Gewijzigd voorstel van wet - Nadere wijziging van de Algemene Ouderdomswet, de Algemene Weduwen- en Wezenwet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (invoering gelijke behandeling van mannen en vrouwen op het terrein van de premieheffing ingevolge de volksverzekeringen)

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Nr. 60

18625

Nadere wijziging van de Algemene Ouderdomswet, de Algemene Weduwen-en Wezenwet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (invoering gelijke behandeling van mannen en vrouwen op het terrein van de premieheffing ingevolge de volksverzekeringen)

GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET 15 november 1984

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in de Algemene Ouderdomswet het stelsel van premieheffing in overeenstenv ming te brengen met het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen alsmede de overige volksverzekeringen daaraan aan te passen; Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

In de Algemene Ouderdomswet (Stb. 1965, 429) worden de volgende wijzigingen aangebracht.

A Artikel 23, tweede lid, vervalt, waarna het cijfer voor het eerste lid vervalt.

B 1. In artikel 24, eerste lid, vervalt: , eerste lid. 2. In het tweede lid wordt «pensioenen» vervangen door: ouderdomspensioenen.

C 1. Artikel 26, derde lid, vervalt, waarna het vierde, vijfde en zesde lid worden vernummerd tot derde, vierde en vijfde lid. 2. In het tot vierde lid vernummerde vijfde lid vervalt de laatste volzin.

D In artikel 27, eerste, vierde, vijfde en achtste lid, wordt «artikel 26, vijfde lid» telkens vervangen door: artikel 26, vierde lid.

E In artikel 30, derde lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1. In de eerste volzin vervalt de zinsnede «, dan wel, zo deze een gehuwde man is, zowel voor hem als voor zijn echtgenote,». 2. In de tweede volzin vervalt «of zijn echtgenoot» en wordt «artikel 26, vijfde lid» vervangen door: artikel 26, vierde lid.

F 1. Artikel 31, eerste lid, wordt vervangen door: 1. Van de verzekerde, van wie premie bij wege van aanslag wordt geheven en die voor de heffing van de inkomstenbelasting is ingedeeld in tariefgroep I, wordt de premie voorzover deze niet bij wijze van inhouding is geheven, niet ingevorderd, indien het inkomen niet meer bedraagt dan 90% van de voor die verzekerde geldende belastingvrije som. 2. Het tweede lid wordt vervangen door: 2. Van de verzekerde, van wie premie bij wege van aanslag wordt geheven en die voor de heffing van de inkomstenbelasting is ingedeeld in tariefgroep II, III of IV, wordt de premie voor zover deze niet bij wijze van inhouding is geheven, niet ingevorderd, indien het inkomen niet meer bedraagt dan 90% van de voor die verzekerde geldende belastingvrije som. 3. Het derde lid vervalt, waarna het vierde tot en met achtste lid worden vernummerd tot derde tot en met zevende lid. 4. In het tot derde lid vernummerde vierde lid wordt «het inde voorgaande leden voor hem aangegeven bedrag met minder dan f8000 overtreft» vervangen door: het met toepassing van het eerste en het tweede lid voor hem geldende bedrag met minder dan 70% van dat bedrag overtreft. 5. Inhettotvierde lid vernummerde vijfde lid wordt «vierde lid» vervangen door: derde lid. 6. In het tot vierde lid vernummerde vijfde lid vervalt de tweede volzin. 7. In het tot vijfde lid vernummerde zesde lid wordt «vierde lid» vervangen door: derde lid. 8. Het tot zesde lid vernummerde zevende lid wordt vervangen door: 6. Het eerste tot en met het derde lid blijven buiten toepassing, indien de verzekerde, van wie premie bij wege van aanslag wordt geheven, over het jaar waarover de premie verschuldigd is, in aanmerking komt voor een aanslag in de vermogensbelasting. Het bepaalde in de vorige volzin vindt mede toepassing ten aanzien van de verzekerde van wie de echtgenoot in aanmerking komt voor een aanslag in de vermogensbelasting, terwijl de verzekerde het gehele tijdvak waarover premie is verschuldigd gehuwd is geweest. 9. In het tot zevende lid vernummerde achtste lid wordt «zesde lid» vervangen door: vijfde lid. 10. Het negende lid vervalt.

G Artikel 32 vervalt.

H In artikel 34 vervalt: artikel 32 en.

I In artikel 42, vierde lid, wordt «de artikelen 2, 3 en 26, derde lid» vervangen door: de artikelen 2 en 3.

ARTIKEL II

In de Algemene Weduwen-en Wezenwet (Stb. 1965, 429) worden de volgende wijzigingen aangebracht.

A Artikel 38, tweede lid, wordt vervangen door: 2. Aan de heffing van premie is niet onderworpen de verzekerde, die de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt.

B 1. Artikel 41, derde lid, vervalt, waarna het vierde, vijfde en zesde lid worden vernummerd tot derde, vierde en vijfde lid. 2. Het tot vierde lid vernummerde vijfde lid wordt vervangen door: 4. Indien het inkomen meer bedraagt dan het voor de toepassing van artikel 26, vierde lid, van de Algemene Ouderdomswet geldende bedrag, wordt over dat meerdere geen premie geheven. Dit bedrag wordt naar tijdsruimte evenredig verlaagd ten aanzien van degene, die niet het gehele jaar aan de heffing van de premie is onderworpen.

C In artikel 44, derde lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1. In de eerste volzin vervalt de zinsnede «, dan wel, zo deze een gehuwde man is, zowel voor hem als voor zijn echtgenote,». 2. In de tweede volzin vervalt «of zijn echtgenoot» en wordt «artikel 41, vijfde lid» vervangen door: artikel 41, vierde lid.

D 1. Artikel 45, eerste lid, wordt vervangen door: 1. Van de verzekerde, van wie premie bij wege van aanslag wordt geheven en die voor de heffing van de inkomstenbelasting is ingedeeld in tariefgroep I, wordt de premie voor zover deze niet bij wijze van inhouding is geheven, niet ingevorderd, indien het inkomen niet meer bedraagt dan 90% van de voor die verzekerde geldende belastingvrije som. 2. Het tweede lid wordt vervangen door: 2. Van de verzekerde, van wie premie bij wege van aanslag wordt geheven en die voor de heffing van de inkomstenbelasting is ingedeeld in tariefgroep II, III of IV, wordt de premie voor zover deze niet bij wijze van inhouding is geheven, niet ingevorderd, indien het inkomen niet meer bedraagt dan 90% van de voor die verzekerde geldende belastingvrije som. 3. Het derde lid vervalt, waarna het vierde tot en met achtste lid worden vernummerd tot derde tot en met zevende lid. 4. In het tot derde lid vernummerde vierde lid wordt «het in de voorgaande leden voor hem aangegeven bedrag met minder dan f8000 overtreft» vervangen door: het met toepassing van het eerste en het tweede lid voor hem geldende bedrag met minder dan 70% van dat bedrag overtreft. 5. In het tot vierde lid vernummerde vijfde lid wordt «vierde lid» vervangen door: derde lid. 6. In het tot vierde lid vernummerd vijfde lid vervalt de tweede volzin.

  • In het tot vijfde lid vernummerde zesde lid wordt «vierde lid» vervangen door: derde lid. 8. In het tot zesde lid vernummerde zevende lid wordt «vierde lid» vervangen door: derde lid. 9. In het tot zevende lid vernummerde achtste lid wordt «zesde lid» vervangen door: vijfde lid. 10. Het negende lid vervalt.

E Artikel 46 wordt vervangen door:

Artikel 46

Voor zover de premie niet van de verzekerde wordt ingevorderd, komt deze ten laste van het Rijk indien en voor zover de Sociale Verzekeringsbank niet ingevolge artikel 33, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet heeft beslist, dat met betrekking tot het nalaten van de betaling van ingevolge die wet over eenzelfde tijdvak verschuldigde premie sprake is van een schuldig nalaten.

F In artikel 54, vierde lid, wordt «de artikelen 2, 3 en 41, derde lid» vervangen door: de artikelen 2 en 3.

ARTIKEL III

In de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (Stb. 1967, 655) worden de volgende wijzigingen aangebracht.

A In artikel 25, tweede lid, wordt «artikel 26, vijfde lid» vervangen door: artikel 26, vierde lid.

B In artikel 26, tweede lid, wordt «artikel 26, vijfde lid» vervangen door: artikel 26, vierde lid.

C Artikel 30 wordt vervangen door:

Artikel 30

De premie komt ten laste van het Rijk voor het bedrag dat verkregen wordt door het ingevolge artikel 29 ten aanzien van de in artikel 20, onderdeel a en b, bedoelde premieplichtigen vastgestelde percentage toe te passen op het gezamenlijke bedrag van de ingevolge de artikelen 33 en 36 van de Algemene Ouderdomswet en de artikelen 46 en 48 van de Algemene Weduwen-en Wezenwet ten laste van het Rijk komende premies.

Overgangsbepalingen

ARTIKEL IV

  • Voor de vaststelling van het bedrag, genoemd in artikel 26, vierde lid, van de Algemene Ouderdomswet, zoals dat artikel luidt na de totstandkoming

van deze wet, vindt met ingang van 1 januari 1985 op grond van het eerste lid van artikel 27 van die wet, de tweede volzin van het vijfde lid van laatstgenoemd artikel, geen toepassing. 2. Bij de in het eerste lid bedoelde vaststelling wordt onder indexcijfer, dat bij de laatste herziening is gehanteerd, verstaan het indexcijfer der lonen op 31 juli 1983.

ARTIKEL V

In afwijking in zoverre van artikel 21 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten wordt op de voet van het eerste en het tweede lid van dat artikel bepaalde maatstaf voor de jaren 1985, 1986 en 1987 ten aanzien van de vrouw die het gehele jaar gehuwd is geweest met een man die op 1 januari 1984 de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt, verminderd met onderscheidenlijk driekwart, de helft en een kwart, indien a. bij de aangifte voor de inkomstenbelasting over het desbetreffende jaar een door beide echtgenoten ondertekend, schriftelijk verzoek tot toepassing van dit artikel is gevoegd, en b. door geen van beide echtgenoten over het desbetreffende jaar zelfstandigenaftrek voor de inkomstenbelasting wordt genoten.

ARTIKEL VI

  • In afwijking in zoverre van artikel 21 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten wordt de op de voet van het eerste en het tweede lid van dat artikel bepaalde maatstaf voor de jaren 1985,1986 en 1987 op de in het tweede lid aangegeven wijze verminderd met onderscheidenlijk driekwart, de helft en een kwart van het bedrag, waarmee het bedrag van de van de verzekerde en zijn echtgenoot te heffen premies ingevolge de Algemene Ouderdomswet en de Algemene Weduwen-en Wezenwet -nadat deze premies zijn verminderd met de premies die ingevolge artikel 31 van de Algemene Ouderdomswet en artikel 45 van de Algemene Weduwen-en Wezenwet niet worden ingevorderdf 9100 overtreft, indien: a. de verzekerde het gehele jaar gehuwd is geweest; b. het inkomen als bedoeld in artikel 26, tweede lid, van de Algemene Ouderdomswet van de verzekerde en dat van zijn echtgenoot te zamen meer bedragen dan het in het vijfde lid van dat artikel vermelde bedrag; c. bij de aangifte voor de inkomstenbelasting over het desbetreffende jaar een door beide echtgenoten ondertekend, schriftelijk verzoek tot toepassing van dit artikel is gevoegd, en d. door geen van beide echtgenoten over het desbetreffende jaar zelfstandigenaftrek voor de inkomstenbelasting wordt genoten. 2. De in het vorige lid bedoelde vermindering van de maatstaf wordt toegepast ten aanzien van: a. de echtgenoot voor wie het bedrag, waarmede de bij wege van aanslag te heffen premies ingevolge de Algemene Ouderdomswet en de Algemene Weduwen-en Wezenwet -nadat deze premies zijn verminderd met de premies die ingevolge artikel 31 van de Algemene Ouderdomswet en artikel 45 van de Algemene Weduwen-en Wezenwet niet worden ingevorderd -de anders dan met toepassing van de rosé tabellen bij wijze van inhouding geheven premies ingevolge die wetten overtreffen, het laagst is, tot dat bedrag, en b. de andere echtgenoot voor zover de vermindering van de maatstaf niet op de voet van letter a geldend kan worden gemaakt. Indien het onder letter a bedoelde bedrag van die ene echtgenoot gelijk is aan dat van de andere echtgenoot wordt in afwijking in zoverre van de vorige volzin de vermindering van de maatstaf eerst toegepast ten aanzien van de echtgenoot met het laagste inkomen en daarna ten aanzien van de andere echtgenoot.

Slotbepaling

ARTIKEL VII

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1985.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.