De stemmingen in verband met het wetsontwerp Nadere wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet (verlaging van de kinderbijslagbedragen per 1 juli 1983) - Handelingen Tweede Kamer 1982-1983 21 juni 1983 orde 11

Inhoudsopgave

Tekst

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsontwerp Nadere wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet (verlaging van de kinderbijslagbedragen per 1 juli 1983) (17940).

©

De Voorzitter: Naar mij blijkt, worden de op dit wetsontwerp voorgestelde amendementen voldoende ondersteund. Allereerst moet beslist worden over het voorstel van de heer Hermsen over de toelaatbaarheid van het amendement-Buurmeijer/Ter Veld (17940, nr. 8). Ik hecht eraan mijn stem te verklaren. Het amendement-Buurmeijer strekt tot verhoging van kinderbijslagen en het wetsontwerp strekt tot verlaging hiervan. Bij gebreke van een precedent zou ik het voorstel van de heer Hermsen zonder aarzeling hebben gesteund. Sterker, ik zou hem wellicht vóór zijn geweest. Er is echter wel een precedent. In december jl. heeft de heer Wöltgens voorgesteld de kinderbijslagen extra te verhogen in plaats van de wettelijke verhoging te matigen. Ook dit amendement (17467, nr.13) was volkomen tegengesteld aan het wetsontwerp. Niettemin heeft toen niemand bezwaar gemaakt tegen toelating. Nu is het geen schande een fout te herstellen. In het vervolg dienen naar mijn mening voorstellen als dat van de leden Wöltgens en Buurmeijer in beginsel te worden vervat in initiatiefvetten. Mij dunkt dat in dit geval de heer Buurmeijer mocht aannemen, dat zijn amendement geen ander reglementair lot zou treffen dan dat van de heer Wöltgens. Bovendien is de tijd voor behandeling van het regeringsvoorstel zeer kort geweest. Alsnog de indiening van een initiatiefvoorstel forceren zou het karakter hebben van een stiptheidsactie. Daarvan ben ik geen bewonderaar. In dit geval zal ik daarom het voorstel van collega Hermsen niet steunen. Het voorstel van de heer Hermsen wordt bij zitten en opstaan aangenomen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de PvdA, D'66, de PSP, de CPN, de PPR en de EVP tegen dit voorstel hebben gestemd. Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen vooraf.

©

Mevrouw Beckers-de Bruijn (PPR): Mijnheer de Voorzitter! Het wetsontwerp tot verlaging van de kinderbijslag is een gevolg van het feit, dat een eerder voorstel van de Staatssecretaris om de kinderbijslag voor in het buitenland wonende kinderen met 30 tot 40% te verlagen niet is doorgegaan. De PPR-fractie is tegen de algemene verlaging van de kinderbijslag, omdat de mensen met de lage inkomens er het meest door worden getroffen. Zij zal dus tegen het wetsontwerp stemmen. Wij zijn ook tegen de invoering van het woonlandbeginsel. Nu heeft de VVD een uiterst slim amendement ingediend, dat de algemene verlaging voor één jaar wil laten gelden, met de bedoeling volgend jaar opnieuw een ver gaande verlaging van de kinderbijslag voor buitenlanders in discussie te brengen. Op dat moment treedt precies dezelfde situatie in als nu: er moet een dekking in de kinderbijslagsfeer komen. Mijn fractie voelt er niets voor, te bevorderen dat buitenlandse werknemers op deze manier jaar na jaar worden uitgespeeld tegen de groep Nederlanders die hun kinderbijslag hard nodig hebben maar die in elk geval nooit het risico lopen op dat punt met bijna de helft van het bedrag te worden gekort. Wij stemmen dus tegen het amendement-Linschoten.

©

De heer Willems (PSP): Mijnheer de Voorzitter! De PSP-fractie heeft er behoefte aan, nog een toelichting te geven op haar standpunt ten aanzien van met name het amendement van de heer Linschoten over de kinderbijslag.

Uit de discussies zal duidelijk zijn, dat wij tegen het verlagen van de kinderbijslag zijn. In dat licht gezien zou het ook logisch zijn, een amendement te steunen, dat de verlaging in ieder geval volgend jaar ongedaan maakt. Uit de discussies is echter heel duidelijk gebleken, dat de VVD het amendement en het eventueel opnieuw aan de orde stellen van de verlaging volgend jaar zal en wil gebruiken om het woonlandbeginsel opnieuw in de Kamer ter discussie te stellen. Wij zouden bij het stemmen voor een dergelijk amendement dus een heel andere argumentatie hebben dan de fractie die het heeft ingediend. Wij vinden dat wij daaraan niet kunnen meewerken en dat wij daarom om principiële redenen tegen het amendement moeten zijn. Wij zijn voor handhaving van de kinderbijslag, zelfs verhoging van de kinderbijslag. Wij zullen er alles aan doen om volgend jaar de discussie hieroverte heropenen om een beter alternatief dan verlaging van de kinderbijslag in de Kamer aan de orde te stellen. Als daarvoor een meerderheid is, is dat prima, maar niet via deze politieke manoeuvre.

©

De heer Buurmeijer (PvdA): Mijnheer de Voorzitter! De fractie van de Partij van de Arbeid is het oneens met het voorstel van de Regering, zoals neergelegd in wetsontwerp 17940. Wij hebben dit in eerste en tweede termijn uitvoerig betoogd. Nu de Kamer zich door een oordeel uit te spreken over mijn amendement de kans heeft ontnomen om voor een beter voorstel te stemmen, is voor mijn fractie aan de orde de houding die wij willen aannemen ten aanzien van het wetsontwerp en het amendement-Linschoten op stuk nr. 7. Het is duidelijk dat, waar wij het belang van de kinderbijslag met name voor de laagste inkomensgroepen zo duidelijk naar voren hebben gebracht, wij onze stem niet aan dit wetsontwerp zullen geven. Het amendement-Linschoten beoogt aan de bevriezing en de korting een tijdelijke werking te geven en per 1 juli 1984 de gevolgen van wat in het wetsontwerp is neergelegd te corrigeren. De materiële gevolgen liggen zeer dicht bij de gevolgen, die uit onze opstelling zouden zijn voortgekomen door het wetsontwerp niet aan te nemen. Uitsluitend op grond van deze materiële beoordeling van het amendement en zonder enige belemmering zal mijn fractie voor dit amendement stemmen.

Voor alle duidelijkheid: ook ten aanzien van organisaties buiten dit Huis, die zich publiekelijk hebben uitgelaten over de gang van zaken bij dit wetsontwerp en dit amendement merk ik op, dat wij als fractie van de PvdA geen aansprakelijkheid aanvaarden voor een eventuele hernieuwde discussie over de kinderbijslag voor kinderen, die in het buitenland verblijven, als gevolg van de aanneming van dit amendement. De fracties, die de motie-Linschoten/Hermsen hierover hebben ingediend en gesteund, zijn daarvoor uitsluitend verantwoordelijk.

De Voorzitter: Het laatste gaat niet over uw stem.

©

Mevrouw Brouwer (CPN): Voorzitter! De CPN-fractie heeft zich zeer duidelijk uitgesproken tegen het wetsontwerp, dat nu ter sprake is, over de verlaging van de kinderbijslag. Zij heeft zich ook duidelijk uitgesproken tegen invoering van het woonlandbeginsel. De CPN-fractie heeft zich daarom uitvoerig beraden over het amendement-Linschoten. Zoals bekend, hebben wij zeer grote moeite met de politieke spelletjes die zijn gespeeld door de VVD-fractie rond de kinderbijslag....

De Voorzitter: Pardon, dit is een stemverklaring. Het gaat nu niet meer over het gedrag van andere fracties.

Mevrouw Brouwer (CPN): Het speelt wel een rol in onze beoordeling....

De Voorzitter: Dat kan wel zijn, maar dat zijn de regels.

Mevrouw Brouwer (CPN): Ik zal een gedeelte overslaan, Voorzitter. Het is naar onze mening te danken aan de principiële opstelling van de overgrote meerderheid van deze Kamer dat de VVD tijdens het debat de directe koppeling tussen haar amendement en het woonlandbeginsel heeft moeten laten vallen.

De Voorzitter: Nogmaals, het gaat niet over wat de VVD heeft gedaan onder invloed van een debat. Het gaat uitsluitend nu over uw stem over het voorliggende voorstel.

Mevrouw Brouwer (CPN): Voorzitter! Aangezien wij de verlaging van de kinderbijslag onaanvaardbaar vinden, zullen wij wel voor het amendement-Linschoten stemmen, nu de letterlijke tekst en niet de motivering aan de orde is. De letterlijke tekst betekent dat de verlaging van de kinderbijslagbedragen wordt beperkt tot één jaar.

Dat achten wij in het belang van de Nederlandse en de buitenlandse kinderen. (In het voorgaande is een door de Voorzitter niet toegelaten gedeelte geschrapt). Voorzitter! Duidelijk is dat de CPN-fractie alles op alles zal zetten om de invoering van het woonlandbeginsel te voorkomen, evenals een verdere verlaging van de kinderbijslag.

©

Mevrouw Groenman (D'66): Mijnheer de Voorzitter! Mijn fractie zal voor het amendement-Linschoten stemmen. Wij hebben begrepen, dat het amendement geen directe relatie meer vertoont met het zogenaamde woonlandbeginsel. Ons stemgedrag mag dan ook niet worden uitgelegd als een stellingname voor het invoeren van het woonlandbeginsel. Wij zijn van mening dat dit amendement een beperking in tijd aanbrengt en herstelmogelijkheden over een jaar van het wetsontwerp op zichzelf, waar wij tegen zullen stemmen. De artikelen I en II worden zonder stemming aangenomen. Het amendement-Linschoten (stuk nr. 7, II) tot invoeging van een nieuw artikel III wordt bij zitten en opstaan aangenomen.

©

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van het CDA, de PSP, de SGP, de PPR, de RPF, het GPV en de EVP tegen dit amendement hebben gestemd.

Ik stel vast, dat door de aanneming van dit amendement het andere op stuk nr. 7 voorkomende amendement als aangenomen kan worden beschouwd. Artikel III (oud)wordt zonder stemming aangenomen. De beweegreden, zoals deze is gewijzigd door de aanneming van het amendement-Linschoten (stuk nr. 7, I), wordt zonder stemming aangenomen. Het wetsontwerp wordt bij zitten en opstaan aangenomen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de PvdA, D'66, de PSP, de CPN, de PPR, de EVP en de Centrumpartij tegen dit wetsontwerp hebben gestemd.

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.