Inhoudsopgave

Tekst

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsontwerp Nadere wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet (afschaffing van het recht op kinderbijslag voor huishoudkinderen, alsmede aanscherping van de voorwaarden voor het recht op kinderbijslag voor uitwonende invalide kinderen) (17696) en over: de gewijzigde motie-Brouwer c.s. over het afzien van verdere maatregelen in de kinderbijslagsfeer (17696, nr. 16); de motie-Linschoten en Hermsen over het overgaan op het woonlandbeginsel (17696, nr. 15).

©

De Voorzitter: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen vooraf.

©

Mevrouw Beckers-de Bruijn (PPR): Mijnheer de Voorzitter! Mijn fractie zal stemmen tegen artikel I, onderdeel C, alleen vanwege de bedoeling die daarin ligt opgesloten, namelijk om de kinderbijslagverlaging voor kinderen die in een inrichting verblijven per 1 april abrupt door te voeren. Om dezelfde reden stemmen wij tegen onderdeel D. Deze stemverklaring leg ik mede namens mevrouw Brouwer af.

©

Mevrouw Brouwer (CPN): Mijnheer de Voorzitter! Mijn fractie is van mening dat het woonlandbeginsel dat wordt genoemd in de motie-Linschoten en Hermsen (17696, nr. 15) zal leiden tot rechtsongelijkheid ten aanzien van buitenlandse werknemers, die dezelfde premie zullen blijven betalen, maar minder rechten zullen krijgen. Nederland zal op die wijze meewerken aan een beginsel dat is gericht op bevoordeling van rijke landen ten nadele van arme landen. Wij zijn bovendien van mening dat over deze consequenties nog nauwelijks is nagedacht in deze Kamer, terwijl de motie het woonlandbeginsel als uitgangspunt neemt. Dat lijkt ons onzorgvuldig tegenover de buitenlandse werknemers. Wij zijn verbaasd dat het CDA, gezien haar principiŽle opstelling in deze kwestie, de motie toch heeft medeondertekend. Wij zullen tegen de motie stemmen.

©

De Voorzitter: Naar mij blijkt, worden alle op dit wetsontwerp voorgestelde amendementen voldoende ondersteund. Het begin van artikel I wordt zonder stemming aangenomen. Het amendement-Linschoten (stuk nr. 13, II) wordt bij zitten en opstaan aangenomen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de fractie van de Centrumpartij tegen dit amendement heeft gestemd. Ik stel vast, dat door de aanneming van dit amendement de andere op stuk nr. 13 voorkomende amendementen als aangenomen kunnen worden beschouwd, waardoor de onderdelen A., B en C. van artikel I en de artikelen II en III zijn vervallen.

Onderdeel A, zoals het is gewijzigd door de aanneming van de amendementen-Linschoten (stuk nrs. 13, II en III), wordt zonder stemming aangenomen. Onderdeel C, zoals het is gewijzigd door de aanneming van het amendement-Linschoten (stuk nr. 13, V), wordt bij zitten en opstaan aangenomen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de PPR, de CPN, de PSP, de EVP en de Centrumpartij tegen dit gewijzigde onderdeel hebben gestemd.

Onderdeel D wordt bij zitten en opstaan aangenomen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat dit onderdeel is aangenomen met dezelfde stemverhouding als het vorige. Het gewijzigde artikel I wordt zonder stemming aangenomen. Artikel IV wordt zonder stemming aangenomen. De beweegreden, zoals deze is gewijzigd door de aanneming van het amendement-Linschoten (stuk nr. 13, I), wordt zonder stemming aangenomen.

Het wetsontwerp wordt bij zitten en opstaan aangenomen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de PSP en de Centrumpartij tegen dit wetsontwerp hebben gestemd. De gewijzigde motie-Brouwer c.s. (17696, nr. 16) wordt bij zitten en opstaan verworpen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de CPN, de PvdA, de PPR, de PSP en de EVP voor deze gewijzigde motie hebben gestemd. De motie-Linschoten en Hermsen (17696, nr. 15) wordt bij zitten en opstaan aangenomen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de PvdA, D'66, de CPN, de PPR, de PSP en de EVP tegen deze motie hebben gestemd. Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen achteraf.

©

De heer Toussaint (PvdA): Mijnheer de Voorzitter! Wij hebben vůůr het amendement-Linschoten gestemd. Volgens ons is dat noodzakelijk, aangezien de vereiste vervangende voorzieningen nog niet aanwezig zijn. Dit laat echter onverlet dat naar ons oordeel deze voorzieningen zo spoedig mogelijk beschikbaar moeten worden gesteld, opdat uit emancipatoire overwegingen hetgeen in dit amendement is neergelegd zo spoedig mogelijk verdwijnt.

 
 

Meer informatie

 
 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.