Inhoudsopgave

Tekst

Nr. 17

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN

WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 's-Gravenhage, 25 april 1983 Aan het recht op kinderbijslag liggen het verzorgingsbeginsel en het onderhoudsbeginsel ten grondslag. Het verzorgingsbeginsel is van toepassing ten aanzien van kinderen jonger dan 16 jaar die tot het huishouden behoren. Voor alle kinderen van 16 jaar en ouder en voor kinderen jonger dan 16 jaar die niet tot het huishouden van de verzekerde behoren, is het onderhoudsbeginsel relevant. Dit beginsel houdt in dat een verzekerde, om recht op kinderbijslag te verkrijgen, een bijdrage dient te leveren in de kosten van het onderhoud van het kind. In de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) is bepaald, dat die bijdrage ten minste «in belangrijke mate» dient te zijn. Artikel 7, lid 8, van de AKW biedt de mogelijkheid om regelen te stellen naar welke wordt beoordeeld of een kind «in belangrijke mate» op kosten van de verzekerde wordt onderhouden. De hierbedoelde regelen zijn gesteld bij beschikking van 23 januari 1980, nr. 55.825 (Stcrt. 1980, 19). De beschikking van 23 januari 1980 is laatstelijk gewijzigd bij beschikking van 30 maart 1983, nr. 51.223 (Stcrt. 1983, 64). Deze wijziging, die verband houdt met de wet van 30 maart 1983, Stb. 147, impliceert dat voor kinderen die door of in verband met het volgen van onderwijs of invaliditeit niet tot het huishouden van de verzekerde behoren, de onderheidseis «in belangrijke mate» met ingang van 1 april 1983 is gesteld op f 56 per week. Voor overige kinderen ten aanzien van wie de AKW de onderhoudseis «in belangrijke mate» oplegt, dient de bijdrage -zo lang het kind de leeftijd van 12 jaar nog niet heeft bereikt -f 28 per weekte bedragen. Het gaat hier vooral om kinderen die bij een gewezen echtgenote verblijven. De aanspraak op kinderbijslag van de verzorgende ouder gaat dan weliswaar voor, maar de ouder die het kind nog in belangrijke mate onderhoudt, mag dit kind voor de bepaling van zijn gezinsgrootte meetellen. Deze meetelling voor de gezinsgrootte is uitsluitend van belang indien de verzekerde nog voor andere kinderen aanspraak kan maken op kinderbijslag. Die situatie zal zich bij voorbeeld voordoen indien de verzekerde is hertrouwd en één of meer kinderen heeft uit dat tweede huwelijk.

Tweede Kamer, zitting 1982-1983, 17696, nr. 17

Uit een oogpunt van rechtsgelijkheid meen ik dat voor het recht op kinderbijslag voor deze kinderen een zelfde onderhoudsbijdrage moet worden geleverd als voor de eerder in deze brief genoemde studerende kinderen en invalide kinderen. Derhalve ben ik voornemens de beschikking van 23 januari 1980, nr. 55.825 (Stcrt. 1980, 19), in die zin te wijzigen dat met ingang van 1 juli 1983 de onderhoudseis «in belangrijke mate» in alle gevallen gesteld wordt op f56 per week. Ik merk hierbij op dat in de fiscale wetgeving al geruime tijd de onderhoudseis «in belangrijke mate» voor alle gevallen gesteld is op een gelijk bedrag. Sedert 1 januari 1983 is dit bedrag eveneens f 56 per week. Ik meen er goed aan te doen u van het voorgaande in kennis te stellen in aansluiting op de parlementaire behandeling van het wetsontwerp dat geleid heeft tot de wet van 30 maart 1983, Stb. 147.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L. de Graaf Tweede Kamer, zitting 1982-1983, 17696, nr. 17

 
 

Meer informatie

 
 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.