Nota naar aanleiding van het eindverslag - Premieheffing over uitkeringen op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en wijziging van enkele andere wetten

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Sociale Verzekeringsraad

's-Gravenhage, 14 november 1986

Bij brief dd. 9 september 1986 zond ik u het concept besluit op grond van artikel 9, zevende en negende lid, Coördinatiewet Sociale Verzekering. Dit besluit betreft de samentelling van loon en uitkering voor de premieheffing. Uitgangspunt in het concept-besluit is dat de werkgever rekening moet houden met de door de bedrijfsvereniging ingehouden premies over de uitkering. Inmiddels is, lopende de behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer, uit informatie via de ministerieel vertegenwoordiger aanwezig bij uw commissievergaderingen gebleken dat dit uitgangspunt in een aantal gevallen uitvoeringstechnisch voor werkgevers problematisch is. Mijn gedachten gaan daarom nu uit naar bijstelling van eerdergenoemd uitgangspunt en wel zodanig, dat de werkgever alleen in de situatie waarin het loon een aanvulling op de uitkering vormt rekening houdt met de door de bedrijfsvereniging ingehouden premie. In die situatie moet hij op de hoogte zijn van de uitkering. In de overige gevallen zal de bedrijfsvereniging degene moeten zijn die rekening houdt met de door de werkgever ingehouden premies over het loon. Er zal in die gedachtengang geen keuzemogelijkheid meer zijn voor de werknemer zoals thans in artikel 3 van het concept-besluit opgenomen. Een belangrijke overweging voor bovengenoemde wijziging is de in-formatievoorziening. De werknemer is steeds verplicht de bedrijfsvereniging op de hoogte te stellen van zijn inkomsten uit dienstbetrekking als hij tegelijkertijd loon ontvangt. De bedrijfsvereniging is in die gevallen dan ook de meest aangewezene om rekening te houden met de door de werkgever ingehouden premies. Bij brief dd. 31 oktober 1 986 (uw kenmerk 60431 86/7262) heeft u mij laten weten dat uw streven erop gericht het definitieve advies in de decembervergadering van Uw Raad vast te stellen. Ik verzoek u bij uw advisering rekening te houden met de voorgestelde wijziging van het concept-besluit.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L. de Graaf

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.