Amendement van het lid Ter Veld C.S. - Premieheffing over uitkeringen op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en wijziging van enkele andere wetten

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Nr. 12

AMENDEMENT VAN HET LID TER VELD CS.

Ontvangen 20 november 1986

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

Na artikel XIV wordt een artikel XlVa ingevoegd, luidende

Artikel XlVa 1. De werknemer a. die gelijktijdig loon uit een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 3a, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering en uitkering als bedoeld in artikei 3a, tweede lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering dan wel meer dan één uitkering, als bedoeld in artikel 3a, tweede lid van die wet, ontvangt en b. wiens netto-inkomen uit dat loon en die uitkering, dan wel uit die uitkeringen op de uitkeringsdag onmiddellijk voorafgaande aan de invoering van: 1° premieheffing over uitkeringen op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering ingevolge deze wet; 2° het besluit op grond van artikel 9, zevende en negende lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, artikel 37, eerste lid, van de Werkloosheidswet, artikel 100, tweede lid, van de Werkloosheidswet, artikel 50, zevende lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, minder zou bedragen dan indien deze wet dan wel één van de onder 2 genoemde besluiten op die dag van kracht zouden zijn en c. die ten minste gedurende het jaar onmiddellijk voorafgaande aan de datum van invoering van deze wet of een in onderdeel b, onder 2" genoemd besluit de in onderdeel a genoemde inkomsten heeft ontvangen, heeft recht op een éénmalige compensatie-uitkering. Deze uitkering wordt ambtshalve door de bedrijfsvereniging, die de uitkering bedoeld in artikel 3a, tweede lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering verstrekt, toegekend. Indien meer dan één bedrijfsvereniging een uitkering aan een werknemer verstrekt, wordt de compensatie-uitkering ambtshalve toegekend door de in de navolgende opsomming als eerste in aanmerking komende bedrijfsvereniging: de bedrijfsvereniging die de uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering verstrekt, de bedrijfsvereniging die de uitkering op grond van de Werkloosheidswet verstrekt of de bedrijfsvereniging die de uitkering op grond van de Ziektewet verstrekt.

    • a. 
      De bruto compensatie-uitkering wordt zodanig vastgesteld dat de netto-uitkering gelijk is aan het netto verschil tussen 107,5/100 maal de inkomsten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, op de uitkeringsdag onmiddellijk voorafgaande aan de invoering van deze wet dan wel een in het eerste lid, onderdeel b, onder 2", genoemd besluit en diezelfde inkomsten, indien deze wet of een genoemd besluit op die uitkeringsdag van kracht zou zijn, vermenigvuldigd met 261. b. Het bedrag van de bruto compensatie-uitkering is het in onderdeel a, genoemde netto-uitkering, vermeerderd met de, met toepassing van de toepasselijke loonbelastingtabel, in te houden loonbelasting en premies volksverzekeringen en de door de werknemer verschuldigde delen van de premies werknemersverzekeringen. 3. De compensatie-uitkering wordt zo spoedig mogelijk betaald doch uiterlijk in de vijfde maand van het jaar vanaf de datum van invoering van deze wet of een besluit, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, onder 2". 4. De compensatie-uitkering en de aan de verstrekking ervan verbonden administratiekosten komen ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in artikel 72 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering. 5. De bepalingen, die gelden voor de uitkering op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering ter zake van het verschuldigd zijn van premie, van de vaststelling en de invordering van premie zoals deze zijn opgenomen in die wetten, de Ziekenfondswet en de Coördinatiewet Sociale Verzekering, zijn op de compensatie-uitkering van overeenkomstige toepassing. 6. De artikelen 87 en 88 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zijn op beslissingen met betrekking tot de in dit artikel bedoelde compensatie-uitkering van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat een schriftelijke kennisgeving van een beslissing als in die artikelen bedoeld slechts op verzoek van belanghebbende behoeft plaats te vinden. 7. Onze Minister is bevoegd met betrekking tot dit artikel nadere en zonodig afwijkende regels te stellen.

Toelichting Dit amendement strekt ertoe de inkomensachteruitgang -als gevolg van het wegvallen van de franchise-WAO-premie -voor één jaar op te vangen door een eenmalige uitkering.

Ter Veld Nijhuis Biesheuvel Groenman

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.