Amendementen van de leden Linschoten en Hermsen over een overgangsregeling voor de jaren 1985, 1986 en 1987 inzake inkomenseffecten voor gehuwden.

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Nr. 10 (2e herdruk)

AMENDEMENTEN VAN DE LEDEN LINSCHOTEN EN HERMSEN

Ontvangen 31 oktober 1984

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

Na artikel IV wordt ingevoegd:

Artikel V 1. In afwijking in zoverre van artikel 21 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten wordt de op de voet van het eerste en het tweede lid van dat artikel bepaalde maatstaf voor de jaren 1985, 1986 en 1987 op de in het tweede lid aangegeven wijze verminderd met onderscheidenlijk driekwart, de helft en een kwart van het bedrag, waarmee het bedrag van de van de verzekerde en zijn echtgenoot te heffen premies ingevolge de Algemene Ouderdomswet en de Algemene Weduwen-en Wezenwet -nadat deze premies zijn verminderd met de premies die ingevolge artikel 31 van de Algemene Ouderdomswet en artikel 45 van de Algemene Weduwen-en Wezenwet niet worden ingevorderdf 9100 overtreft, indien: a. de verzekerde het gehele jaar gehuwd is geweest; b. het inkomen als is bedoeld in artikel 26, tweede lid, van de Algemene Ouderdomswet van de verzekerde en dat van zijn echtgenoot te zamen meer bedragen dan het in het vijfde lid van dat artikel vermelde bedrag; c. bij de aangifte voor de inkomstenbelasting over het desbetreffende jaar een door beide echtgenoten ondertekend, schriftelijk verzoek tot toepassing van dit artikel is gevoegd, en d. door geen van beide echtgenoten over het desbetreffende jaar zelfstandigenaftrek voor de inkomstenbelasting wordt genoten. 2. De in het vorige lid bedoelde vermindering van de maatstaf wordt toegepast ten aanzien van: a. de echtgenoot voor wie het bedrag, waarmede de bij wege van aanslag te heffen premies ingevolge de Algemene Ouderdomswet en de Algemene Weduwen-en Wezenwet -nadat deze premies zijn verminderd met de premies die ingevolge artikel 31 van de Algemene Ouderdomswet en artikel 45 van de Algemene Weduwen-en Wezenwet niet worden ingevorderd -de anders dan met toepassing van de rosé tabellen bij wijze van inhouding geheven premies ingevolge die wetten overtreffen, het laagst is, tot dat bedrag, en

  • de andere echtgenoot voor zover de vermindering van de maatstaf niet op de voet van letter a geldend kan worden gemaakt. Indien het onder letter a bedoelde bedrag van die ene echtgenoot gelijk is aan dat van de andere echtgenoot wordt in afwijking in zoverre van de vorige volzin de vermindering van de maatstaf eerst toegepast ten aanzien van de echtgenoot met het laagste inkomen en daarna ten aanzien van de andere echtgenoot.

TOELICHTING De voorgestelde wijziging behelst een overgangsregeling voor de jaren 1985,1986 en 1987 met het oog op de inkomenseffecten die voor gehuwden kunnen ontstaan als gevolg van de individuele heffing met ingang van 1985 van de op aanslag te betalen opslagpremies volksverzekeringen (AWBZ, AAW en AKW). Deze regeling geldt niet indien één van de echtgenoten of beide echtgenoten voor de inkomstenbelasting zelfstandigenaftrek genieten in verband met de langs die weg bij de derde fase tweeverdieners (wetsontwerp 18519) voor hen voorziene compensatie. De voorgestelde regeling houdt in dat de optredende inkomenseffecten boven een marge die overeenkomt met 10% van de premie-inkomensgrens in 1985 worden teruggebracht tot een kwart, in 1986 tot de helft en in 1987 tot driekwart. De tegemoetkoming die door de gekozen systematiek wordt verwerkt in de op te leggen definitieve aanslagen premieheffing, wordt in de eerste plaats verleend aan de echtgenoot die het laagste bedrag aan opslagpremies moet betalen en, voor zover de tegemoetkoming daarmee nog niet volledig worden gerealiseerd, verleend aan de andere echtgenoot.

Linschoten Hermsen

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.