheer de Voorzitter! Wij begrijpen waarom de staatssecretaris op deze wijze heeft gereageerd. Hij heeft gezegd dat hij niet graag tegen de bierkaai vecht; dit doen wij ook niet.

WAO-dagloonberekening

Aan de huidige standpunten van de partijen heeft mede ten grondslag gelegen de opmerking van de staatssecretaris op pagina 2 van het verslag van het mondelinge overleg dat de besparing mede afhankelijk is van de vraag of het bedrijfsleven de dertiendemaanduitkering op andere wijze in de beloningsstructuur opneemt. Wij zijn ervan overtuigd geraakt dat dit vrijwel overal zou gebeuren. Hiermee ontviel in belangrijke mate de basis aan de voorstellen van de staatssecretaris. De staatssecretaris heeft een duidelijk antwoord gegeven, waarvoor wij hem erkentelijk zijn. In deze situatie is er geen aanleiding tot handhaving van de motie die wij hebben ingediend. Mede namens de andere indieners trek ik haar dan ook in.

De Voorzitter: Aangezien de motie-Paulis c.s. (18100 XV, nr. 9) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.

©

L. (Louw) de GraafStaatssecretaris De Graaf: Mijnheer de Voorzitter! Ik heb de onderhavige maatregel niet voorgesteld als bezuiniging. De heer Linschoten heeft hierop al gewezen. Het gaat om harmonisatie in de dagloonvaststelling voor de sociale verzekeringen. Als argument heb ik gebruikt het algemeen gebruikelijke hiervan en nier dat het op een gegeven moment een vast element kan zijn.

De beraadslaging wordt gesloten.

De Voorzitter: Ik stel voor, de verslagen van mondeling overleg over de dertiende maand in de WAO-dagloonberekening (17600 XV, nr. 104 en 18100 XV, nr. 8) voor kennisgeving aan te nemen.

Daartoe wordt besloten.

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.