Inhoudsopgave

Tekst

NADER GEWIJZIGD ONTWERP VAN WET 23 maart 1983

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is het recht op kinderbijslag voor kinderen die het huishouden medeverzorgen af te schaffen, alsmede de voorwaarden voor het recht op kinderbijslag voor uitwonende invalide kinderen aan te scherpen; Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

In de Algemene Kinderbijslagwet (Stb. 1980, 1) worden de volgende wijzigingen aangebracht: A. Artikel 7, tweede lid wordt vervangen door: 2. Tot de kinderen, voor wie de verzekerde recht heeft op kinderbijslag, wordt mede gerekend ťťn eigen of aangehuwd kind dan wel pleegkind van 16 jaar of ouder doch jonger dan 27 jaar, dat tot zijn huishouden behoort en wiens voor werkzaamheden beschikbare tijd grotendeels in beslag wordt genomen door het verzorgen van dat huishouden en dat in belangrijke mate op zijn kosten wordt onderhouden. De vorige volzin is niet van toepassing ten aanzien van een kind dat ten gevolge van ziekte of gebreken buiten staat is om 55 percent te verdienen van hetgeen lichamelijk en geestelijk gezonde kinderen, die overigens in gelijke omstandigheden verkeren, kunnen verdienen. B. 1. Artikel 9, eerste lid, onder a, wordt vervangen door: a. een kind, vallende onder artikel 7, eerste lid, onder b, dat door of in verband met het volgen van onderwijs of van een beroepsopleiding niet tot het huishouden van de verzekerde behoort. 2. In onderdeel b wordt ęartikel 7, eerste lid, onder c, d of eĽ vervangen door: artikel 7, eerste lid, onder c of e.

Eerste Kamer, zitting 1982-1983, 17696, nr. 126

  • Onder vernummering van het tweede lid tot derde lid wordt een nieuw tweede lid ingevoegd, luidende: 2. Onze Minister kan bepalen in welke gevallen: a. een kind, vallende onder artikel 7, eerste lid, onder b, dat door of in verband met ziekte of gebreken vermoedelijk het eerstkomende jaar niet tot het huishouden van de verzekerde zal behoren, b. een kind, vallende onder artikel 7, eerste lid, onder d, dat niet tot het huishouden van de verzekerde behoort, noch als eigen kind, aangehuwd kind of pleegkind tot het huishouden van een ander behoort, voor het vaststellen van het aantal kinderen, voor wie recht op kinderbijslag bestaat, voor twee kinderen wordt geteld. c. Aan artikel 10 wordt een vierde lid toegevoegd, luidende: 4. Een verzekerde wordt eerst geacht een kind grotendeels dan wel geheel of nagenoeg geheel op zijn kosten te onderhouden, wanneer hij dit kind ten minste in belangrijke mate op zijn kosten onderhoudt.

ARTIKEL II

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 april 1983, met dien verstande dat deze wet geen toepassing vindt met betrekking tot het recht op kinderbijslag over voor die datum gelegen tijdvakken.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriŽle departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, De Staatssecretaris van FinanciŽn, Eerste Kamer, zitting 1982-1983, 17696, nr. 126

 
 

Meer informatie

 
 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.