Nader rapport - Nadere wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet (verlaging van de kinderbijslagbedragen per 1 juli 1983)

Inhoudsopgave

Tekst

Zitting 1982-1983

17940

Nadere wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet (verlaging van de kinderbijslagbedragen per 1 juli 1983)

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw Kabinet van 10 mei 1983, nr. 78, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn advies betreffende het bovenvermelde ontwerp rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 20 mei 1983, nr. W12.83.0277/28.3.20., moge ik U hierbij aanbieden. Naar de mening van de Raad van State ware in artikel II, onder 2, tot uitdrukking te brengen dat het bepaalde in dit artikelonderdeel een afwijking vormt van het daaromtrent in de Wet van 29 december 1982 (Stb. 745) bepaalde. Conform de opmerking van de Raad van State heb ik het desbetreffende artikelonderdeel aangepast. De Raad van State wijst er voorts op, dat de negatieve inkomenseffecten, zoals weergegeven op blz. 2 van de memorie van toelichting, betrekking hebben op gezinnen met kinderen ouder dan 6 jaar en jonger dan 12 jaar. De Raad meent dat het ter verkrijging van een volledig beeld van de inkomenseffecten aanbeveling verdient ook een overzicht te geven van de inkomenseffecten voor gezinnen met kinderen uit de overige leeftijdsgroepen. Hierbij merk ik het volgende op. De negatieve effecten van het voorstel zijn geringer voor gezinnen met kinderen jonger dan 6 jaar en groter voor gezinnen met kinderen van 12 jaar en ouder. De

NADER RAPPORT

Aan de Koningin

's-Gravenhage, 26 mei 1983

verschillen beperken zich echter tot enkele honderdsten van procenten en vallen dan ook vrijwel allemaal weg in de afrondingen die zijn toegepast in de tabel die in de memorie van toelichting is gegeven. In verband hiermede heb ik gemeend af te kunnen zien van een meer uitvoerig overzicht. Als bijlage bij zijn advies heeft de Raad van State een lijst gevoegd met redactionele kanttekeningen. Het wetsontwerp en de memorie van toelichting heb ik op de door de Raad aanbevolen wijze aangepast. Ik veroorloof mij U in overweging te geven, het hierbij gaande overeenkonv stig het vorenstaande gewijzigde ontwerp van wet en de aangepaste memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L. de Graaf Tweede Kamer, zitting 1982-1983, 17940, A-C

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.