Inhoudsopgave

Tekst

Nr. 21

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 24 september 1991

Bij brief van 19 augustus 1991 (22012, nr. 20) heb ik u geÔnformeerd over het ziekteverzuimcijfer in relatie tot het zwangerschaps-en bevallingsverlof. In deze brief heb ik onder meer een persbericht van het Nederlands Instituut voor Arbeidsomstandigheden (NIA) van 24 juni jl. over deze materie van commentaar voorzien.

Onlangs ben ik er door het NIA op gewezen dat deze brief op twee punten niet het juiste cijfer bevat. In de eerste plaats wijst het NIA op het feit dat de stijging van het verzuimpercentage bij vrouwen van 0,3 procentpunt niet leidt tot een toename van het totale verzuimpercentage (mannen en vrouwen) van ca. 0,05 procentpunt, maar van ca. 0,1 procentpunt. In de becijfering van 0,05 procentpunt is de verzuimstijging bij vrouwen vertaald in een stijging van het totale ziekteverzuimcijfer, naar rato van het aandeel van de uitkeringslasten van vrouwen in de totale ZW-lasten. Dit leidt bij nader inzien tot een onderschatting, aangezien in deze benadering geen rekening is gehouden met het feit dat het gemiddeld dagloon van vrouwen in de ZW, met name vanwege parttime werk, aanzienlijk lager is dan dat van mannen. De berekening waarbij een stijging van het verzuim bij vrouwen met 0,3 procentpunt (waarvan tweederde deel wordt toegeschreven aan het zwangerschaps-en bevallingsverlof), leidt tot een stijging van het totale verzuim met 0,1 procentpunt, is de juiste. Niettemin blijft de constatering dat ook dit cijfer slechts een beperkt deel van de totale toename van het ziekteverzuimpercentage met 0,5 procentpunt verklaart. Derhalve blijft de conclusie gehandhaafd dat de verruiming van het zwangerschaps-en bevallingsverlof niet de belangrijkste oorzaken kan zijn achter de stijging van het ziekteverzuim. Eťn en ander betekent overigens niet dat de raming van een toename van de uitkeringslasten (ca. 90 mln) die correspondeert met de verzuimstijging bij vrouwen in 1990 navenant moet worden verhoogd. In deze raming is namelijk wel rekening gehouden met het relatief lage gemiddelde dagloon bij vrouwen.

Ook langs andere lijnen kan worden beredeneerd dat (de verruiming van) het zwangerschaps-en bevallingsverlof slechts een beperkte invloed kan hebben gehad op de verzuimstijging in 1990. Het aantal uitkeringsjaren zwangerschaps-en bevallingsverlof in 1989 is, zoals blijkt uit de brief aan de TK, gelijk aan 14000. Dit cijfer heeft betrekking op alle ZW-verzekerden, inclusief afdelingskassen en eigen risicodragers. De verlenging van het bevallingsverlof van 12 naar 16 weken per 1 -3-'90 zou kunnen leiden tot een toename van het aantal uitkeringsjaren met maximaal ca. 3 900 tot ca. 17900. Een dergelijke toename van het volume zwangerschaps-en bevallingsverlof correspondeert met een toename van het totale ziekteverzuimpercentage met ca. 0,1 procentpunt. Ook via deze benadering kan de stijging van het totale ziekteverzuimpercentage met 0,5 procentpunt derhalve slechts voor een beperkt deel worden verklaard uit het zwangerschaps-en bevalŁngsveriof. Daarnaast is een hinderlijke typefout in deze brief geslopen. In de laatste paragraaf van de brief wordt gemeld dat in het jaar 1989 14000 uitkeringsjaren in de ZW betrekking hebben op zwangerschaps-en bevallingsverlof. Dit volume correspondeert echter niet met 7%, maar met 5% van het totale ZW-volume.

Hoewel de gecorrigeerde gegevens geen gevolgen hebben voor de door mij geformuleerde conclusies, meen ik er goed aan te doen u deze gecorrigeerde cijfers te doen toekomen.

Overigens zij opgemerkt dat in de Wet Terugdringing Arbeidsongeschiktheidsvolume, die ik onlangs naar de Tweede Kamer heb gestuurd, een voorstel met betrekking tot premiedifferentiatie ZW op ondernemingsniveau is opgenomen, waarbij het zwangerschaps-en bevallingsveriof expliciet uitgesloten is bij het bepalen van het ziekteverzuimpercentage, dat de basis vormt voor het premiedifferentiatiesysteem. Ook ten aanzien van de aanvullende maatregelen om het ziekteverzuim terug te dringen, die momenteel in een wetsvoorstel worden uitgewerkt, wordt het zwangerschaps-en bevallingsverlof expliciet uitgesloten.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, E. ter Veld

 
 

Meer informatie

 
 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.