Memorie van toelichting - Afwijking van de aanpassingsmechanismen bij de herziening van het wettelijk minimumloon, enige sociale verzekeringsuitkeringen en een aantal andere uitkeringen en pensioenen per 1 januari 1982

Inhoudsopgave

Tekst

Nr. 3

MEMORIE VAN TOELICHTING

De door het CBS berekende en gepubliceerde index van regelingslonen is bepalend voor de herzieningen van minimumloon en, ten dele indirect via de nettonettokoppeling van de sociale minima aan het minimumloon, voor de herzieningen van sociale uitkeringen en van enige andere uitkeringen en pensioenen. Bepalend voor de herzieningen met ingang van 1 januari 1982 is het procentuele verschil tussen het indexcijfer van ultimo oktober 1981 en dat van ultimo april 1981. Ten aanzien van de ca.o. voor het bouwbedrijf, hebben partijen ingaande 6 juli 1981 afspraken gemaakt, die van relatief grote invloed op de regelingsloonindex zijn, hoewel zij volgens de bij de afsluiting van de ca.o. betrokken partijen gezien de feitelijk betaalde lonen een kostenneutraal effect hebben. De afspraken betreffen een herstructurering van de loonschalen in de ca.o., terwijl tevens enige toeslagen (dienstjaren-en diplomatoeslagen) in de schaallonen worden opgenomen. Het staat nog niet vast welke exact de gevolgen zijn voor de regelingsloonindex. Hetzelfde geldt voor enkele aanzienlijk kleinere ca.o.'s in de bouwsector, te weten de nog niet afgesloten ca.o.'s voor het schilders-en afwerkingsbedrijf in Nederland, en voor het stukadoorsbedrijf en het steen-, houtgraniet-en kunststeenbedrijf, die medebepalend zijn voor het verloop van de regelingsloonindex en waarop wijzigingen in de ca.o. voor het bouwbedrijf wellicht van invloed zullen zijn. Al met al is het wel zeker, dat de gevolgen voor het verloop van de regelingsloonindex kwantitatief aanzienlijk zullen zijn. Op grond van de wettelijke aanpassingsmechanismen is voor de herzieningen van minimumloon, en de eerderbedoelde uitkeringen en pensioenen de looncomponent «verwerking toeslagen» mede bepalend. Met de looncomponent «herstructurering» wordt in het kader van de wettelijke aanpassingsmechanismen geen rekening gehouden. De wijzigingen in de ca.o. voor het bouwbedrijf zullen al effect hebben op de index per ultimo oktober 1981 en daarmee van invloed zijn op de herzieningen per 1 januari 1982. De eventuele bijzondere effecten van de beide nog niet afgesloten kleinere ca.o.'s in de bouwsector op de index en de herzieningen zullen pas later merkbaar worden. Uitgaande van voorlopige en zeer globale schattingen zou het totale effect van de toeslagverwerkingen in de bouwsector op de niveaus van het mini-mumloon en de eerdergenoemde uitkeringen en pensioenen circa 0,7% bedragen. Een dergelijke niveaustijging komt overeen met een structurele verzwaring van de collectieve uitgaven ter grootte van ongeveer f 275 min. per jaar.

Tweede Kamer, zitting 1981-1982, 17199, nrs. 1-3

Eveneens staat ter overweging dat, ervan uitgaande dat de in de ca.o. voor het bouwbedrijf overeengekomen wijziging kostenneutraal verloopt, uit dien hoofde een ongelijke ontwikkeling zou ontstaan tussen enerzijds de feitelijke lonen in het bedrijfsleven en anderzijds het minimumloon en de eerderbedoelde uitkeringen en pensioenen. Het kabinet meent dat deze consequenties niet aanvaardbaar zijn, zeker niet in relatie met de hieronder aangegeven gevolgen van een doorwerking van de effecten van de ca.o.'s in de bouwsector op de salarissen van ambtenaren en van werknemers in de gesubsidieerde en gepremieerde sector. Met het onderhavige wetsontwerp wordt beoogd de ongewenste consequenties ten gevolge van toeslagverwerkingen met name in de ca.o.-lonen in de bouwsector voor wat betreft de doorwerking in minimumloon en de eerderbedoelde uitkeringen en pensioenen te voorkomen. Daartoe wordt het gehele aandeel van de looncomponent «toeslagverwerking» in de mutatie van het indexcijfer der lonen over de referentieperiode ultimo april 1981 toten met ultimo oktober 1981 bij de herzieningen per 1 januari 1982 buiten beschouwing gelaten. De effecten van de nog niet afgesloten kleinere ca.o.'s in de bouwsector worden in de door het kabinet gekozen benadering niet geëlimineerd uit de herzieningen, die na 1 januari 1982 zullen optreden. Het kabinet acht het bezwaarlijk nu reeds mogelijke effecten op herzieningen te elimineren die nog geheel onbekend zijn. Vermoedelijk zullen deze effecten een niet meer dan marginale betekenis hebben, gezien het geringe gewicht van de beide ca.o.'s bij de bepaling van de index. Tegenover het niet elimineren van mogelijke toeslagverwerkingen in de beide kleinere ca.o.'s in de bouwsector staat, dat andere toeslagverwerkingen dan in de bouwsec tor, die optreden in de referentieperiode ultimo april 1981 tot ultimo oktober 1981, -welke overigens eveneens van marginaal belang zijn -, wèl uit de herzieningen per 1 januari 1982 worden geëlimineerd. Een voordeel van gevolgde systematiek is, dat op deze wijze kan worden aangesloten bij de door het CBS berekende en gepubliceerde mutatie van het indexcijfer van regelingslonen, uitgesplitst naar componenten. Uitgaande van een niveaueffect van ca. 0,7% zou een doorwerking van de toeslagverwerking op zich zelf beschouwd een effect van ongeveer 0,4% op de koopkrachtontwikkeling van het minimumloon op de eerderbedoelde uitkeringen en pensioenen hebben gehad. Het kabinet hecht eraan te verklaren dat het zijn doelstellingen betreffende de koopkrachtontwikkeling in 1982 onverkort handhaaft. Met het oog op de zeer beperkte tijd die ter beschikking staat voor de behandeling van het wetsontwerp door de Staten-Generaal ziet het kabinet zich genoodzaakt er van af te zien dit voorstel ter advisering aan de SER voor te leggen. Ook de herzieningen van salarissen van ambtenaren en van werknemers in de gesubsidieerde en gepremieerde sektor, worden via het trendmechanisme bepaald door het verloop van de index van regelingslonen. De trend kent een eigen systematiek. Anders dan bij het minimumloon en de eerderbedoelde uitkeringen en pensioenen zijn de bouwca.o.'s, behalve via de looncomponent «toeslagverwerking» ook via de looncomponent «herstruc turering» van invloed op de salarisniveaus. Het niveaueffect van beide componenten te zamen zou volgens voorlopige en zeer globale schatting structureel circa 1,3% bedragen, hetgeen overeenkomt met een structurele verzwaring van de collectieve lasten van ongeveer f 900 min. op jaarbasis. Voor het jaar 1982 zou het effect anderhalf maal groter kunnen zijn. De consequenties die het kabinet voornemens is hieraan te verbinden met betrekking tot de aanpassing van de salarissen van ambtenaren en werknemers in de gesubsidieerde en gepremieerde sector, zullen door de betreffende bewindslieden in het kader van het arbeidsvoor-Tweede Kamer, zitting 1981-1982, 17199, nrs. 1-3

waardenbeleid 1982 aan de orde worden gesteld in het Centraal Georganiseerd Overleg voor Ambtenarenzaken en het Centraal Georganiseerd Overleg voor Militairen, respectievelijk in het contact met de betrokken organisaties in het kader van de Tijdelijke Wet Arbeidsvoorwaarden collectieve sector.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.M.denUyl De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Mevrouw C. I. Dales De Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, A. van der Louw Tweede Kamer, zitting 1981-1982,17199, nrs. 1-3

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.