Nader rapport - Nadere wijziging van de Algemene Ouderdomswet, de Algemene Weduwen- en Wezenwet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (invoering gelijke behandeling van mannen en vrouwen op het terrein van de premieheffing ingevolge de volksverzekeringen)

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

18625

Nadere wijziging van de Algemene Ouderdomswet, de Algemene Weduwen* en Wezenwet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (invoering gelijke behandeling van mannen en vrouwen op het terrein van de premieheffing ingevolge de volksverzekeringen)

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw Kabinet van 12 september 1984, nr. 66, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State, zijn advies betreffende het bovenvermelde ontwerp rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 21 september 1984, nr. W12.84.0515/ 23.4.39, moge ik U, mede namens mijn ambtgenote mevrouw mr. A. Kappeyne van de Coppello, hierbij aanbieden. Mede gegeven mijn verzoek om een zo spoedig mogelijke advisering, heeft de Raad willen volstaan met te verwijzen naar zijn advies van 3 augustus 1984, nr. W12.84.208/19.4.31. Dientengevolge wil ik eveneens volstaan met te wijzen op het nader rapport van 27 augustus 1984, voor zover dat betrekking heeft op de premieheffing ingevolge de volksverzekeringen. Van deze gelegenheid wil ik voorts gebruik maken om nog enige wijzigingen aan te brengen in het wetsontwerp. In artikel I, onderdeel F, wordt in het tot derde lid vernummerde vierde lid van artikel 31 «het eerste tot en met het derde lid» vervangen door: het eerste en het tweede lid. Dit geldt eveneens voor artikel II, onderdeel D. Het betreft hier een technische aanpassing. Artikel I, onderdeel FF, en artikel II, onderdeel U, van wetsontwerp 18515

NADER RAPPORT

Aan de Koningin

's-Gravenhage, 25 september 1984

dient -aangezien het hier gaat om de gevolgen van de wijziging van artikel 26 van de AOW en artikel 41 van de AWW -te worden opgenomen in het onderhavige ontwerp. Dit is geschied in artikel I, onderdeel I en artikel II, onderdeel F. Uiteraard is ook de artikelsgewijze toelichting overgebracht. Ik veroorloof mij U in overweging te geven, het hierbij gevoegde gewijzigde ontwerp van wet en de daarmee in overeenstemming gebrachte, overeenkomstig het vorenstaande gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L de Graaf

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.