Inhoudsopgave

Tekst

Nr. 12

GEWIJZIGD ONTWERP VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is het recht op kinderbijslag voor de zogenaamde huishoudkinderen af te schaffen, alsmede de voorwaarden voor het recht op kinderbijslag voor uitwonende invalide kinderen aan te scherpen; Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

In de Algemene Kinderbijslagwet (Stb. 1980, 1) worden de volgende wijzigingen aangebracht: A. 1. Artikel 7, tweede lid, vervalt. 2. De leden drie tot en met acht worden vernummerd tot twee tot en met zeven. B. In artikel 8, onder a, wordt «artikel 7, zevende lid» vervangen door: artikel 7, zesde lid. C. 1. Artikel 9, eerste lid, onder a, wordt vervangen door: a. een kind, vallende onder artikel 7, eerste lid, onder b, dat door of in verband met het volgen van onderwijs of van een beroepsopleiding niet tot het huishouden van de verzekerde behoort. 2. In onderdeel b wordt «artikel 7, eerste lid, onder c, d of e» vervangen door: artikel 7, eerste lid, onder c of e. 3. In onderdeel c wordt «artikel 7, eerste lid, onder c, f of onder het tweede lid» vervangen door: artikel 7, eerste lid, onder c of f.

Tweede Kamer, zitting 1982-1983, 17696, nr. 12

  • Onder vernummering van het tweede lid tot derde lid wordt een nieuw tweede lid ingevoegd, luidende: 2. Onze Minister kan bepalen in welke gevallen: a. een kind, vallende onder artikel 7, eerste lid, onder b, dat door of in verband met ziekte of gebreken vermoedelijk het eerstkomende jaar niet tot het huishouden van de verzekerde zal behoren, b. een kind, vallende onder artikel 7, eerste lid, onder d, dat niet tot het huishouden van de verzekerde behoort, noch als eigen kind, aangehuwd kind of pleegkind tot het huishouden van een ander behoort, voor het vaststellen van het aantal kinderen, voor wie rechtop kinderbijslag bestaat, voor twee kinderen wordt geteld. D. Aan artikel 10 wordt een vierde lid toegevoegd, luidende: 4. Een verzekerde wordt eerst geacht een kind grotendeels dan wel geheel of nagenoeg geheel op zijn kosten te onderhouden, wanneer hij dit kind ten minste in belangrijke mate op zijn kosten onderhoudt.

ARTIKEL II

In artikel 53, vierde lid, letter b, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (Stb. 519) wordt«, vooreen kind dat bij de aanvang van het kalenderjaar de leeftijd van 16 jaar nog niet heeft bereikt en tot zijn huishouden behoort, ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet recht op kinderbijslag heeft of ingevolge artikel 46, eerste lid, letter a, aftrek wegens buitengewone lasten heeft en hij voorts geen recht heeft op kinderbijslag voor een kind als is bedoeld in artikel 7, tweede lid van de Algemene Kinderbijslagwet» vervangen door: en voor een kind dat bij de aanvang van het kalenderjaar de leeftijd van 16 jaar nog niet heeft bereikt en tot zijn huishouden behoort, ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet recht op kinderbijslag heeft of ingevolge artikel 46, eerste lid, letter a, aftrek wegens buitengewone lasten heeft.

ARTIKEL III

In artikel 20, vierde lid, letter b, van de Wet op de loonbelasting 1964 (Stb. 521) wordt «, voor een kind dat bij de aanvang van het kalenderjaar de leeftijd van 16 jaar nog niet heeft bereikt en tot zijn huishouden behoort, ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet recht op kinderbijslag heeft of ingevolge artikel 18, eerste lid, letter a, aftrek wegens buitengewone lasten heeft en hij voorts geen recht heeft op kinderbijslag voor een kind als is bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Algemene Kinderbijslagwet» vervangen door: en voor een kind dat bij de aanvang van het kalenderjaar de leeftijd van 16 jaar nog niet heeft bereikt en tot zijn huishouden behoort, ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet recht op kinderbijslag heeft of ingevolge artikel 18, eerste lid, letter a, aftrek wegens buitengewone lasten heeft.

Tweede Kamer, zitting 1982-1983, 17696, nr. 12

ARTIKEL IV

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 april 1983, met dien verstande dat deze wet geen toepassing vindt met betrekking tot het recht op kinderbijslag over voor die datum gelegen tijdvakken.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, De Staatssecretaris van Financiën,

Tweede Kamer, zitting 1982-1983, 17696, nr. 12

 
 

Meer informatie

 
 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.