Gewijzigde amendementen van de leden B. de Vries en De Korte ter vervanging van die gedrukt onder nr. 6 - Tijdelijke bevriezing enige sociale zekerheidsuitkeringen per 1 juli 1982

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Nr. 10

GEWIJZIGDE AMENDEMENTEN VAN DE LEDEN B. DE VRIES EN DE KORTE TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 6 Ontvangen 21 juni 1982

De ondergetekenden stellen de volgende amendementen voor:

I De beweegreden wordt gelezen: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is, in verband met de uit de sociaal-economische situatie voortvloeiende noodzaak tot beperking van de uitgaven in de collectieve sector, om bij de herziening van de uitkeringen krachtens een aantal sociale verzekeringswetten, van een aantal uitkeringen en pensioenen krachtens enige andere wetten en van de bedragen van het wettelijk minimumloon per 1 juli 1982 en 1 januari 1983 af te wijken van hetgeen daaromtrent in de betrokken wetten is bepaald;

II

Artikel 1, eerste lid, wordt gelezen:

  • In afwijking van hetgeen in artikel 15, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb. 1977, 492) is bepaald omtrent de herziening van de daglonen, worden de daglonen met ingang van 1 juli 1982 verhoogd met 2,46%.

III

Artikel 2, eerste lid, wordt gelezen:

  • In afwijking van hetgeen in artikel 5a, eerste lid, van de Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485) is bepaald omtrent de herziening van de daglonen, worden de daglonen met ingang van 1 juli 1982 verhoogd met 2,46%.

Tweede Kamer, zitting 1981-1982, 17468, nr. 10

IV

Artikel 3 wordt gelezen:

  • In afwijking van hetgeen in artikel 9a, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (Stb. 1966, 64) is bepaald omtrent de herziening van het bedrag, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van die wet, wordt dat bedrag met ingang van 1 juli 1982 verhoogd met 2,46%. 2. Bij herziening van het bedrag, genoemd in artikel 9, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, per 1 januari 1983 op grond van artikel 9a, eerste lid, van die wet, wordt uitgegaan van het bedrag zoals dat per 1 juli 1982 zou zijn vastgesteld, indien het eerste lid niet zou zijn toegepast.

V Na artikel 3 worden vier nieuwe artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 4

  • In afwijking van hetgeen in artikel 18, eerste lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Stb. 1977, 494) is bepaald omtrent de herziening van de grondslagen en de bedragen, worden de grondslagen en de bedragen met ingang van 1 juli 1982 verhoogd met 2,46%. 2. Bij de herziening van de grondslagen en de bedragen per 1 januari 1983 op grond van artikel 18, eerste lid van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, wordt uitgegaan van de grondslagen en bedragen zoals die per 1 juli 1982 zouden zijn vastgesteld, indien het eerste lid niet zou zijn toegepast.

Artikel 5

  • In afwijking van hetgeen in artikel 31a, eerste lid, van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 (Stb. 1977, 493) is bepaald omtrent de herziening van de pensioenbedragen worden de pensioenbedragen met ingang van 1 juli 1982 verhoogd met 2,46%. 2. Bij de herziening van de pensioenbedragen per 1 januari 1983 op grond van artikel 31a, eerste lid van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 wordt uitgegaan van de pensioenbedragen zoals die per 1 juli 1982 zouden zijn vastgesteld, indien het eerste lid niet zou zijn toegepast.

Artikel 6

  • In afwijking van hetgeen in artikel 28a, eerste lid, van de Wet buitengewoon pensioen zeeliedenoorlogsslachtoffers (Stb. 1977, 495) is bepaald omtrent de herziening van de pensioenbedragen worden de pensioenbedragen met ingang van 1 juli 1982 verhoogd met 2,46%. 2. Bij de herziening van de pensioenbedragen per 1 januari 1983 op grond van artikel 28a, eerste lid, van de Wet buitengewoon pensioen zeeliedenoorlogsslachtoffers, wordt uitgegaan van de pensioenbedragen zoals die per 1 juli 1982 zouden zijn vastgesteld, indien het eerste lid niet zou zijn toegepast.

Artikel 7

  • In afwijking van hetgeen in artikel 14, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Stb. 1968, 657) is bepaald omtrent de herziening van de bedragen, genoemd in artikel 8, eerste lid, van die wet, wordt met ingang van 1 juli 1982: a. het bedrag, genoemd in artikel 8, eerste lid, onder a, verhoogd met 2,46%; b. het bedrag, genoemd in artikel 8, eerste lid, onder b, onderscheidenlijk c, verhoogd ioi het overeenkomstig het bepaalde onder a verhoogde bedrag, vermenigvuldigd met onderscheidenlijk 3/13 en 3/65.

Tweede Kamer, zitting 1981-1982, 17468, nr. 10

  • Het overeenkomstig het vorige lid, onder a, berekende bedrag, wordt afgerond op het dichtstbijzijnde veelvoud van f 1,30; indien het restbedrag f 0,65 bedraagt, geschiedt de afronding naar boven. 3. Waar in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag wordt verwezen naar de in artikel 8, eerste lid, van die wet genoemde bedragen, worden over het tijdvak 1 juli 1982 tot 1 januari 1983 de overeenkomstig de vorige leden verhoogde bedragen als zodanig aangemerkt. 4. Bij de herziening van de bedragen per 1 januari 1983 op grond van artikel 14, eerste lid van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, wordt uitgegaan van de bedragen zoals die per 1 juli 1982 zouden zijn vastgesteld, indien het eerste lid niet zou zijn toegepast.

B. de Vries De Korte

Tweede Kamer, zitting 1981-1982, 17468, nr. 10

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.