Tekst

Sprekers


Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van het wetsvoorstel Nadere wijziging van de Algeme ne Ouderdomswet, de Algemene Weduwen-en Wezenwet, de Algemene Kinderbijslagwet, de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (invoering gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de Algemene Ouderdomswet alsmede aanpassing van de overige volksverzekeringen) (18515) en van: -de motie-Groenman over de toekomstige vormgeving van de AOW (18515, nr. 20); -de motie-Willems over het opheffen van de maximumpremiegrenzen in de volksverzekeringen (18515, nr. 21); -de motie-Willems over de verzelfstandiging van bijstandsregelingen (18515, nr. 22); -de motie-Willems c.s. over het in heroverweging nemen van wetsvoorstel 18515(18515, nr. 26); -de motie-Willems over afzien van het voornemen, per 1 januari 1986 de AOW-rechten van ongehuwd 3138

samenwonende bejaarden gelijk te stellen aan die van gehuwde bejaarden (18515, nr. 27). De algemene beraadslaging wordt hervat.

©

L. (Louw) de GraafStaatssecretaris De Graaf: Ik zou nog een aanvulling willen geven op enkele opmerkingen die ik aan het adres van mevrouw Ter Veld heb gemaakt. Mevrouw Ter Veld vroeg bij interruptie naar de fiscale gevolgen van de maatregelen die aan de orde zijn. Over deze gevolgen bestaat bij haar en bij anderen onduidelijkheid of op zijn minst enige ongerustheid. Ik wil proberen in ieder geval die ongerustheid volledig weg te nemen. Ik verwijs in dit verband naar artikel XIX, waarin een delegatiebepaling is opgenomen op grond waarvan regels kunnen worden gesteld voor de inkomsten-en loonbelastingheffing voor bejaarden in 1985. Deze regels beogen dat in ieder geval de inhoudingsplichtigen -bij voorbeeld in de periode van 1 april tot 31 december -een eventueel verschil in inhouding in het eerste kwartaal van 1985 kunnen herstellen. Diezelfde regels beogen ook, dat niet automatisch een aanslag plaatsvindt op basis van artikel 64 van de Wet op de inkomstenbelasting. Mijnheer de Voorzitter! Ik hoop hiermee in ieder geval de onduidelijkheden en de ongerustheden te hebben weggenomen.

©

W.J. (Wilbert)  WillemsDe heer Willems (PSP): Mijnheer de Voorzitter! Ik heb begrepen dat de berekening die de staatssecretaris aan ons heeft voorgelegd in zijn brief wijzigingen kan ondergaan, afhankelijk van de vorm, waarin de definitieve uitvoeringsbeschikking wordt gegoten. Ik zou hem dan ook willen vragen, deze beschikking zo snel mogelijk aan de Kamer toe te zenden, te zamen met de inkomensconsequenties daarvan. Eergisteren is er gesproken over de mogelijkheid, dat de fractie van de VVD nog amendementen zou indienen, gericht op een betere AOW. Wij hebben aangegeven dat wij de stemming over onze motie, voorkomend op stuk nr. 26, afhankelijk wilden stellen van die amendementen. Wij hadden willen nagaan, of die amendementen meer in de richting van de individualisering in de AOW zouden gaan.

Omdat de VVD dat amendement niet heeft ingediend, hebben wij geÔnformeerd bij het ministerie naar de mogelijkheid om eventueel zelf een dergelijk amendement in te dienen. De heer Linschoten had hier en elders namelijk vele malen gezegd dat het een duidelijke verbetering in de AOW zou opleveren. Daar zijn wij natuurlijk in geÔnteresseerd. Er was een politieke patstelling ontstaan, omdat de VVD het amendement niet wilde laten zien of overleggen aan anderen. Wat let ons, zo dachten wij, om bij het departement te vragen naar de tekst van het amendement, zodat wij het zouden kunnen indienen. Wij kwamen echter van een koude kermis thuis en dat neem ik de heer Linschoten eigenlijk wel kwalijk. Toen wij het amendement eenmaal zagen, kwamen wij tot de conclusie dat het nauwelijks een verbetering was ten opzichte van het wetsvoorstel, zoals het eruit zou komen te zien na aanvaarding van het amendement van mevrouw Ter Veld en de heer Buikema. Het blijft uitgaan van 50% als norm en de inkomensafhankelijke toetsing blijft bestaan. In de inkomens-politiek heeft het ten gevolge dat met name de hogere AOW'ers er iets beter uitspringen. Dat was dus blijkbaar het spelletje dat werd gespeeld. Men zal begrijpen dat wij niet in staat en ook niet van plan zijn om een dergelijk amendement nu alsnog in te dienen. Het brengt geen wezenlijke verbeteringen aan in de richting van individualisering van de AOW. Onze motie op stuk nr. 26 is nog steeds volledig van kracht en wij houden daarom vast aan onze wens om deze motie vůůr de stemming over het wetsontwerp in stemming te brengen.

©

S.C. (Steef)  WeijersDe heer Weijers (CDA): De staatssecretaris deed een geruststellende mededeling over de toepassing van de belastingwetgeving. Ik wil vragen of dit via de voorlichting op wat ruimere schaal aan betrokkenen kan worden medegedeeld, er is nogal wat onrust over deze zaak.

©

R.L.O. (Robin)  LinschotenDe heer Linschoten (VVD): Mijnheer de Voorzitter' Ik dank de staatssecretaris voor zijn aanvullende mededeling. Ik wil nog een opmerking maken over de brief van de staatssecretaris dd. 6 februari. Ik heb moeten vaststellen dat het gewijzigd amendement van de leden Buikema en Ter Veld inderdaad iets anders is dan een zuiver technische aanpassing. Het verbaast mij dan ook dat mevrouw Ter Veld eergisteren een uur voor de stemmingen met een dergelijk amendement kwam, onder de mededeling dat het slechts zou gaan om een technische aanpassing. De brief van de staatssecretaris geeft duidelijk aan dat nadere regels moesten worden gesteld en dat over de nadere invulling door hem overleg is gevoerd met beide indieners van het amendement. Gegeven die situatie en het feit dat het amendement leidt tot een aantal wijzigingen in de inkomenspolitiek, had dit onderdeel moeten uitmaken van de toelichting bij het amendement. Derhalve ben ik van mening dat op dit punt wat onzorgvuldig is geprocedeerd. Ik dank de staatssecretaris dat wij nu wel over die informatie kunnen beschikken. Onze opstelling tegenover dit amendement verandert hierdoor niet. Wij vinden deze aanpassing van de AOW volstrekt onvoldoende. Het overgrote deel van de bezwaren die ik in de verschillende termijnen naar voren heb gebracht, is overeind gebleven. Deze geringe wijziging -op een principieel verkeerde wijze aangebracht -heeft slechts effect voor een aantal betrokkenen. De VVD-fractie zal dus niet met dat amendement instemmen. Indien het amendement, voorkomend op stuk nr. 1 8 niet wordt aanvaard, zal mijn fractie tegen het totale wetsvoorstel stemmen.

©

L. (Louw) de GraafStaatssecretaris De Graaf: Voorzitter, mocht nadere regelgeving nodig zijn op basis van het vijfde lid van artikel 8a, dan ben ik graag bereid om die zo snel mogelijk aan de Kamer te doen toekomen. Ik weet nog niet of het nodig is, want ik neem aan dat het door deze keuze uitpakt, zoals het hier staat. Is het anders, dan krijgt men daarover een mededeling. De vraag van de heer Weijers breng ik gaarne over aan mijn collega van FinanciŽn. Ik zal hem vragen om zo breed en goed mogelijk voorlichting over deze zaak te geven, ten einde elke ongerustheid en onduidelijkheid daarover weg te nemen. De algemene beraadslaging wordt gesloten.

©

De Voorzitter: Mevrouw Groenman heeft mij verzocht, haar motie, voorkomende op stuk nr. 20, eveneens voorafgaande aan de stemmingen over het wetsvoorstel in stemming te brengen. Ik stel voor, aan haar verzoek te voldoen. Daartoe wordt besloten.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de leden van de groep Scholten/Dijkman afwezig zijn. In stemming komt de motie-Willems c.s. (18515, nr. 26).

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de PSP, de PPR, de CPN en D'66 voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen. In stemming komt de motie-Groenman (18515, nr. 20).

De Voorzitter: Ik constateer, dat deze motie is verworpen met dezelfde stemverhouding als de vorige. Het begin van artikel I wordt zonder stemming aangenomen. In stemming komt het amendement-Leerling (stuk nr. 12).

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de RPF, het GPV en de SGP voor dit amendement hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen. Onderdeel A wordt zonder stemming aangenomen. De onderdelen B t/m F worden zonder stemming aangenomen. In stemming komt het amendement-Linschoten (stuk nr. 18, I).

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de VVD, D'66, de CPN, de PPR en de PSP voor dit amendement hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen. Ik stel vast, dat door de verwerping van dit amendement de andere op stuk nr. 18 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd. In stemming komt het gewijzigde amendement-Buikema/Ter Veld (stuk nr. 28, I).

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de VVD en de SGP tegen dit gewijzigde amendement hebben gestemd en die van de overige fractie ervoor, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast, dat door de aanneming van dit gewijzigde amendement de andere op stuk nr. 28 voorkomende gewijzigde amendementen ais aangenomen kunnen worden beschouwd. Onderdeel G, zoals het is gewijzigd door de aanneming van het gewijzigde amendement-Buikema/Ter Veld (stuk nr. 28, I), wordt zonder stemming aangenomen. Onderdeel H wordt zonder stemming aangenomen. Onderdeel I, zoals het is gewijzigd door de aanneming van het gewijzigde amendement-Buikema/Ter Veld (stuk nr. 28, II), wordt zonder stemming aangenomen.

De Voorzitter: Ik merk op, dat door de aanneming van het gewijzigde amendement-Buikema/Ter Veld (stuk nr. 28, III) een nieuw onderdeel J is ingevoegd. Onderdeel J (oud), zoals het is gewijzigd door de aanneming van het gewijzigde amendement-Buikema/ Ter Veld (stuk nr. 28, IV), wordt zonder stemming aangenomen. Onderdeel K wordt zonder stemming aangenomen. Onderdeel L, zoals het is gewijzigd door de aanneming van het gewijzigde amendement-Buikema/Ter Veld (stuk nr. 28, V), wordt zonder stemming aangenomen.

Onderdeel M wordt zonder stemming aangenomen. In stemming komt het amendement-Groenman (stuk nr. 17).

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van het CDA, de VVD, de SGP, de RPF en het GPV en het lid Janmaat tegen dit amendement hebben gestemd en die van de overige fracties ervoor, zodat het is verworpen. Onderdeel N wordt zonder stemming aangenomen. De onderdelen O t/m S worden zonder stemming aangenomen. Onderdeel T, zoals het is gewijzigd door de aanneming van het gewijzigde amendement Buikema/Ter Veld (stuk nr. 28, VI), wordt zonder stemming aangenomen. De onderdelen U t/m BB worden zonder stemming aangenomen. Onderdeel CC, zoals het is gewijzigd door de aanneming van het gewijzigde amendement-Buikema/Ter Veld (stuk nr. 28, VII), wordt zonder stemming aangenomen.

De onderdelen DD t/m FF worden zonder stemming aangenomen. Het gewijzigde artikel I wordt zonder stemming aangenomen. De artikelen II t/m XIX worden zonder stemming aangenomen. In stemming komt het amendement-Ter Veld/Buikema (stuk nr. 24, I).

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de VVD, de RPF en het GPV tegen dit amendement hebben gestemd en die van de overige fracties ervoor, zodat het is aangenomen. Ik stel vast, dat door de aanneming van dit amendement het andere op stuk nr. 24 voorkomende amendement als aangenomen kan worden beschouwd. Artikel XX, zoals het is gewijzigd door de aanneming van het amendement-Ter Veld/Buikema (stuk nr. 24, I), wordt zonder stemming aangenomen. Artikel XXI, zoals het is gewijzigd door de aanneming van het amendement-Ter Veld/Buikema (stuk nr. 24, II), wordt zonder stemming aangenomen. De artikelen XXII t/m XXIV en de beweegreden worden zonder stemming aangenomen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van het CDA, de PvdA en de EVP en het lid Janmaat voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen. In stemming komt de motie-Willems (18515, nr. 21).

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de PSP, de PPR en de CPN voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Willems (18515, nr. 22).

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de PSP, de PPR, de CPN, D'66 en de EVP voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen. In stemming komt de motie-Willems (18515, nr. 27).

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van het CDA, de VVD, de SGP, de RPF en het GPV en het lid Janmaat tegen deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ervoor, zodat zij is verworpen. Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen.

©

E. (Elske) ter VeldMevrouw Ter Veld (PvdA): Voorzitter! Mijn fractie heeft tegen de motie van de heer Willems over het afschaffen van de maximumpremiegrenzen (nr. 21) gestemd, omdat wij van oordeel zijn dat de premiegrenzen volksverzekering betrokken behoren te worden bij de discussie over de financiering van de sociale zekerheid en dat overigens de opbrengst niet per definitie behoort te worden bestemd voor een van tevoren vastgelegd doel. Wij hebben voor de motie van de heer Willems gestemd om op 1 januari 1986 niet over te gaan tot gelijke behandeling van ongehuwd samenwonenden en gehuwden (nr. 27), niet zozeer omdat wij instemmen met zijn interpretatie van de derde Europese richtlijn, te weten dat de individualisering hiertoe zou leiden, maar omdat wij van oordeel zijn dat een dusdanig ingrijpende zaak een veel bredere behandeling vraagt dan op korte termijn in de Kamer kan plaatsvinden en omdat wij vooralsnog niet overtuigd zijn van de juistheid van een dergelijke maatregel.

©

I. (Ina)  BrouwerMevrouw Brouwer (CPN): Voorzitter! De CPN-fractie heeft tegen dit wetsontwerp gestemd, omdat zij vindt dat op deze wijze de individualisering misbruikt is en wordt voor het aanbrengen van bezuinigingen. Bovendien bestaat de vorm die het huidige wetsontwerp heeft gekregen, daaruit dat de individualisering wordt teruggebracht tot een boekhoudkundige kwestie: ieder 50%, met daarnaast een inkomensafhankelijke toeslag. Daardoor wordt mťťr dan tot nu toe -zelfs is dit nu voor het eerst -inkomensafhankelijkheid geÔntroduceerd in de AOW. Wij vinden dit een zeer slechte zaak voor de wijze waarop individualisering vorm moet krijgen. Wij wilden daarom heel duidelijk onze stem daartegen uitbrengen.

 
 

Meer informatie

 
 

Minidossiers

Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.