Memorie van toelichting - Nadere wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet (verlaging van de kinderbijslagbedragen per 1 juli 1983)

Inhoudsopgave

Tekst

Nr. 3

MEMORIE VAN TOELICHTING

ALGEMEEN In het kader van de noodzakelijke ombuigingen in de collectieve sector voor 1983 zijn de kinderbijslagbedragen voor derde en volgende kinderen per 1 januari 1983 bevroren. Deze maatregel kwam tot stand bij de wet van 29 december 1982, Stb. 745. In het ombuigingspakket, zoals dat het kabinet in december 1982 voor ogen stond, was voorts rekening gehouden met een bevriezing van deze kinderbijslagbedragen per 1 juli 1983. Dat ombuigingspakket voorzag echter eveneens in een drietal specifieke voornemens op het terrein van de kinderbijslag met een totale ombuiging in 1983 van f70 min. Deze drie voornemens, te weten het verminderen van de kinderbijslag voor kinderen die niet in Nederland wonen, het afschaffen van het recht op kinderbijslag voor huishoudkinderen en het aanscherpen van de voorwaarden voor het recht op kinderbijslag voor uitwonende invalide kinderen, werden vervat in een wetsontwerp, dat op 6 december 1982 bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal werd ingediend (Tweede Kamer, zitting 1982-1983, 17696, nrs. 1-3). Op 11 maart 1983 is op dit wetsontwerp een nota van wijziging ingediend, die ertoe strekte het voorstel in te trekken om de kinderbijslag voor in het buitenland wonende kinderen te verminderen. Verder werd de ingangsdatum van de twee overige voorstellen verschoven van 1 januari 1983 naar 1 april 1983. In de nota naar aanleiding van het eindverslag op wetsontwerp 17696 heb ik uiteengezet dat het kabinet het niet aanvaardbaar acht dat hierdoor de voor 1983 beoogde ombuiging met f 50 min. zou verminderen. Derhalve besloot het kabinet om per 1 juli 1983, in plaats van de voorgenomen aanpassing van de kinderbijslagbedragen voor het eerste en tweede kind, alle kinderbijslagbedragen te verminderen. De ontwikkeling van het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie in de periode oktober 1982-april 1983 (relevant voor de aanpassing per 1 juli 1983) bedraagt naar schatting 1,08%. Dit betekent dat het achterwege laten per 1 juli 1983 van de aanpassing van de kinderbijslagbedragen voor het eerste en tweede kind leidt tot een ombuiging van f30 min. in 1983 (structureel f60 min.). Het resterende bedrag aan ombuigingen, te weten f20 min., in 1983, correspondeert met een verlaging van alle kinderbijslagbedragen met 0,5%. Het voorgaande betekent dat in dit wetsontwerp wordt voorgesteld om alle kinderbijslagbedragen, zoals die sedert 1 januari 1983 gelden, met ingang van 1 juli 1983 met 0,5% te verlagen. De totale ombuiging die hiermee wordt bereikt bedraagt f60 min. in 1983 (f 120 min., structureel).

Tweede Kamer, zitting 1982-1983, 17940, nrs. 1-3

Hierin is een bedrag van f 10 min. begrepen (f20 min. structureel) voor de reeds in december 1982 voorgenomen bevriezing per 1 juli 1983 van de kinderbijslagbedragen voor derde en volgende kinderen. Wellicht ten overvloede wijs ik er nog op, dat de voorgenomen vermindering betrekking heeft op de kinderbijslag voor alle kinderen, dus ook voor de studerende kinderen van 18 jaar en ouder. Zoals bekend streeft het kabinet naar invoering van een nieuw stelsel van studiefinanciering, waarbij het bedrag ter grootte van de dan wegvallende kinderbijslag voor studerenden van 18 jaar en ouder voor dit nieuwe stelsel dient te worden aangewend.

Inkomenseffecten De in dit wetsontwerp neergelegde voorstellen hebben een negatief effect op het vrij besteedbaar inkomen van gezinnen met kinderen. In onderstaande tabel zijn die negatieve effecten weergegeven, waarbij als ongewijzigd beleid verondersteld is een aanpassing van alle bedragen aan de ontwikkeling van de prijsindex.

Negatieve inkomenseffecten ten opzichte van ongewijzigd beleid van een verlaging per 1 juli 1983 van alle kinderbijslagbedragen, zoals die sedert 1 januari 1983 gelden, met 0,5% (in guldens en in procenten van het besteedbaar inkomen 1983)

Gezinnen met'

In guldens Minimunrv

In procenten van besteedbaar inkomen

modaal

2 x modaal 4 x modaal

1 kind

0,1

0,0

0,0

0,0 2 kinderen

0,1

0,1

0,1

0,0 3 kinderen

0,2

0,1

0,1

0,1 4 kinderen

0,2

0,2

0,1

0,1 5 kinderen

0,3

0,2

0,1

0,1 6 kinderen

0,3

0,3

0,2

0,1

1 Er is van uitgegaan dat alle kinderen 6 jaar of ouder doch jonger dan 12 jaar zijn. Bij voorgaande tabel dient wel te worden bedacht dat het kabinet besloten heeft om bij de uitkeringineens over 1983 voor de echte minima een differentiatie naar kindertal toe te passen. Hierdoor zullen de negatieve effecten van de voorstellen van dit wetsontwerp voor de laagste inkomensgroepen in belangrijke mate worden verzacht.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L. de Graaf Tweede Kamer, zitting 1982-1983, 17940, nrs. 1-3

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.