Inhoudsopgave

Tekst

Sprekers


Aan de orde is de behandeling van het wetsvoorstel Nadere wijziging van de Algemene Ouderdomswet en de Algemene Kinderbijslagwet (beŽindiging met ingang van 1 januari 1983 van de bijdragen van het Rijk aan het Ouderdomsfonds en het Algemeen Kinderbijslagfonds, alsmede vaststelling van die bijdragen over enige voorgaande jaren) (17712).

De beraadslaging wordt geopend.

Onderwijs en Wetenschappen AOW/AKW

©

H.P.A. (Hans)  OskampDe heer Oskamp (PvdA): Mijnheer de Voorzitter! Het onderhavige wetsvoorstel geeft mijn fractie aanleiding tot het maken van enkele opmerkingen. Allereerst is mijn fractie verontrust door de gevolgen voor de koopkracht van de individuele werknemers. Opnieuw wordt daarop een aanslag gedaan door het bezuinigingsbeleid van de regering. Daarmee zouden wij misschien nog vrede kunnen hebben, als wij de indruk hadden dat de regering probeerde, wegen te vinden om althans de minst draagkrachtigen zoveel mogelijk te sparen. Uit de reacties op de alternatieve plannen van de FNV en de fracties van de Partij van de Arbeid en van D'66 ter overzijde blijkt alleen maar dat er met deze regering niet te praten is over de laagst betaalden. De laagst betaalden, tot wie ook de uitkeringsgerechtigden behoren, zijn door de regering en dus ook door deze staatssecretaris vogelvrij verklaard, zoals Vrij Nederland verleden week constateerde. Hoe star het kabinet vasthoudt aan het door het kabinet uitgezette beleid ten gunste van werkgevers en hogere inkomens is wel heel bitter duidelijk gemaakt door de minister-president zelf, toen hij weigerde, zelfs maarte praten over het plan van solidariteit van de vakbonden, waarmee dezen beoogden om de uitkeringstrekkers te sparen. Wij zouden wel eens van deze staatssecretaris willen horen hoe hij tegen het voorstel van de vakbonden aankijkt. Niemand in dit land weet meer wat de cumulatieve gevolgen zijn van alle bezuinigingsmaatregelen voor individuele burgers. De staatssecretaris heeft, naar het blijkt, al lang ieder zicht verloren op dat cumulatieve effect. Dat wij voortdurend over mensen praten, mensen met voor ons land minimale bestaansmogelijkheden, lijkt hem soms te ontgaan. Mijn partij staat een ander beleid voor, een beleid dat rekening houdt met mensen, een beleid zoals dat onder meer is weergegeven in het boekje Weg uit de crisis. Voor het beleid van deze staatssecretaris en van deze regering kunnen wij geen verantwoordelijkheid dragen. Alleen al daarom zal mijn fractie tegen het voorstel stemmen. Mijn fractie heeft nog een principieel bezwaar tegen het onderhavige wetsvoorstel. In de huidige wetgeving bestaat de mogelijkheid voor de rijksoverheid, bij te dragen aan het Ouderdomsfonds en het Algemeen Kinderbijslagfonds. De omvang van de bijdrage kan jaarlijks worden vastgesteld. In het wetsvoorstel wordt die mogelijkheid ongedaan gemaakt. Wij achten die benadering ten principale onjuist. Naar onze mening dient de mogelijkheid te blijven bestaan dat het Rijk een bijdrage levert aan de twee genoemde fondsen, ook al meent de regering in dit begrotingsjaar dat de bijdrage 'nul' moet zijn. Daarom ware het beter geweest, indien de regering had gekozen voor een jaarlijkse vaststelling van de bijdrage. Nu ziet zij echter geheel en al af van haar medeverantwoordelijkheid voor de fondsen. Het is naar onze smaak weer een bijdrage, die de regering levert, aan de systematische afbraak van de verzorgingsstaat en aan het afwijzen van de collectieve verantwoordelijkheid die de regering draagt voor het welzijn van alle burgers. De herziening van het stelsel, die ons is aangezegd, zal dan ook wel als motto dragen: ieder voor zich, God voor ons allen en de regering voor de beter gesitueerden.

©

J.H. (Jo)  FranssenDe heer Franssen (CDA): Mijnheer de Voorzitter! Ofschoon het niet gebruikelijk is bij nadere wijzigingen van wetsontwerpen hier veel te debatteren, meen ik toch -mede naar aanleiding van de opmerkingen van de heer Oskamp -onzerzijds ook enkele kanttekeningen te moeten maken. Dit wetsontwerp is de eerste van een reeks die deze maand in deze Kamer op ons af zal komen. Het is ook een formalisering van reeds eerder genomen en aanvaarde besluiten. Die besluiten waren noodzakelijk in verband met de toekomst van ' s Rijks kas. Zij regelen nu de vaststelling van de bijdragen over de jaren 1980 tot en met 1982 en bepalen de bijdragen voor 1983 op nul. Het is dus een definitieve afrekening. Mijnheer de Voorzitter! Een financieringstekort van boven de 10% is naar onze mening volstrekt onaanvaardbaar. In feite geven wij in ons land 30% meer uit dan wij binnenkrijgen. Het kabinet is dan ook moedig in onze ogen wanneer het maatregelen neemt die men in feite in het verleden had moeten nemen. Voor een structureel herstel en dus ook voor de mogelijkheden van op sociale zekerheden en sociale voorzieningen aangewezen mensen is naar onze wijze van zien een herstel van de marktsector absoluut noodzakelijk.

Daarvandaan ook dat de verschuivingen die naar het bedrijfsleven gaan, in dat bedrijfsleven van de werkgevers naar de werknemers worden doorgeschoven. Nederland komt daarmee inderdaad hoog -zo niet het hoogst -te staan in de premiebijdragen van het bedrijfsleven zelf. Er zijn naar onze mening, mijnheer de Voorzitter, ook grenzen aan de brutonettotrajecten in de inkomenssfeer. Daarom hadden wij in tegenstelling tot de heer Oskamp en zijn fractie weinig begrip voor de voorstellen die er lagen om de kortingen van de ambtenaren en de uitkeringen naar de premiesfeer over te brengen. Dat is dus ook in tegenstelling tot hetgeen hier zojuist over koopkracht van alle mensen werd gezegd. De solidariteit die door de woordvoerders van de centrales werd opgevoerd is naar mijn mening -ik zeg dat ook uit inside information -allesbehalve zoals het nu hier en ook elders wordt voorgesteld. Er was en er is in de marktsector en in het bijzonder in de industrie zeer veel weerstand tegen datgene wat door genoemde woordvoerders naar voren werd gebracht. Dat bleek ook al uit de voorstellen zoals die er lagen. Zo werden zij wel niet verwoord voor de televisie en in de kranten, maar in feite ging het erom dat de kleinste centrale die in 0,3% wilde vertalen ťn het CNV, als de verst gaande op dat terrein, in 1,3%. Kennelijk hebben industriebonden en andere een slot op de mond gekregen ten aanzien van hun leden in de marktsector. Ik betreur dat en stel vast dat men kennelijk niet, zoals dat even bij het CNV leek te gebeuren, publiekelijk over de stoep wilde rollen. Overigens is dit wetsontwerp een voorgerecht van hetgeen in de volgende gangen (jaargangen als u wilt) van het noodzakelijke bezuinigingsmenu noodgedwongen op ons afkomt. Pijnlijk, maar nodig om de echt noodzakelijke sociale zekerheden te kunnen redden. Zoals gezegd is er reeds eerder in principe besloten tot het pakket waarvan dit bij de miljoenennota 1983 behorende wetsontwerp deel uitmaakt. Samen met de besparingen op het fonds voor bijzondere ziektekosten moet dit f6,4 mld. aan bezuinigingen door het Rijk opbrengen met premie-effecten van respectievelijk 0,45% en 2,2%. Dat is niet gering, mijnheer de Voorzitter! Wij erkennen dat, maar het is jammer genoeg noodzakelijk.

AOW/AKW

Het is ook een voorschot op de stelselherziening die ertoe moet leiden dat er een betaalbaar en beheersbaar stelsel komt. De autonome groei van de afgelopen jaren moet naar onze stellige overtuiging gestopt worden. Natuurlijk heeft dat effecten voor de koopkracht. Ik vind het echter onjuist, te oordelen over een momentopname van de koopkracht. Wie enige jaren in beschouwing neemt, moet vaststellen dat van het nationaal inkomen een steeds groter deel in de consumptieve sfeer terecht is gekomen en een steeds kleiner deel aan de investeringszijde. Dat is een verkeerde gang van zaken. Wij zullen de klok terug moeten zetten. Er zal dus in de sfeer van de koopkracht moeten worden ingeleverd ten behoeve van de investeringen. Overigens zijn er om de draagkracht zo goed mogelijk te spreiden, gezien de verminderde koopkracht voor 1983, enkele maatregelen genomen. Ik herhaal deze maar eens om het geheugen van de heer Oskamp op te frissen. De minima gingen er, ondanks de oorspronkelijke voornemens, 1% op vooruit. De bevriezing van de kinderbijslag voor het eerste en tweede kind ging niet door. De belastingschijven werden bijgesteld. De extra-uitkering van 3% ten gunste van de echte minima werd wederom uitbetaald. De regering heeft naar onze mening wel degelijk oog gehad voor de instandhouding van de koopkracht van degenen die dat het meeste nodig hebben. Wij steunen dit wetsvoorstel, omdat het naar ons oordeel een noodzakelijk onderdeel is van het financieel orde op zaken stellen in Nederland.

©

L. (Louw) de GraafStaatssecretaris De Graaf: Mijnheer de Voorzitter! Het is voor mij geen verrassing dat de heer Oskamp dit wetsvoorstel anders benadert dan de heer Franssen. Uit voorgaande discussies is dat ook al gebleken. Toen ging het om de uitwerking van beleidsombuigingen/bezuinigingen in de collectieve sector. Ik doel daarbij speciaal op de wetten die betrekking hebben op de sociale zekerheid. Hoewel ik mij dus niet verbaas over de stellingname van de heer Oskamp, vind ik het toch jammer dat hij nogal ongenuanceerd is in zijn wijze van benaderen. Ik heb het bijzonder gewaardeerd dat de heer Franssen daarbij enkele kritische kanttekeningen heeft geplaatst.

De koopkracht van de echte minima laat de regering echt niet onverschillig. De heer Franssen heeft er terecht op gewezen dat de regering in 1983 enkele maatregelen heeft genomen ter verbetering van die koopkracht, niet alleen door de 1%-maatregel, maar ook door het niet laten doorgaan van de bevriezing van de kinderbijslag en door enkele belastingmaatregelen. Het is volstrekt onjuist om te zeggen dat de minima, de laagste inkomens, vogelvrij worden verklaard. In dit opzicht wijs ik op het beleid dat het kabinet voert voor de echte minima. Wij zijn erop uit om in moeilijke tijden in ieder geval, zij het niet blijvend, aandacht te besteden aan de echte minima, de mensen die van een echt minimum moeten leven. Het zal de heer Oskamp niet verbazen dat ik over de FNV-plannen -de heer Franssen heeft de betekenis ervan enigermate genuanceerd -geen ander oordeel heb, dan datgene wat hier door de minister-president bij de algemene beschouwingen over is gezegd. Daarnaar verwijs ik dan ook. De heer Oskamp heeft gezegd dat niemand inzicht heeft in de cumulatieve effecten van de maatregelen. Ik vind dat een erg ongenuanceerde opmerking. In deze Kamer is de motie-Franssen aangenomen, die wij vervolgens hebben uitgevoerd. Een rapportage is naar ik meen aan beide Kamers toegestuurd. Daarin is wel degelijk inzicht gegeven in de cumultatieve effecten van de diverse maatregelen. Die effecten zijn overigens ook steeds verwoord in de toelichtingen op de desbetreffende wetsontwerpen. Wij hebben toegezegd die nota te actualiseren voor de maatregelen voor 1984. Er is dus wel degelijk inzicht in de effecten van de voorgestelde maatregelen. Ik stem erin toe, dat er in een aantal gevallen, vooral voor de hogere uitkeringen, vrij forse gevolgen optreden. Dat is mede het gevolg van het feit, dat er in het verleden hier en daar enige scheefgroei is optreden. Dat is iedere keer bij de verdediging van wetsvoorstellen naar voren gebracht. Ik ben het met de heer Franssen eens, dat het bij dit wetsvoorstel gaat om het formaliseren van eerder genomen beslissingen en eerder vertaalde beslissingen in de wetgeving op het gebied van de sociale zekerheid. Er is dus geen nieuwe zaak aan de orde. De heer Oskamp vindt het fout dat de overheid zich terugtrekt uit de financiering van bij voorbeeld de AOW. De doelstelling hiervan is naar mijn mening goed. De heer Franssen heeft het nog eens uitvoerig onder woorden gebracht: het gaat om het terugdringen van het financieringstekort. Daarmee is nog niet uitgemaakt, dat op een later tijdstip niet alsnog de overheid rijksbijdragen kan verstrekken in de financiering van de sociale verzekering. Het zal echter geen automatisme zijn, zoals dat nu bestaat in de vorm van geÔndexeerde rijksbijdragen. Er kunnen rijksbijdragen worden gegeven op grond van beleidsmatige overwegingen. Dan kan soepeler en gemakkelijker worden ingespeeld op de eisen van het moment. Hiermee is ook volstrekt niets gezegd over de verdeling van de financiering van de sociale verzekering in de toekomst. De heer Franssen heeft in dit verband gewezen op de stelselwijziging in de sociale zekerheid, die in de financiering ook enige veranderingen zal aanbrengen. Het is echter nu niet het juiste tijdstip om hierop nader in te gaan. De beraadslaging wordt gesloten. Het wetsvoorstel wordt zonder stemming aangenomen.

©

De Voorzitter: De aanwezige leden van de fracties van de PvdA, de CPN en de PSP wordt aantekening verleend, dat zij geacht wensen te worden tegen het wetsvoorstel te hebben gestemd.

 
 

Meer informatie

 
 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.