Voorstel van wet - Premieheffing over uitkeringen op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en wijziging van enkele andere wetten

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

. De werknemer die een uitkering ontvangt op grond van de verplichte verzekering dan wel artikel 57 van de Ziektewet, de verplichte verzekering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de verplichte verzekering dan wel hoofdstuk IV van de Werkloosheidswet, al dan niet vermeerderd met een toeslag op grond van de Toeslagenwet, wordt tijdens de duur van die uitkering geacht in dienstbetrekking te staan tot het uitvoeringsorgaan dat die uitkering verstrekt.

B. Artikel 6 wordt gewijzigd als volgt:

1° In het eerste lid, vervallen de onderdelen e, f en h en worden de aanduidingen van de onderdelen g, i, j, k en I onderscheidenlijk gewijzigd in e, f, g, h en i.

2° In het tiende lid wordt aan het einde van de zin de letter «i» vervangen door de letter «f».

C. Artikel 9, zesde lid, wordt vervangen door: 6. Indien blijkt, dat voor een werknemer die gelijktijdig tot meer dan één werkgever in dienstbetrekking staat, door zijn gezamenlijke werkgevers premie is betaald over een hoger loonbedrag dan het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderscheidenlijk het tweede lid, wordt de premievaststelling herzien en wordt het voor premieberekening in aanmerking komende loon vastgesteld op een evenredig deel van die bedragen. Indien premie is betaald over een hoger loonbedrag dan het bedrag bedoeld in het eerste lid, blijft, bij de berekening van het loon, waarnaar de premie op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt vastgesteld, het op grond van de eerste volzin voor premieberekening in aanmerking komende loon buiten aanmerking tot een evenredig deel van het bedrag, bedoeld in het derde lid. Het te veel betaalde wordt aan de werkgevers terugbetaald. D. In artikel 9 worden het zevende en het achtste lid vernummerd tot het achtste en het negende lid en wordt een nieuw zevende lid ingevoegd, luidende: 7. Onze Minister kan, de Sociale Verzekeringsraad gehoord, nadere regels stellen voor de vaststelling van het voor premieberekening in aanmerking komende loon bij samenloop van loon dat gelijktijdig wordt genoten uit een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 3a, eerste lid, en uit één of meer dienstbetrekkingen als bedoeld in artikel 3a, tweede lid, dan wel uitsluitend uit meer dan één dienstbetrekking als bedoeld in artikel 3a, tweede lid. In de te stellen regels wordt uitgegaan van een totaal loonbedrag, dat niet hoger is dan het bedrag bedoeld in het eerste lid, onderscheidenlijk het tweede lid, en waarbij niet meer dan één keer rekening wordt gehouden met het bedrag bedoeld in het derde lid.

E. Artikel 11, eerste lid, wordt gewijzigd als volgt: 1. De vaststelling van de door de werkgever verschuldigde premie, alsmede de invordering daarvan, geschieden door het uitvoeringsorgaan, waarbij de werkgever is aangesloten. Indien een uitvoeringsorgaan premie is verschuldigd over een uitkering, dan stelt zij zelf de premie vast en vordert die in. De vaststelling en invordering geschieden met inachtneming van door de Sociale Verzekeringsraad te stellen regels. Bij deze regels kan worden bepaald dat van de werkgever een voorschotpremie wordt gevorderd. De premie wordt naar beneden afgerond op hele guldens.

ARTIKEL II

De Ziektewet (Stb. 1967, 473) wordt gewijzigd als volgt:

A. Na artikel 8 wordt een nieuw artikel 8a ingevoegd, luidende:

Artikel 8a

Voor de toepassing van deze wet wordt mede als werknemer beschouwd degene, die op grond van de verplichte verzekering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering uitkering ontvangt.

B. Artikel 11, tweede lid, wordt vervangen door: 2. Als werkgever wordt beschouwd in de gevallen, bedoeld in artikel 8, onderdeel a, en in artikel 8a, de bedrijfsvereniging, die de aldaar bedoelde uitkering betaalbaar stelt. Ingeval de bedrijfsvereniging de uitkering, vermeerderd met de daarover door de werkgever verschuldigde premies, betaalt aan de werkgever, bedoeld in artikel 9, 10 of 12, tweede lid, teneinde deze uitkering door diens tussenkomst te doen uitbetalen, treedt voor de toepassing van de eerste volzin deze voor de bedrijfsvereniging in de plaats, onafhankelijk van het voortbestaan van de dienstbetrekking met die werkgever.

C. Na artikel 20 wordt een nieuw artikel 21 ingevoegd, luidende:

Artikel 21

In afwijking van artikel 20 wordt voor de toepassing van de tweede afdeling, hoofdstuk II en van de artikelen 57 en 64, de werknemer niet als verzekerde beschouwd voor zover hij werknemer is als bedoeld in artikel 8a. D. Na artikel 60 wordt een nieuw artikel 61 ingevoegd, luidende:

Artikel 61

  • De premie over een uitkering op grond van deze wet, de Werkloosheidswet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en een toeslag ingevolge de Toeslagenwet wordt bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld op een percentage dat een gemiddelde is van de voor alle bedrijfstakken geldende premie. 2. Het gemiddelde percentage wordt niet toegepast ingeval de bedrijfsvereniging de uitkering, vermeerderd met de daarover door de werkgever verschuldigde premies, betaalt aan de werkgever, bedoeld in artikel 9, 10 of 12, tweede lid, van deze wet en van de Werkloosheidswet en in artikel 8, 9 of 11, tweede lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, onafhankelijk van het voortbestaan van de dienstbetrekking met die werkgever.

ARTIKEL III

De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb. 1977, 492) wordt gewijzigd als volgt:

A. Na artikel 7a wordt een nieuw artikel 7b ingevoegd, luidende:

Artikel 7b

Voor de toepassing van deze wet wordt mede als werknemer beschouwd degene, die op grond van de verplichte verzekering ingevolge deze wet uitkering ontvangt.

B. Artikel 10, tweede lid, wordt vervangen door: 2. Als werkgever wordt beschouwd in de gevallen, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, onderdeel a, en artikel 7b, de bedrijfsvereniging, die de aldaar bedoelde uitkering betaalbaar stelt. Ingeval de bedrijfsvereniging de uitkering, vermeerderd met de daarover door de werkgever verschuldigde premies, betaalt aan de werkgever, bedoeld in artikel 8, 9 of 11, tweede lid, teneinde deze uitkering door diens tussenkomst te doen uitbetalen, treedt voor de toepassing van de eerste volzin deze voor de bedrijfsvereniging in de plaats, onafhankelijk van het voortbestaan van de dienstbetrekking met die werkgever.

C. In artikel 37 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° In het eerste lid vervalt de tweede volzin. 2° Er wordt een nieuw derde lid toegevoegd, luidende: 3. De in het eerste lid bedoelde herziening heeft niet plaats indien de belanghebbende bij het intreden van de toeneming van de arbeidsongeschiktheid uitsluitend verzekerd is ingevolge: a. artikel 7b, dan wel b. artikel 7b en artikel 7a, eerste lid, onderdeel a, in verbinding met het tweede lid van dat artikel;

en de toeneming kennelijk is voortgekomen uit een andere oorzaak dan die waaruit de ongeschiktheid, terzake waarvan uitkering wordt ontvangen, is voortgekomen.

D. Artikel 46a wordt vervangen door:

Artikel 46a

  • De arbeidsongeschiktheidsuitkering van degene die tevens recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet wordt verhoogd met het bedrag waarmee de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsom geschiktheidswet de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van deze wet overtreft, indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet onder toepassing van artikel 36a van die wet niet tot uitbetaling komt. 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als arbeidsongeschiktheidsuitkering onderscheidenlijk arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, van degene op wie artikel 44, 45 of 52, onderscheidenlijk artikel 33, 34, 36 of 43 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet of artikel XXII van de Wet van 28 maart 1985 (Stb. 1985, 180) van toepassing is, in aanmerking genomen het bedrag van die uitkeringen, nadat bedoelde artikelen toepassing hebben gevonden; 3. Voor de toepassing van het eerste en het derde lid wordt onder arbeidsongeschiktheidsuitkering en arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet tevens verstaan de vakantie-uitkering, waarop uit hoofde van die arbeidsongeschiktheidsuitkeringen recht bestaat, voor zover die vakantie-uitkeringen over dezelfde periode zijn berekend. 4. Onze Minister is bevoegd nadere en zo nodig afwijkende regels te stellen voor verhoging van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van het eerste lid.

E. Aan artikel 50 wordt een nieuw zevende lid toegevoegd, luidende: 7. De Sociale Verzekeringsraad stelt regels voor de betaalbaarstelling van de arbeidsongeschiktheidsuitkering door tussenkomst van een andere bedrijfsvereniging, indien de werknemer recht heeft op een arbeidsonge schiktheidsuitkering over een periode waarover hij tevens uitkering op grond van de Werkloosheidswet ontvangt van een andere bedrijfsvereniging. F. Aan het slot van artikel 76, eerste lid, wordt toegevoegd: en door de afdrachten van het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds op grond van artikel 73a van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet.

G. Artikel 79a vervalt.

H. Na artikel 84 wordt een nieuw artikel 84a ingevoegd, luidende: 1. Artikel 46a is niet van toepassing op degene die op grond van de vrijwillige verzekering op grond van dit hoofdstuk een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt. 2. Indien degene, die recht heeft op arbeidsongeschiktheidsuitkering tevens recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering slechts uitbetaald, voor zover deze het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet overtreft. 3. Indien de betrokkene ter zake van de arbeidsongeschiktheid zowel recht heeft op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering als op herziening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de

Algemene Arbeidsongeschiktheidswet in verband met het bepaalde in de artikelen 27, 28, 29 en 29a van die wet, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering in afwijking van het bepaalde in het vorige lid slechts uitbetaald, voor zover deze overtreft het bedrag, waarmee de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet in verband met die herziening is toegenomen. 4. Indien na toepassing van het derde lid zowel de arbeidsongeschiktheidsuitkering als de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet als gevolg van toe-of afneming van de arbeidsongeschiktheid wordt herzien, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering slechts uitbetaald, voor zover deze overtreft het bedrag, waarmede de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet is toegenomen sedert de dag, voorafgaande aan die, met ingang waarvan het vorige lid toepassing vond. 5. Voor de toepassing van het eerste tot en met het vierde lid wordt onder arbeidsongeschiktheidsuitkering en arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet tevens verstaan de vakantie-uitkering, waarop uit hoofde van die arbeidsongeschiktheidsuitkeringen recht bestaat, voor zover die vakantie-uitkeringen over dezelfde periode zijn berekend. 6. Indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering, onderscheidenlijk de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet wordt herzien op grond van de artikelen 14 en 15, onderscheidenlijk artikel 10 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, wordt voor de toepassing van het tweede en het derde lid onder arbeidsongeschiktheidsuitkering, onderscheidenlijk arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet verstaan het overeenkomstig die artikelen herziene bedrag van die uitkering.

I. Aan artikel 90, eerste lid, wordt een volzin toegevoegd, luidende: Onder de krachtens deze wet gemaakte kosten wordt niet verstaan een bedrag, dat gelijk is aan het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet dat onder toepassing van artikel 36a, eerste lid, van die wet niet tot uitbetaling komt.

ARTIKEL IV

De Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 1980, 28) wordt gewijzigd als volgt:

A. Na artikel 36 wordt een nieuw artikel 36a ingevoegd, luidende:

Artikel 36a

  • Indien degene die recht heeft op arbeidsongeschiktheidsuitkering tevens recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet uitbetaald. 2. Indien de betrokkene ter zake van de arbeidsongeschiktheid zowel recht heeft op herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met de artikelen 27, 28, 29 en 29a, als op toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsom geschiktheidsverzekering, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering, in afwijking van het eerste lid, uitbetaald voor zover deze het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering overtreft, doch in ieder geval uitbetaald tot de hoogte van het bedrag onmiddellijk voorafgaande aan de herziening. 3. Indien na toepassing van het tweede lid zowel de arbeidsongeschiktheidsuitkering als de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering als gevolg van toe-of afneming van de arbeidsongeschiktheid wordt herzien, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering, in afwijking van het eerste lid, uitbetaald voor zover deze het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering overtreft, doch in ieder geval uitbetaald tot de hoogte van het bedrag onmiddellijk voorafgaande aan de herziening, bedoeld in het tweede lid. 4. Voor de toepassing van het tweede en het derde lid wordt als arbeidsongeschiktheidsuitkering onderscheidenlijk arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, van degene op wie artikel 33, 34, 36 of 43, onderscheidenlijk artikel 44, 45 of 52 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of artikel XXII van de Wet van 28 maart 1985 (Stb. 1985, 180) van toepassing is, in aanmerking genomen het bedrag van die uitkeringen, nadat bedoelde artikelen toepassing hebben gevonden. 5. Voor de toepassing van het eerste tot en met het vierde lid wordt onder arbeidsongeschiktheidsuitkering en arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering tevens verstaan de vakantie-uitkering, waarop uit hoofde van die arbeidsongeschiktheidsuitkeringen recht bestaat, voor zover die vakantie-uitkeringen over dezelfde periode zijn berekend. 6. Indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering, onderscheidenlijk de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt herzien op grond van artikel 10 onderscheidenlijk de artikelen 14 en 15 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, wordt voor de toepassing van het tweede en het derde lid onder arbeidsongeschiktheidsuitkering, onderscheidenlijk arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering verstaan het overeenkomstig die artikelen herziene bedrag van die uitkering. 7. Het eerste tot en met het zesde lid zijn niet van toepassing op degene die een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt op grond van de vrijwillige verzekering zoals bedoeld in hoofdstuk VI van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsuitkering. 8. Onze Minister is bevoegd met betrekking tot dit artikel nadere en zo nodig afwijkende regels te stellen.

B. Na artikel 73 wordt een nieuw artikel 73a ingevoegd, luidende:

Artikel 73a

  • Het bedrag van de uitkering dat op grond van artikel 36a niet tot uitbetaling komt wordt, vermeerderd met de door de werkgever daarover verschuldigde premies volksverzekeringen en de werkgeversdelen van de premies werknemersverzekeringen, afgedragen aan het Arbeidsongeschikt^ heidsfonds, bedoeld in artikel 72 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering. Artikel 76a blijft hierbij buiten toepassing. 2. De Sociale Verzekeringsraad kan nadere regels stellen ter uitvoering van het eerste lid.

ARTIKEL V

De Ziekenfondswet (Stb. 1986, 347) wordt gewijzigd als volgt:

A. Artikel 3 wordt gewijzigd als volgt:

1° Het eerste lid, onderdeel a, wordt vervangen door: a. de werknemer in de zin van de Ziektewet (Stb. 1967, 473), wiens loon, verdiend in een of meer dienstbetrekkingen in de zin van de Ziektewet, niet meer bedraagt dan f 49.1 50 per jaar, met dien verstande dat:

1e. ten aanzien van degene die bij of krachtens artikel 7 van de Ziektewet als werknemer in de zin van die wet wordt beschouwd, gedurende het eerste jaar zolang en voor zover hij recht heeft op een werkloosheidsuitkering berekend naar 70% van het laatstverdiende dagloon, de verzekeringsplicht ingevolge deze wet wordt beoordeeld naar zijn verzekeringssituatie zoals deze gold op de dag voorafgaande aan die waarop dat artikel op hem van toepassing werd; 2e. ten aanzien van degene die bij of krachtens artikel 8 van de Ziektewet als werknemer in de zin van die wet wordt beschouwd, de verzekeringsplicht ingevolge deze wet wordt beoordeeld naar zijn verzekeringssituatie zoals deze gold op de dag voorafgaande aan die waarop dat artikel op hem van toepassing werd.

2° In het eerste lid, onderdeel d, wordt de punt aan het slot vervangen door een komma en wordt toegevoegd: voor zover hij recht heeft op uitbetaling van die arbeidsongeschiktheidsuitkering ingevolge de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet.

3° In het tweede lid vervalt de zinsnede «sub 1 e,».

4° Het vierde lid, aanhef en onderdeel a, wordt vervangen door: 4. Voor de toepassing van het bepaalde bij het eerste lid, onder a, en bij of krachtens het tweede lid, wordt: a. onder loon verstaan: -elke overeengekomen vaste, naar tijdsruimte en in geld vastgestelde uitkering, welke de verzekerde als vergoeding voor zijn arbeid of gedurende staking van de arbeid van zijn werkgever ontvangt, met uitzondering van bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen uitkeringen of bestanddelen van zodanige uitkeringen; -een uitkering op grond van de verplichte verzekering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb. 1 977, 492); -een uitkering op grond van de verplichte verzekering ingevolge de Ziektewet dan wel artikel 57 van die wet; -een uitkering op grond van de verplichte verzekering ingevolge de Werkloosheidswet dan wel hoofdstuk IV van die wet; -een toeslag ingevolge de Toeslagenwet; -een loonsuppletie als bedoeld in hoofdstuk lllb van de Werkloosheidswet (Stb. 1967, 421), hoofdstuk lila van de Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485) en artikel 25 van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid;

5° In het vijfde lid vervalt de zinsnede «sub 1 e,».

6° Na het achtste lid worden twee nieuwe leden toegevoegd, luidende: 9. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën van personen, bedoeld in het eerste lid, van de verzekering worden uitgezonderd. 10. Voor het bepalen van de termijn, bedoeld in het eerste lid, onder a, sub 1e, worden mede in aanmerking genomen de tijdvakken, onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip waarop artikel 7 van de Ziektewet op de in dat artikel bedoelde persoon van toepassing wordt, gedurende welke recht bestond op een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (Stb. 1967, 421) of de Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485), niet zijnde een loonsuppletie ingevolge hoofdstuk lllb onderscheidenlijk hoofdstuk lila van die wetten.

B. In artikel 3a vervalt telkens de zinsnede «sub 1 ,»,

C. Artikel 15, eerste lid, wordt gewijzigd als volgt: De komma achter het woord «genoten» wordt vervangen door een punt en het daarna volgende zinsdeel wordt vervangen door: Voor verzekerden, op wie de regeling van artikel 41 5 van het Wetboek van Koophandel van toepassing is, alsmede voor de verzekerden die ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 7, dan wel artikel 8 van de Ziektewet als werknemer in de zin van die wet worden beschouwd, indien zij een uitkering ontvangen op grond van een arbeidsverhouding dan wel een beëindigde arbeidsverhouding terzake waarvan zij behoorden tot de verzekerden op wie de regeling van artikel 41 5 van het Wetboek van Koophandel van toepassing was, wordt door Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te zamen de premie op een lager percentage bepaald. Ten aanzien van degenen die bij of krachtens artikel 7 van de Ziektewet als werknemer in de zin van die wet worden beschouwd, is de vorige volzin slechts van toepassing gedurende het eerste jaar zolang en voor zover zij recht hebben op een werkloos heidsuitkering, berekend naar 70% van het laatstverdiende dagloon.

D. Artikel 17 vervalt.

E. In artikel 71, eerste lid, wordt de zinsnede «de artikelen 15, 17 en 18» vervangen door: de artikelen 15 en 18.

F. Artikel 74, eerste lid, onderdeel c, wordt vervangen door: c. van een beslissing betreffende hoofdelijke aansprakelijkstelling voor de premie als bedoeld in artikel 16a, artikel 16b en artikel 16c, eerste lid, onderdeel d, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, voor de werkge ver; G. In artikel 79, eerste lid, wordt de zinsnede «artikel 47, eerste volzin» vervangen door: artikel 47, eerste lid, eerste volzin.

ARTIKEL VI

De Wet op de loonbelasting 1964 (Stb. 1964, 521) wordt gewijzigd als volgt: Artikel 1 1, eerste lid, onderdeel f, ten tweede, wordt vervangen door: 2 . premies ingevolge de Ziektewet (Stb. 1967, 473), de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb. 1977, 492) en de Werkloosheidswet, alsmede bijdragen als zijn bedoeld in artikel 76a van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, artikel 1 6a van de Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485), artikel 10 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, artikel 19a van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Stb. 1 986, 386), artikel 36 van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 (Stb. 1977, 493), artikel 32 van de Wet buitengewoon pensioen zeeliedenoorlogsslachtoffers (Stb. 1977, 495), artikel 43 van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet (Stb. 1986, 360) en artikel 26 van de Wet uitkeringen burgeroorlogsslachtoffers 1940-1945 (Stb. 1984, 94).

ARTIKEL VII

De Wet buitengewoon pensioen 1940-1 945 (Stb. 1977, 493) wordt gewijzigd als volgt:

In artikel 36, tweede lid, wordt de zinsnede «waarop eveneens het in het eerste lid bedoelde bedrag wordt ingehouden» vervangen door: waarover premies ingevolge de Ziektewet, de Werkloosheidswet en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering worden ingehouden.

ARTIKEL VIII

De Wet buitengewoon pensioen zeeliedenoorlogsslachtoffers (Stb. 1977, 495) wordt gewijzigd als volgt:

In artikel 36, tweede lid, wordt de zinsnede «waarop eveneens het in het eerste lid bedoelde bedrag wordt ingehouden» vervangen door: waarover premies ingevolge de Ziektewet, de Werkloosheidswet en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering worden ingehouden.

ARTIKEL IX

De Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet (Stb. 1986, 360) wordt gewijzigd als volgt:

In artikel 43, tweede lid, wordt de zinsnede «waarop eveneens het in het eerste lid bedoelde bedrag wordt ingehouden» vervangen door: waarover premies ingevolge de Ziektewet, de Werkloosheidswet en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering worden ingehouden.

ARTIKEL X

Indien het bij koninklijke boodschap van 1 7 oktober 1 985 ingediende voorstel van wet, onder de titel «Werkloosheidswet» (Kamerstukken II, 1985/1986, 19261) tot wet wordt verheven, wordt deze gewijzigd als volgt: A. Artikel 11 wordt gewijzigd als volgt:

1 ° In het eerste lid wordt in de eerste volzin de zinsnede «die beslist over het ziekengeld» vervangen door: die het ziekengeld betaalbaar stelt. Voorts wordt aan het slot van de tweede volzin de punt vervangen door een komma en wordt toegevoegd: onafhankelijk van het voortbestaan van de dienstbetrekking met die werkgever. 2° In het tweede lid wordt de zinsnede «die het recht op deze uitkering heeft vastgesteld» vervangen door: die deze uitkering betaalbaar stelt.

3" Na het tweede lid wordt een nieuw derde lid toegevoegd, luidende: 3. Als werkgever wordt beschouwd in de gevallen, waarin uitkering op grond van de vet; hte verzekering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt betaald, de bedrijfsvereniging, die deze uitkering betaalbaar stelt. Ingeval de bedrijfsvereniging deze uitkering, vermeerderd met de daarover door de werkgever verschuldigde premies, betaalt aan de werkgever, bedoeld in artikel 9, 10 of 12, tweede lid, ten einde deze uitkering door diens tussenkomst te doen uitbetalen, treedt voor de toepassing van de eerste volz1" deze voor de bedrijfsvereniging in de plaats, onafhankelijk van het voortbestaan van de dienstbetrekking met die werkgever.

B. In artikel 37 worden het eerste tot en met het vierde lid vernummerd tot het tweede tot en met het vijfde lid en wordt een nieuw eerste lid, ingevoegd, luidende: 1. De Sociale Verzekeringsraad stelt regels voor de betaalbaarstelling van de uitkering door tussenkomst van een andere bedrijfsvereniging, indien de werknemer recht heeft op een uitkering over een periode

waarover hij tevens uitkering op grond van deze wet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering ontvangt van een andere bedrijfsvereniging. C. In de artikelen 79 en 84 vervalt het cijfer 1 voor het eerste lid en komt in beide artikelen het tweede lid te vervallen.

D. Aan artikel 85 worden een nieuw derde en vierde lid toegevoegd, luidende: 3. Het deel van de premie dat ten gunste komt van het wachtgeldfonds wordt, in afwijking van het eerste lid, over een uitkering op grond van deze wet, de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en een toeslag op grond van de Toeslagenwet, en over loon uit een dienstbetrekking op grond van de Wet Sociale Werkvoorziening, bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld op een percentage dat een gemiddelde is van de voor alle bedrijfstakken geldende wachtgeldpremie. 4. Behalve voor degene die loon ontvangt uit een dienstbetrekking op grond van de Wet Sociale Werkvoorziening wordt het in het derde lid vastgestelde gemiddelde percentage niet toegepast ingeval de bedrijfsvereniging de uitkering, vermeerderd met de daarover door de werkgever verschuldigde premies, betaalt aan de werkgever, bedoeld in artikel 9, 10 of 12, tweede lid, van deze wet en de Ziektewet en in artikel 8, 9 of 11, tweede lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, onafhankelijk van het voortbestaan van de dienstbetrekking met die werkgever. E. In artikel 90 vervalt het tweede lid en worden het derde en het vierde lid vernummerd tot het tweede en het derde lid.

F. In artikel 92 vervalt onderdeel c en wordt de aanduiding van onderdeel d gewijzigd in onderdeel c.

G. In artikel 93, onderdeel a, wordt de zinsnede «artikelen 90 en 97, eerste lid» vervangen door: artikel 90.

H. Artikel 97 vervalt.

ARTIKEL XI

Indien het bij koninklijke boodschap van 23 januari 1986 ingediende voorstel van wet onder de titel «Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid» (Kamerstukken II, 1985/1986, 19383) tot wet wordt verheven, wordt deze gewijzigd als volgt:

A. Artikel 4, vijfde lid, wordt vervangen door: 5. In afwijking van het eerste lid is artikel 26 van de Werkloosheidswet niet van toepassing op de uitkering van de in het eerste, het tweede of het derde lid bedoelde persoon. In dat geval wordt deze persoon voor de toepassing van de Ziektewet (Stb. 1967, 473) en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb. 1 977, 492) als werknemer in de zin van de nieuwe Werkloosheidswet beschouwd, wordt de bedrijfsvereniging die het recht op uitkering van de in het eerste, tweede of derde lid bedoelde persoon vaststelt, als werkgever beschouwd en wordt deze uitkering voor de toepassing van artikel 3a, tweede lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (Stb. 1966, 64) als uitkering op grond van de nieuwe Werkloosheidswet aangemerkt.

B. Artikel 40, onderdeel M, en artikel 41, onderdeel D, vervallen.

C. In artikel 68 vervallen de onderdelen C en D.

ARTIKEL XII

Indien het bij koninklijke boodschap van 17 oktober 1985 ingediende voorstel van wet onder de titel «Toeslagenwet» (Kamerstukken II, 1985/1986, 19257) tot wet wordt verheven, wordt artikel 76a, eerste lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet vervangen door: 1. De bedrijfsvereniging houdt op de arbeidsongeschiktheidsuitkering, de uitkering bedoeld in artikel 53 en de toeslag op deze uitkering op grond van de Toeslagenwet, een bedrag in, dat gelijk is aan het bedrag van de premies die een werkgever op grond van de Ziektewet, de Werkloosheidswet, en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering op het overeenkomstige loon van een werknemer, die verzekerd is op grond van die wetten, inhoudt.

ARTIKEL XIII

Indien het bij koninklijke boodschap van 17 oktober 1985 ingediende voorstel van wet onder de titel «Toeslagenwet» (Kamerstukken II, 1985/1986, 19257) tot wet wordt verheven, worden in artikel 1 5 het tweede lid tot en met het vijfde lid vernummerd tot het derde tot en met het zesde lid en wordt een nieuw tweede lid ingevoegd, luidende: 2. De bepalingen die gelden voor de loondervingsuitkering ter zake van het verschuldigd zijn van premie, van de vaststelling en de invordering van premie, zoals deze zijn opgenomen in de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Ziekenfondswet en de Coördinatiewet Sociale Verzekering, zijn op de toeslag die op de loondervingsuitkering op grond van die wetten wordt verleend, van overeenkomstige toepassing.

ARTIKEL XIV

Indien een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, die betrekking heeft op de periode voor inwerkingtreding van deze wet, na inwerkingtreding van deze wet tot uitbetaling komt, zijn de artikelen 36a en 73a van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en de artikelen 46a, 76, eerste lid, en 84a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering van toepassing op deze uitkeringen.

ARTIKEL XV

Indien het bij koninklijke boodschap van 17 oktober 1985 ingediende voorstel van wet u">der de titel «Werkloosheidswet» (Kamerstukken II, 1985/1986, 1 9 26 i) tot wet wordt verheven, 1 ° wordt de Ziekenfondswet gewijzigd als volgt: In artikel 3, vierde lid, onderdeel a, wordt na «Werkloosheidswet» op de gebruikelijke wijze toegevoegd de jaargang en het nummer van het Staatsblad waarin de Werkloosheidswet is geplaatst.

2° wordt de Wet op de loonbelasting 1964 (Stb. 1964, 521) gewijzigd als volgt: In artikel 11, eerste lid, onderdeel f, ten tweede, wordt na «Werkloosheidswet» op de gebruikelijke wijze toegevoegd de jaargang en het nummer van het Staatsblad waarin de Werkloosheidswet is geplaatst.

1 1

ARTIKEL XVa

Indien het bij koninklijke boodschap van 23 januari 1986 ingediende voorstel van wet onder de titel «Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid» (Kamerstukken II, 1985/1986, 19383) tot wet wordt verheven, 1 ° wordt de Ziekenfondswet gewijzigd als volgt: In artikel 3, vierde lid, onderdeel a, wordt na «Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid» op de gebruikelijke wijze toegevoegd de jaargang en het nummer van het Staatsblad waarin de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid is geplaatst. 2 wordtde Wet op de loonbelasting 1964 (Stb. 1964, 521) gewijzigd als volgt: In artikel 11, eerste lid, onderdeel f, ten tweede, wordt de zinsnede «artikel 16a van de Wet Werkloosheidsvoorziening» vervangen door: artikel 16b van de Wet Werkloosheidsvoorziening.

ARTIKEL XVI

Indien het bij koninklijke boodschap van 17 oktober 1985 ingediende voorstel van wet onder de titel «Toeslagenwet» (Kamerstukken II, 1985/1986, 19257) tot wet wordt verheven, wordt de Ziekenfondswet gewijzigd als volgt: In artikel 3, vierde lid, onderdeel a, wordt na «Toeslagenwet» op de gebruikelijke wijze toegevoegd de jaargang en het nummer van het Staatsblad waarin de Toeslagenwet is geplaatst.

ARTIKEL XVII

Indien het bij koninklijke boodschap van 17 oktober 1985 ingediende voorstel van wet onder de titel «Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers» (Kamerstukken II, 1985/1986, 19260) tot wet wordt verheven, wordt de Wet op de loonbelasting 1964(Stb. 1 964, 521) gewijzigd als volgt: In artikel 11, eerste lid, onderdeel f, ten tweede, wordt na «Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers» op de gebruikelijke wijze toegevoegd de jaargang en het nummer van het Staatsblad waarin laatstgenoemde wet is geplaatst.

ARTIKEL XVMa

De tekst van de a. Ziektewet; b. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; c. Algemene Arbeidsongeschiktheidswet; alsmede, indien de desbetreffende voorstellen van wet, tot wet worden verheven, de d. Werkloosheidswet; e. Toeslagenwet; f. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; g. Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid; zoals die luidt na inwerkingtreding van deze wet, wordt door Onze Minister van Justitie in het Staatsblad geplaatst.

ARTIKEL XVIII

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat niet ligt voor het tijdstip van inwerkingtreding van de lnvoeringswet stelselherziening sociale zekerheid.

ARTIKEL XIX

Deze wet kan worden aangehaald onder de titel «Wet premieheffing over uitkeringen».

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.