Inhoudsopgave

Tekst

Nr. 130

22228

Wijziging van de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten, alsmede een regeling voor het overheidspersoneel in verband met maatregelen ter vermindering van het ziekteverzuim, beperking van langdurige arbeidsongeschiktheid en bevordering van de arbeidsmarktkansen van arbeidsongeschikten, herschikking van bevoegdheden in de Ziektewet, alsmede enkele technische aanpassingen (terugdringing arbeidsongeschiktheidsvolume)

NADER GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET 6 december 1991

Wij, Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is maatregelen te treffen gericht op vermindering van het ziekteverzuim, beperking van langdurige arbeidsongeschiktheid en bevordering van de inschakeling van arbeidsongeschikte werknemers in het arbeidsproces teneinde het beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen te beperken, te komen tot een herschikking van bevoegdheden in de Ziektewet, alsmede enkele technische aanpassingen aan te brengen en daartoe de Ziektewet de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten te wijzigen, alsmede een regeling te treffen voor het overheidspersoneel; Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze;

Artikel I

De Ziektewet (Stb. 1987, 88) wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 15 worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°. In het eerste en tweede lid vervalt telkens de laatste volzin. 2°. In het vijfde lid vervalt de zinsnede «en worden in de Nederlandse Staatscourant openbaar gemaakt».

3°. Onder vernummering van het zesde en zevende lid tot zevende en achtste lid wordt na het vijfde lid een nieuw lid ingevoegd, luidende: 6. De in het eerste en tweede lid bedoelde regelen en de in het vijfde lid bedoelde besluiten kunnen bepalingen bevatten op grond waarvan het dagloon tijdens de uitkering kan worden herzien. 4°. In het vierde lid wordt «Het bestuur van een bedrijfsvereniging» vervangen door: Een bedrijfsvereniging.

B In artikel 26a wordt «Onze Minister» vervangen door: De Sociale Verzekeringsraad. In artikel 28 worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°. In het tweede lid vervalt «en b». 2°. In het vierde lid wordt «Onze Minister» vervangen door: de Sociale Verzekeringsraad. In artikel 29 worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°. Het eerste lid wordt vervangen door: 1. Het ziekengeld bedraagt 70% van het dagloon van de verzekerde. 2°. Het zesde lid wordt vervangen door: 6. Voor de toepassing van het bepaalde in het tweede en vijfde lid worden met perioden, waarover ziekengeld wordt uitgekeerd, gelijkgesteld perioden, waarover in verband met het bepaalde in het derde lid, alsmede in verband met het bepaalde bij of krachtens de artikelen 30, 31, 32, 42 of 44 geen ziekengeld wordt uitbetaald. 3°. In het achtste lid wordt de zinsnede «van de vierde week voorafgaand aan de vermoedelijke datum van bevalling» vervangen door: waarop de bevalling binnen vier weken is te verwachten. 4°. Het negende lid wordt vervangen door: 9. Het ziekengeld, bedoeld in het zevende lid, wordt uitgekeerd tot en met zestien weken na de dag waarop de bevalling plaatsvond, verminderd met het aantal dagen waarover ziekengeld is uitgekeerd of door toepassing van artikel 31, tweede lid, geen ziekengeld is ontvangen, in de periode vanaf de eerste dag waarop de bevalling binnen zes weken was te verwachten tot en met de vermoedelijke datum van de bevalling, of, indien eerder gelegen, tot en met de werkelijke datum van de bevalling. 5°. Het twaalfde en dertiende lid vervallen, waarna het veertiende lid wordt vernummerd tot twaalfde lid.

Na artikel 29 wordt een nieuw artikel 29a ingevoegd, luidende:

Artikel 29a

Ten aanzien van degene die een dienstbetrekking aangaat en onmiddellijk voorafgaande aan die dienstbetrekking recht had op een uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 1990,127) of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb. 1987, 89) wordt over perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte gelegen in de drie jaren na aanvang van de dienstbetrekking het ziekengeld, bedoeld in artikel 29, eerste lid, op verzoek van de werkgever verhoogd tot 100% van het dagloon van de verzekerde, met dien verstande dat de verhoging niet meer kan bedragen dan de door de werkgever verschuldigde aanvulling op het in artikel 29, eerste lid, bedoelde ziekengeld. Verhoging van het ziekengeld vindt niet plaats indien de werkgever ter zake van de dienstbetrekking geen aanvulling op het in artikel 29, eerste lid, bedoelde ziekengeld verschuldigd is.

In artikel 30 worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°. Het eerste lid wordt vervangen door: 1. Indien de zieke werknemer in staat is hem passende arbeid te verrichten en hij door zijn werkgever of een andere werkgever daartoe in de gelegenheid wordt gesteld, is hij verplicht die arbeid te verrichten. Indien sprake is van het gaan verrichten van passende arbeid bij een andere werkgever wordt vooraf schriftelijk vastgelegd welke afspraken er zijn gemaakt tussen de werkgever, werknemer en andere werkgever over de voorwaarden waaronder de passende arbeid verricht zal worden. 2°. In het tweede lid wordt tussen «werknemer» en «de» ingevoegd «zonder deugdelijke grond» en wordt de zinsnede «dan kan het bestuur van de bedrijfsvereniging onderscheidenlijk van de afdelingskas, het ziekengeld stellen» vervangen door «dan stelt de bedrijfsvereniging het ziekengeld». 3°. Het derde lid wordt vervangen door: 3. Weigert de werkgever, voor wie de werknemer voor intreden van de ziekte arbeid verrichtte dan wel zou hebben verricht indien hij niet arbeidsongeschikt was geworden, zonder deugdelijke grond de werknemer in de gelegenheid te stellen hem passende arbeid te verrichten, dan is deze werkgever aan de bedrijfsvereniging een bedrag verschuldigd, gelijk aan het loon dat de werknemer zou hebben ontvangen, vermeerderd met de daarover door de werkgever verschuldigde premies, indien hij die arbeid wel had verricht. 4°. Het vierde en zevende lid vervallen, waarna het vijfde, zesde en achtste lid worden vernummerd tot vierde, vijfde en zesde lid. 5°. In het tot vierde lid vernummerde vijfde lid wordt «het bestuur van de bedrijfsvereniging onderscheidenlijk van de afdelingskas» vervangen door «de bedrijfsvereniging», «vraagt het» vervangen door «vraagt zij» en «(Stb. 1952, 344)» vervangen door «(Stb. 1989, 119)». 6°. Het tot vijfde lid vernummerde zesde lid wordt vervangen door: 5. De Sociale Verzekeringsraad kan regels stellen ingevolge welke in bij die regels aan te wijzen categorieën van gevallen het vierde lid buiten toepassing blijft. 7°. Het tot zesde lid vernummerde achtste lid wordt vervangen door : 6. De bedrijfsvereniging kan de in het eerste lid bedoelde werknemer verplichten zich te doen inschrijven bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie bedoeld in de Arbeidsvoorzieningswet (Stb. 1990, 402).

In artikel 31 worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°. Het vierde lid wordt vervangen door: 4. Indien de verzekerde gedurende de ongeschiktheid tot werken wegens ziekte tevens recht heeft op ouderdomspensioen wordt, volgens door de Sociale Verzekeringsraad te stellen regels en behoudens in door hem aan te geven gevallen, het ziekengeld slechts uitbetaald voor zover dit het ouderdomspensioen overtreft. 2°. Hetvijfde lid vervalt. 3°. Het zesde lid wordt vernummerd tot vijfde lid en wordt vervangen door: 5. De Sociale Verzekeringsraad kan met betrekking tot het bepaalde in dit artikel nadere regels stellen.

H In artikel 35, zevende lid, wordt de zinsnede «het bestuur van de bedrijfsvereniging of van de afdelingskas» telkens vervangen door: de bedrijfsvereniging.

I In artikel 37, tweede lid, wordt «Onze Minister» vervangen door: de Sociale Verzekeringsraad.

J Artikel 40 wordt vervangen door:

Artikel 40

  • De Sociale Verzekeringsraad stelt regels op grond waarvan in bijzondere gevallen de bedrijfsvereniging bevoegd is het ziekengeld geheel of gedeeltelijk in plaats van aan degene, aan wie het ziekengeld is toegekend, zonder diens machtiging uit te betalen aan door haar aan te wijzen natuurlijke personen of rechtspersonen. 2. Indien overeenkomstig het eerste lid het ziekengeld werd uitbetaald, is de bedrijfsvereniging bevoegd het ziekengeld na het overlijden van degene, aan wie het ziekengeld is toegekend, tot en met de laatste dag van de maand, waarin het overlijden plaatsvond, aan de in het eerste lid bedoelde natuurlijke personen of rechtspersonen uit te betalen, indien voor die uitbetaling naar het oordeel van de bedrijfsvereniging geen persoon of personen als bedoeld in artikel 35, in aanmerking komt onderscheidenlijk komen.

Artikel 41 vervalt.

In artikel 44 worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°. In het eerste lid, worden de onderdelen a en b vervangen door: a. indien de ongeschiktheid tot werken wegens ziekte, anders dan zwangerschap en bevalling, 1°. bestond op het tijdstip, dat de verzekering een aanvang nam; 2°. binnen een half jaar na het tijdstip waarop de verzekering een aanvang nam, is ingetreden, terwijl de gezondheidstoestand van de betrokkene ten tijde van de aanvang van zijn verzekering het intreden van ongeschiktheid tot werken binnen een half jaar kennelijk moest doen verwachten; b. indien de verzekerde niet voldoet aan de verplichting, bedoeld in artikel 49; 2°. In het eerste lid wordt in onderdeel g «artikel 30, achtste lid» vervangen door: artikel 30, zesde lid. 3°. In het derde lid wordt «Onze Minister» vervangen door: De Sociale Verzekeringsraad. 4°. In het eerste lid wordt in de aanhef «Het bestuur van de bedrijfsvereniging of van de afdelingskas» vervangen door: De bedrijfsvereniging. 5°. In het eerste lid, onderdeel e, wordt «het bestuur van de bedrijfsvereniging of van de afdelingskas» telkens vervangen door: de bedrijfsvereniging.

M Het derde lid van artikel 53 vervalt.

N Artikel 54 wordt vervangen door:

Artikel 54

  • De bedrijfsvereniging stelt een ziekengeldreglement vast, dat evenals een latere wijziging daarvan de goedkeuring behoeft van de Sociale Verzekeringsraad. 2. Het ziekengeldreglement mag geen bepalingen bevatten, welke strijdig zijn met deze wet en de daarop berustende bepalingen of met de statuten van de bedrijfsvereniging.

In artikel 55, tweede lid, wordt «Onze Minister» vervangen door: de Sociale Verzekeringsraad.

In artike! 60 worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°. Onder vernummering van het eerste tot en met derde lid tot vierde tot en met zesde lid worden drie nieuwe leden ingevoegd, luidende: 1. De bedrijfsvereniging stelt voor de groep of groepen van bij haar aangesloten werkgevers een ziekteverzuimcijfer vast. 2. De bedrijfsvereniging stelt voor de in het eerste lid bedoelde groep of groepen van bij haar aangesloten werkgevers een premie voor de ziekengeldverzekering vast. 3. Voor werkgevers die met inachtneming van door de bedrijfsvereniging te bepalen marges ten opzichte van het voor hen op basis van het eerste lid vastgestelde ziekteverzuimcijfer een hoger dan wel lager ziekteverzuimcijfer reaiiseren, stelt de bedrijfsvereniging een hogere respectievelijk lagere premie vast dan de op grond van het tweede lid vastgestelde premie. De bedrijfsvereniging kan voor een groep van werkgevers, die elk in een kalenderjaar aan de werknemers die tot hen in dienstbetrekking stonden tezamen ten hoogste vijf maal de gemiddelde loonsom per werknemer aan loon hebben betaald, bepalen dat het voor die groep vast te stellen ziekteverzuimcijfer voor de toepassing van dit lid geldt als het door elke tot die groep behorende individuele werkgever gerealiseerde ziekteverzuimcijfer. De bedrijfsvereniging stelt de werkgever schriftelijk in kennis van een beslissing op grond van dit lid. 2°. In het tot vierde lid vernummerde eerste lid wordt tussen «premie» en «wordt» ingevoegd: , bedoeld in het tweede en derde lid,. 3°. Na het tot zesde lid vernummerde derde lid wordt een nieuw zevende lid ingevoegd, luidende: 7. De bedrijfsvereniging kan, zonodig in afwijking van het vijfde lid en onverminderd het bepaalde in het zesde lid, bepalen, dat het deel van de premie dat door de werknemer is verschuldigd, wordt verhoogd of verlaagd met ten hoogste de helft van het verschil tussen de voor de werkgever met toepassing van het tweede lid vastgestelde premie en de voor de werkgever met toepassing van het derde lid vastgestelde hogere of lagere premie. 4°. Het vierde lid wordt vernummerd tot achtste lid, waarna drie nieuwe leden worden toegevoegd, luidende:

  • Bij de vaststelling van de ziekteverzuimcijfers, bedoeld in het eerste en derde lid, blijft in elk geval het ziekteverzuim buiten beschouwing gedurende de dagen waarover op grond van artikel 29, zevende, tiende of elfde iid, ziekengeid is uitgekeerd ter hoogte van het dagloon. 10. Bij toepassing van het derde lid, tweede volzin, stelt de bedrijfsvereniging voor de in het eerste lid bedoelde groep of groepen van bij haar aangesloten werkgevers de gemiddelde loonsom per werknemer in een kalenderjaar vast 11. Met betrekking tot de vaststelling van de ziekteverzuimcijfers, bedoeld in het eerste en derde lid, alsmede met betrekking tot het bepaalde in het tiende lid kan de Sociale Verzekeringsraad nadere regels stellen. 5°. In het tot zesde lid vernummerde derde lid van artikel 60 wordt «tweede lid» vervangen door «vijfde lid».

In artikel 63, eerste lid, wordt na «afdelingskas» ingevoegd: als bedoeld in § 2 van Hoofdstuk II van de Organisatiewet Sociale Verzekering. In artikel 69, tweede lid, wordt de zinsnede «artikel 29, zevende tot en met elfde en veertiende lid» vervangen door: artikel 29, zevende tot en met twaalfde lid.

Artikel 70 vervalt.

In artikel 73 worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°. In het eerste lid wordt in onderdeel d de zinsnede «het verhaal, bedoeld in artikel 30, derde lid» vervangen door: de toepassing van artikel 30, derde lid. 2°. In het derde lid vervalt de zinsnede «of ingevolge artikel 40, tweede lid,»,.

U In artikel 73a vervalt de zinsnede «of ingevolge artikel 40, tweede lid,».

V In artikel 80, eerste lid, wordt na «afdelingskas» ingevoegd: als bedoeld in § 2 van Hoofdstuk II van de Organisatiewet Sociale Verzekering.

W Artikel 86 wordt vervangen door:

Artikel 86

Ministeriële regels en door de Sociale Verzekeringsraad en de bedrijfsverenigingen gestelde regels op grond van deze wet worden in de Nederlandse Staatscourant openbaar gemaakt.

In artikel 57, eerste lid, vervalt de tweede volzin.

Y Na artikel 61 wordt een nieuw artikel 62 ingevoegd luidende:

Artikel 62

De bedrijfsvereniging verstrekt, volgens nadere bij ministeriële regeling vast te stellen regels, uit de door of namens haar gevoerde administratie aan de Directeur-Generaal van de Arbeid gegevens omtrent het ziekteverzuim van bij haar aangesloten werkgevers.

In artikel 73, derde lid, wordt de zinsnede «Een kennisgeving, als in de vorige leden bedoeld,» vervangen door «Een kennisgeving als bedoeld in het eerste en tweede lid en in artikel 60, derde lid, derde volzin,» AA In artikel 73a wordt «het bepaalde in het vorige artikel» vervangen door: het bepaalde in artikel 60, derde lid, derde volzin, of artikel 73.

Artikel II

De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb. 1987, 89) wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 19 worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°. Het derde lid wordt vervangen door: 3. Recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft eveneens de verzekerde, bedoeld in het eerste lid, die na afloop van de in het eerste en tweede lid bedoelde periode van 52 weken niet arbeidsongeschikt is, doch ten aanzien van wie dit wel het geval is binnen een maand na afloop van die periode. 2°. In het zesde lid wordt na «de artikelen 29, derde lid,» ingevoegd: 30,.

B Artikel 20 vervalt.

In artikel 26 wordt «Onze Minister» vervangen door: de Sociale Verzekeringsraad. Artikel 28, onderdeel d, wordt vervangen door: d. indien de belanghebbende zich niet houdt aan de controlevoorschriften, bedoeld in artikel 27, of aan de verplichting, bedoeld in artikel 80;

In artikel 37 worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°. In het eerste lid vervalt de zinsnede «, echter niet zolang de belanghebbende aanspraak heeft op ziekengeld krachtens de Ziektewet». 2°. In het tweede lid wordt de zinsnede «het tweede en het zesde lid» vervangen door: het tweede lid.

In artikel 39, derde lid, vervalt de zinsnede «of na toepassing van artikel 44a».

Artikel 40, eerste lid, wordt vervangen door: 1. Indien terzake van toeneming van de arbeidsongeschiktheid herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering alsmede toekenning van ziekengeld krachtens de Ziektewet heeft plaatsgevonden, wordt met ingang van de dag na beëindiging van het ziekengeld op grond van het bepaalde in artikel 29, tweede en vijfde lid, van die wet het dagloon opnieuw vastgesteld overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens artikel 14, mits dat leidt tot een hoger dagloon dan hetwelk laatstelijk aan de arbeidsongeschiktheidsuitkering ten grondslag werd gelegd.

H Aan artikel 42 wordt een nieuw vierde lid toegevoegd, luidende: 4. Indien herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering verband houdt met een voltooide scholing of opleiding, gaat deze herziening niet eerder in dan één jaar na voltooiing van die scholing of opleiding. Indien de belanghebbende eerder inkomsten uit arbeid verwerft is artikel 44, eerste lid, tot uiterlijk het einde van dat jaar van overeenkomstige toepassing.

I Aan artikel 43 wordt een nieuw derde lid toegevoegd, luidende: 3. Indien intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering verband houdt met een voltooide opleiding of scholing, is artikel 42, vierde lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 44, tweede lid, wordt vervangen door: 2. De toepassing van het bepaalde in het vorige lid kan ten hoogste plaatsvinden over een aaneengesloten termijn van drie jaar, aanvangende op de eerste dag waarover de inkomsten uit arbeid als bedoeld in dat lid worden genoten.

Artikel 44a vervalt.

In artikel 45, derde lid, wordt «de artikelen 44 en 44a» vervangen door: artikel 44.

M Na artikel 45 wordt een nieuw artikel 46 ingevoegd, luidende:

Artikel 46

  • Indien degene, die recht heeft op arbeidsongeschiktheidsuitkering, door zijn werkgever zonder deugdelijke grond niet in de gelegenheid wordt gesteld hem passende arbeid te verrichten, is deze werkgever aan de bedrijfsvereniging een bedrag verschuldigd, gelijk aan het loon, dat betrokkene zou hebben ontvangen, vermeerderd met de daarover door de werkgever verschuldigde premies, indien hij die arbeid wel had verricht. 2. Het eerste lid blijft buiten toepassing voor zover op de werkgever ten aanzien van dezelfde werknemer tevens artikel 35 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet van toepassing is.

N In artikel 66, tweede lid, wordt «Onze Minister» vervangen door: de Sociale Verzekeringsraad.

In artikel 71, eerste lid, vervalt «44a» en wordt na «45» ingevoegd: , 46. Artikel 71 a wordt vervangen door:

Artikel 71 a

  • De bedrijfsvereniging doet zo spoedig mogelijk aan de Gemeenschappelijke Medische Dienst mededeling van gevallen, waarin zodanige mededeling redelijkerwijs van belang moet worden geacht met het oog op de werkzaamheden van die Dienst, omschreven in artikel 22a, eerste lid, van de Organisatiewet Sociale Verzekering. 2. Gevallen, waarin de arbeidsongeschiktheid voortduurt, worden uiterlijk in de zesde week na aanvang van de arbeidsongeschiktheid door de bedrijfsvereniging bij de Gemeenschappelijk Medische Dienst gemeld. 3. In gevallen waarin de arbeidsongeschiktheid voortduurt stelt de Gemeenschappelijke Medische Dienst in overleg met de werkgever en de werknemer, zodra een termijn van dertien weken na aanvang van de arbeidsongeschiktheid is verstreken, een reïntegratieplan op ten behoeve van de herintreding van de werknemer in het arbeidsproces. 4. De Sociale Verzekeringsraad stelt nadere regels omtrent de toepassing van het tweede lid. 5. De Sociale Verzekeringsraad kan, onder goedkeuring van Onze Minister, regels stellen met betrekking tot het bepaalde in het derde lid.

In artikel 73a wordt «Onze Minister» vervangen door: de Sociale Verzekeringsraad. In artikel 87 worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°. Het derde lid wordt vervangen door:

  • Aan de werkgever wordt schriftelijk kennis gegeven van een beslissing ingevolge deze wet, welke: a. betrekking heeft op de toepassing van artikel 46; b. betrekking heeft op de hoofdelijke aansprakelijkstelling voor de premie als bedoeld in artikel 16a, artikel 16b en artikel 16d, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering. 2°. In het vierde lid vervalt de zinsnede «ingevolge artikel 54, tweede lid,».

In artikel 88, eerste lid, vervalt de zinsnede «ingevolge artikel 54, tweede lid,».

Artikel III

De Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 1990, 127) wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 6 worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1 °. Het vijfde lid wordt vervangen door: Recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft eveneens de verzekerde, bedoeld in het eerste lid, die na afloop van de in het eerste en vierde lid bedoelde periode van 52 weken niet arbeidsongeschikt is, doch ten aanzien van wie dit wel het geval is binnen een maand na afloop van die periode. 2°. In het achtste lid wordt na «de artikelen 29, derde lid,» ingevoegd: 30,.

B

Artikel 7 vervalt.

In artikel 8 worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°. In het derde lid worden de volgende wijzigingen aangebracht: a. Na de eerste volzin wordt een nieuwe volzin ingevoegd, luidende: Bij die regels kan worden aangegeven in welke gevallen de in de eerste volzin bedoeide lichamen bevoegd zijn doorbetaling van de uitkering aan de werkgever van de in het eerste lid bedoelde verzekerde met betrekking tot een door de werkgever gedane aanmelding voor de declaratie bij het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of blijvend te weigeren. b. In de laatste volzin wordt de zinsnede «Het bepaalde in de vorige volzin» vervangen door : Het bepaalde in de eerste volzin. 2°. Na het derde lid worden twee nieuwe leden toegevoegd, luidende: 4. De op grond van het derde lid aangewezen lichamen zijn bevoegd de in het eerste lid bedoelde verzekerde op te roepen, te doen oproepen, te ondervragen, te doen ondervragen en door een of meer door hen daartoe aangewezen deskundigen te doen onderzoeken. De verzekerde is verplicht aan een oproep, ondervraging of onderzoek volledige medewerking te verlenen. Een weigering de volledige medewerking te verlenen, wordt voor de toepassing van de voor de verzekerde geldende rechtspositieregeling gelijkgesteld met een weigering de medewerking te verlenen als bedoeld in artikel P 8 van de Algemene burgerlijke pensioenwet, P 7 van de Spoorwegpensioenwet of F 6, twaalfde lid, van de Algemene militaire pensioenwet.

  • De werkgever van de in het eerste lid bedoelde verzekerde is verplicht gevallen, waarin de arbeidsongeschiktheid voortduurt, uiterlijk in de zesde maand na aanvang van de arbeidsongeschiktheid bij de op grond van het derde lid aangewezen lichamen te melden met het oog op de declaratie bij het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds. De op grond van het derde lid aangewezen lichamen kunnen omtrent de uitvoering van dit lid voorschriften geven.

In artikel 17 wordt de zinsnede «bij ministeriële regeling» vervangen door: door de Sociale Verzekeringsraad.

Artikel 19, onderdeel d, wordt vervangen door: d. indien de belanghebbende zich niet houdt aan de controlevoorschriften, bedoeld in artikel 18, of aan de verplichting, bedoeld in artikel 78; In artikel 27 worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°. In het eerste lid vervalt de zinsnede «, echter niet zolang de belanghebbende aanspraak heeft op ziekengeld krachtens de Ziektewet». 2°. In het tweede lid wordt de zinsnede «het vierde lid, aanhef en onder a en het achtste lid van artikel 6» vervangen door: het vierde lid, aanhef en onderdeel a, van artikel 6.

In artikel 29, derde lid, vervalt de zinsnede «of na toepassing van artikel 33a».

H In artikel 29a, eerste lid, vervalt de zinsnede «tot 80% of meer».

I Aan artikel 31 wordt een nieuw vierde lid toegevoegd, luidende: 4. Indien de herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering verband houdt met een voltooide scholing of opleiding, gaat deze herziening niet eerder in dan 1 jaar na voltooiing van die scholing of opleiding. Indien de belanghebbende eerder inkomsten uit arbeid verwerft, is artikel 33, eerste lid, tot uiterlijk het einde van dat jaar van overeenkomstige toepassing.

Aan artikel 32 wordt een nieuw derde lid toegevoegd, luidende: 3. Indien intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering verband houdt met een voltooide opleiding of scholing, is artikel 31, vierde lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 33, tweede lid, wordt vervangen door: 2. De toepassing van het bepaalde in het eerste lid kan ten hoogste plaatsvinden over een aaneengesloten termijn van drie jaar, aanvangende

op de eerste dag waarover de inkomsten uit arbeid als bedoeld in dat lid worden genoten.

L

Artikel 33a vervalt.

M In artikel 34, derde lid, wordt «de artikelen 33 en 33a» vervangen door: artikel 33.

N Na artikel 34 wordt een nieuw artikel 35 ingevoegd, luidende:

Artikel 35

Indien degene, die recht heeft op arbeidsongeschiktheidsuitkering, door zijn werkgever zonder deugdelijke grond niet in de gelegenheid wordt gesteld hem passende arbeid te verrichten, is deze werkgever aan de bedrijfsvereniging een bedrag verschuldigd, gelijk aan het ioon, dat betrokkene zou hebben ontvangen, vermeerderd met de daarover door de werkgever verschuldigde premies, indien hij die arbeid wel had verricht.

0 Na artikel 59a wordt een nieuw hoofdstuk ingevoegd, luidende:

HOOFDSTUKIIIB

Toekennen van bonusuitkeringen en opleggen van geldelijke bijdragen aan werkgevers en de loonkostensubsidie

S 1. De bonusuitkering

Artikel 59b

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder werkgever verstaan de natuurlijke persoon tot wie of de rechtspersoon tot welke een of meer natuurlijke personen in privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking staan.

Artikel 59c

  • De werkgever heeft recht op een bonusuitkering, indien hij een privaat-of publiekrechtelijke dienstbetrekking in de zin van artikel 3 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering voor onbepaalde tijd of voor bepaalde tijd, doch voor de duur van tenminste één jaar, aangaat met een persoon, die onmiddellijk voorafgaande aan die dienstbetrekking: a. recht had op een uitkering op grond van deze wet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen (Stb. 1970, 313); b. recht zou hebben op toekenning van een uitkering op grond van deze wet, indien artikel 8, eerste lid, niet op hem van toepassing zou zijn; of c. recht had op een invaliditeitspensioen, een pensioen terzake van arbeidsongeschiktheid of een herplaatsingswachtgeld op grond van de

Algemene burgerlijke pensioenwet, de Spoorwegpensioenwet of de Algemene militaire pensioenwet en wiens mate van arbeidsongeschiktheid tenminste 15% bedraagt. 2. Geen recht op een bonusuitkering bestaat indien aan de werkgever terzake van dezelfde dienstbetrekking een subsidie op grond van artikel 59n of een vrijstelling van werkgeverspremies op grond van de Wet ter bevordering van de werkgelegenheid van werkzoekenden die zeer langdurig werkloos zijn (Stb. 1989, 346) is toegekend. Geen aanspraak bestaat op premievrijstelling of subsidie op grond van laatstgenoemde wet indien terzake van dezelfde dienstbetrekking een bonusuitkering op grond van dit artikel is toegekend. 3. Ten aanzien van dezelfde persoon heeft een werkgever slechts eenmaal recht op een bonusuitkering.

Artikel 59d

  • De hoogte van de bonusuitkering bedraagt de helft van het loon in de zin van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (Stb. 1987, 552), dat de in dienst genomen persoon van de werkgever heeft ontvangen over het eerste jaar van de dienstbetrekking. 2. De hoogte van de bonusuitkering voor het aangaan van een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering bedraagt de helft van de bezoldiging, welke de in dienst genomen persoon van de werkgever heeft ontvangen over het eerste jaar van de dienstbetrekking. 3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels gesteld worden omtrent de bepaling van het loon of de bezoldiging waarnaar de bonusuitkering wordt berekend.

Artikel 59e

  • De bonusuitkering wordt op een daartoe strekkende schriftelijke aanvraag van de werkgever toegekend. 2. De aanvraag wordt ingediend bij en de beslissing omtrent toekenning van de bonusuitkering wordt genomen door de bedrijfsvereniging waarbij de werkgever voor de uitvoering van de sociale verzekeringswetten op grond van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3 en 7 tot en met 9 van de Organisatiewet Sociale Verzekering (Stb. 1989, 119) is aangesloten. 3. Indien de werkgever bij meer dan een bedrijfsvereniging is aangesloten, moet de aanvraag worden ingediend bij en wordt omtrent toekenning van de bonusuitkering beslist door de bedrijfsvereniging welke haar werking uitstrekt over het onderdeel van het bedrijfs-en beroepsleven, waartoe de werkzaamheden, die worden verricht door de in dienst genomen persoon uitsluitend of in hoofdzaak behoren. 4. De aanvraag voor een bonusuitkering voor het aangaan van een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt ingediend bij en de beslissing omtrent toekenning van de bonusuitkering terzake wordt genomen door het Algemeen burgerlijk pensioenfonds of het Spoorwegpensioenfonds.

Artikel 59f

  • De bedrijfsvereniging, het Algemeen burgerlijk pensioenfonds of het Spoorwegpensioenfonds beslist binnen acht weken op een aanvraag om een bonusuitkering. 2. Een aanvraag wordt niet in behandeling genomen: a. zolang de door de bedrijfsvereniging, het Algemeen burgerlijk pensioenfonds of het Spoorwegpensioenfonds voor een juiste uitvoering verlangde gegevens of stukken niet zijn overgelegd;
  • indien deze is ingediend na afloop van twee maanden na aanvang van de dienstbetrekking.

Artikel 59g

  • De bonusuitkering wordt bij wijze van voorschot betaald: a. binnen een maand na dagtekening van de toekenningsbeslissing; of b. binnen een maand na het tijdstip van de feitelijke indiensttreding, indien dit tijdstip is gelegen na de dagtekening van de toekenningsbe slissing. 2. Het voorschot wordt naar redelijkheid vastgesteld aan de hand van het terzake van de dienstbetrekking overeengekomen loon of de overeengekomen bezoldiging. 3. Uiterlijk veertien maanden na aanvang van de dienstbetrekking wordt aan de hand van een door de werkgever schriftelijk te verstrekken opgave van het betaalde loon of de betaalde bezoldiging het bedrag van de bonusuitkering vastgesteld. 4. Indien de bonusuitkering op een hoger bedrag wordt vastgesteld dan het bedrag van het betaalde voorschot, wordt het verschil binnen een maand aan de werkgever betaald. 5. Hetgeen bij wijze van voorschot teveel is betaald wordt door de werkgever op eerste vordering van de bedrijfsvereniging, het Algemeen burgerlijk pensioenfonds of het Spoorwegpensioenfonds terugbetaald of door de bedrijfsvereniging, het Algemeen burgerlijk pensioenfonds of het Spoorwegpensioenfonds verrekend met later te betalen bonusuitkeringen.

Artikel 59h

  • Hetgeen aan bonusuitkeringen onverschuldigd is betaald kan geheel of gedeeltelijk teruggevorderd of verrekend worden met later te betalen bonusuitkeringen: a. gedurende vijf jaar na de dag van betaalbaarstelling indien door toedoen van de werkgever onverschuldigd is betaald; of b. gedurende twee jaar na de dag van betaalbaarstelling, indien het de werkgever redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat onverschuldigd is betaald. 2. Bevoegd tot terugvordering of verrekening van de bonusuitkering is het orgaan dat de bonusuitkering heeft toegekend.

§ 2. De geldelijke bijdrage

Artikel 59i

  • De werkgever is een geldelijke bijdrage verschuldigd voor elke persoon die op de eerste dag van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte tot hem in privaat-of publiekrechtelijke dienstbetrekking in de zin van artikel 3 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering staat, en:a

. die recht krijgt op toekenning of verhoging in verband met toeneming van de arbeidsongeschiktheid van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de in artikel 59c, eerste lid, onder a, genoemde wettelijke regelingen; b. die recht zou krijgen op toekenning of verhoging in verband met toeneming van de arbeidsongeschiktheid van een uitkering op grond van deze wet, indien artikel 8, eerste lid, niet op hem van toepassing zou zijn; of c. recht krijgt op toekenning of verhoging in verband met toeneming van de arbeidsongeschiktheid van een invaliditeitspensioen, een pensioen ter zake van arbeidsongeschiktheid of een herplaatsings-

wachtgeld op grond van de in artikel 59c, eerste lid, onder c, bedoelde wettelijke regelingen en wiens mate van arbeidsongeschiktheid tenminste 15% bedraagt. 2. Een geldelijke bijdrage is verschuldigd een jaar nadat een in het eerste lid bedoeld recht is verkregen of zou zijn verkregen, tenzij de persoon, bedoeld in dat lid, wiens mate van arbeidsongeschiktheid is bepaald op minder dan 80 tot 100%, voor zijn resterende verdiencapaciteit door de werkgever in de gelegenheid wordt gesteld in zijn dienst passende arbeid te blijven verrichten. 3. Een reeds door de werkgever betaalde geldelijke bijdrage kan, zolang de dienstbetrekking voortduurt, op verzoek van de werkgever geheel of gedeeltelijk worden gerestitueerd, indien de persoon, bedoeld in het tweede lid, door de werkgever na betaling van de geldelijke bijdrage alsnog in de gelegenheid wordt gesteld voor zijn resterende verdiencapaciteit passende arbeid te gaan verrichten. 4. Een werkgever is in een kalenderjaar aan geldelijke bijdragen niet meer verschuldigd dan een bedrag van 5% van het totaal aan loon in de zin van de Coördinatiewet Sociale Verzekering of bezoldiging dat hij aan tot hem in dienstbetrekking staande personen over het kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin de geldelijke bijdrage verschuldigd is geworden, heeft betaald.

Artikel 59j

  • De geldelijke bijdrage wordt gesteld op het jaarloon van de persoon voor wie de geldelijke bijdrage is verschuldigd. Bij de berekening van het jaarloon wordt uitgegaan van het terzake van de dienstbetrekking overeengekomen vaste, naar tijdsruimte vastgestelde loon in de zin van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, of de overeengekomen vaste bezoldiging, zoals dat loon of die bezoldiging golden op de dag voorafgaande aan de eerste dag van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte. 2. Bij ministeriële regeling kan voor verschillende groepen van werkgevers, afhankelijk van het voor die groepen van werkgevers te bepalen arbeidsongeschiktheidsrisico, de hoogte van de geldelijke bijdrage lager worden vastgesteld en kunnen tevens nadere regels worden gesteld omtrent de bepaling van het loon of de bezoldiging waarnaar de geldelijke bijdrage wordt berekend. 3. Onder arbeidsongeschiktheidsrisico wordt verstaan het totale aantal toegekende uitkeringen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering gedeeld door het aantal voor die wet verzekerde werknemers, uitgedrukt in een percentage. 4. De bedrijfsvereniging stelt voor het onderdeel of de onderdelen van het bedrijfs-en beroepsleven, bedoeld in artikel 3 van de Organisatiewet Sociale Verzekering, waarover zij haar werking uitstrekt elk jaar uiterlijk in september het arbeidsongeschiktheidsrisico over het afgelopen kalenderjaar vast. Indien bij de bedrijfsvereniging werkgevers zijn aangesloten die voldoen aan het bepaalde in artikel 2, tweede lid, onder a of b, van de Wet arbeidsvoorwaardenontwikkeling gepremieerde en gesubsidi-eerde sector (Stb. 1985, 695), stelt de bedrijfsvereniging een afzonderlijk arbeidsongeschiktheidsrisico vast voor bij ministeriële regeling nader te bepalen groepen van werkgevers, genoemd in de bijlage bij het op grond van artikel 5, eerste en tweede lid, van genoemde wet getroffen besluit. 5. Het Algemeen burgerlijk pensioenfonds stelt voor de werkgevers van de verzekerden, bedoeld in artikel 8, eerste lid, die aanspraak of uitzicht hebben op pensioen terzake van arbeidsongeschiktheid krachtens de Algemene burgerlijke pensioenwet elk jaar uiterlijk in september het arbeidsongeschiktheidsrisico over het afgelopen kalenderjaar vast. 6. Voor de toepassing van het vijfde lid wordt onder arbeidsongeschiktheidsrisico verstaan het totale aantal aan de in het vijfde lid

genoemde verzekerden toegekende uitkeringen op grond van deze wet, gedeeld door het totale aantal genoemde verzekerden, uitgedrukt in een percentage. 7. Het Spoorwegpensioenfonds stelt voor de werkgever van de verzekerden, bedoeld in artikel 8, eerste lid, die aanspraak of uitzicht hebben op invaliditeitspensioen krachtens het Spoorwegpensioenfonds, elk jaar uiterlijk in september het arbeidsongeschiktheidsrisico over het afgelopen kalenderjaar vast. 8. Voor de toepassing van het zevende lid wordt onder arbeidsongeschiktheidsrisico verstaan het totale aantal aan de in het zevende lid bedoelde verzekerden toegekende uitkeringen op grond van deze wet, gedeeld door het totale aantal genoemde verzekerden, uitgedrukt in een percentage. 9. Voor de toepassing van het vijfde tot en met achtste lid wordt onder toegekende uitkeringen op grond van deze wet tevens verstaan uitkeringen, die aan de in die leden bedoelde verzekerden zouden zijn toegekend, indien artikel 8, eerste lid, niet op hen van toepassing zou zijn geweest.

Artikel 59k

  • Bij de vaststelling en invordering van de geldelijke bijdrage wordt op verzoek van de werkgever van de in artikel 6, eerste lid, onder a, bedoelde en met toepassing van artikel K2 van de Algemene burgerlijke pensioenwet of artikel K2 van de Spoorwegpensioenwet herplaatsbaar verklaarde verzekerde reeds door hem op grond van artikel K4 van beide genoemde wetten betaald herplaatsingswachtgeld in mindering gebracht. 2. Indien de werkgever van de in artikel 6, eerste lid, onder a, bedoelde verzekerde na betaling van de geldelijke bijdrage ten aanzien van die verzekerde herplaatsingswachtgeld verschuldigd wordt, wordt op zijn verzoek de geldelijke bijdrage: a. geheel gerestitueerd indien het door hem betaalde herplaatsingswachtgeld het bedrag van de geldelijke bijdrage overtreft; of b. gedeeltelijk gerestitueerd tot aan het bedrag van het door hem betaalde herplaatsingswachtgeld indien dit minder bedraagt dan het bedrag van de geldelijke bijdrage.

Artikel 59!

  • Bevoegd tot vaststelling, invordering of restitutie van de geldelijke bijdrage is: a. in de gevallen bedoeld in artikel 59i, eerste lid, onder a, de bedrijfsvereniging waarbij de in dat lid bedoelde werkgever is aangesloten; b. in de gevallen, bedoeld in artikel 59i, eerste lid, onder b en c, het Algemeen burgerlijk pensioenfonds of het Spoorwegpensioenfonds. 2. Op de vaststelling en invordering van de geldelijke bijdrage zijn de artikelen 11, vierde en vijfde lid, en 13 tot en met 16 van de Coördinatiewet Sociale Verzekering van overeenkomstige toepassing.

Artikel 59m

Het bepaalde in de vorige en deze paragraaf is niet van toepassing ten aanzien van: a. de werkgever van degene die een arbeidsverhouding heeft of aangaat als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder c, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; b. instellingen als bedoeld in artikel I-A1, onder d1 tot en met d5, d8 tot en met d10 en d12 van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (Stb. 985, 110);

  • degene die arbeidskrachten ter beschikking stelt, zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder i van de Arbeidsvoorzieningswet (Stb. 1990, 402), ten aanzien van die arbeidskrachten; d. de Jeugdwerkgarantieorganisaties, bedoeld in artikel 3 van de Jeugdwerkgarantiewet (Stb. 1991, 250); e. de banenpools, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder d, van de Rijksbijdrageregeling banenpools (Stcrt. 1990, 169); f. de Minister van Defensie als werkgever van degene die krachtens de Algemene militaire pensioenwet aanspraak of uitzicht heeft op pensioen terzake van arbeidsongeschiktheid of die zijn militaire dienstplicht of in plaats daarvan vervangende dienst vervuld.

S 3. De loonkostensubsidie

Artikel 59n

  • De Gemeenschappelijke Medische Dienst, het Algemeen burgerlijk pensioenfonds of het Spoorwegpensioenfonds kan een subsidie toekennen aan een werkgever die een privaat-of publiekrechtelijke dienstbetrekking in de zin van artikel 3 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of een op grond van de artikelen 4 of 5 van die wet daarmee gelijkgestelde arbeidsverhouding aangaat met een persoon die door Gemeenschappelijke Medische Dienst, het Algemeen burgerlijk pensioenfonds of het Spoorwegpensioenfonds is bemiddeld. 2. De subsidie bedraagt per jaar ten hoogste 20% van het overeengekomen bruto loon uit de dienstbetrekking, gedurende maximaal 4 jaar. 3. De Gemeenschappelijke Medische Dienst, het Algemeen burgerlijk pensioenfonds of het Spoorwegpensioenfonds kan aan een werkgever, aan wie op grond van het eerste lid subsidie is toegekend, ter tegemoetkoming in de kosten van training en begeleiding van de arbeidsongeschikte een eenmalige subsidie van ten hoogste f 4000,-toekennen. 4. Een subsidie op grond van dit artikel wordt niet toegekend indien aan de werkgever terzake van dezelfde dienstbetrekking een bonusuitkering als bedoeld in artikel 59c, eerste lid, dan wel een subsidie op grond van de Wet loonkostenreductieregeling op minimumloonniveau (Stb. 1990, 330) is toegekend. Indien op grond van dit artikel aan de werkgever subsidie is toegekend, bestaat terzake van dezelfde dienstbetrekking geen aanspraak op premievrijstelling op grond van de Wet ter bevordering van de werkgelegenheid van werkzoekenden die zeer langdurig werkloos zijn (Stb. 1989, 346). 5. De in het eerste lid bedoelde subsidie kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd indien de dienstbetrekking eindigt binnen de periode waarvoor de subsidie is toegekend, behoudens in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te geven gevallen, en overigens in de gevallen, bedoeld in artikel 59h, eerste lid, onder a en b. 6. De in het derde lid bedoelde subsidie kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd indien de dienstbetrekking eindigt binnen de periode waarvoor deze is aangegaan, behoudens in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te geven gevallen, en overigens in de gevallen, bedoeld in artikel 59h, eerste lid, onder a en b. 7. Ter financiering van in dit artikel bedoelde subsidies wordt aan de Gemeenschappelijke Medische Dienst, het Algemeen burgerlijk pensioenfonds alsmede aan het Spoorwegpensioenfonds ten laste van het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds een budget toegekend. Het budget wordt per kalenderjaar door het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds, onder goedkeuring van de Sociale Verzekeringsraad, vastgesteld. 8. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent:
  • de nadere voorwaarden voor toekenning van de in het eerste en derde lid bedoelde subsidies; b. de toekenning, uitbetaling en terugvordering van de subsidies; c. hetgeen overigens voor de uitvoering van dit artikel noodzakelijk is. 9. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald, dat dit artikel voor groepen werkgevers, dan wel voor categorieën dienstbetrekkingen of daarmee gelijkgestelde arbeidsverhoudingen buiten toepassing blijft. 10. De voordracht voor de in het vijfde, zesde, achtste en negende lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt gedaan door Onze Minister in overeenstemming met de ministers wie het mede aangaat.

In artikel 64, eerste lid, vervalt «33a», wordt na «34» ingevoegd «35» en wordt «57a of 58, eerste en tweede lid» vervangen door «57a, 58, eerste en tweede lid, of 59i, tweede en derde lid».

Artikel 65 wordt vervangen door:

Artikel 65

  • De bedrijfsvereniging doet zo spoedig mogelijk aan de Gemeenschappelijke Medische Dienst mededeling van gevallen, waarin zodanige mededeling redelijkerwijs van belang moet worden geacht met het oog op de werkzaamheden van die Dienst, omschreven in artikel 22a, eerste lid, van de Organisatiewet Sociale Verzekering. 2. Gevallen, waarin de arbeidsongeschiktheid voortduurt, worden uiterlijk in de zesde week na aanvang van de arbeidsongeschiktheid door de bedrijfsvereniging bij de Gemeenschappelijk Medische Dienst gemeld. 3. In gevallen waarin de arbeidsongeschiktheid voortduurt stelt de Gemeenschappelijke Medische Dienst in overleg met de werkgever en de werknemer, zodra een termijn van dertien weken na aanvang van de arbeidsongeschiktheid is verstreken, een reïntegratieplan op ten behoeve van de herintreding van de werknemer in het arbeidsproces. 4. De Sociale Verzekeringsraad stelt nadere regels omtrent de toepassing van het tweede lid. 5. De Sociale Verzekeringsraad kan, onder goedkeuring van Onze Minister, regels stellen met betrekking tot het bepaalde in het derde lid.

In artikel 68, onderdeel a, wordt na «artikel 57a» ingevoegd: dan wel het toekennen van de bonusuitkering, bedoeld in artikel 59c, eerste lid.

In artikel 69 wordt «Onze Minister» vervangen door: de Sociale Verzekeringsraad. In artikel 79 worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°. In het eerste lid worden de onderdelen b tot en met e vervangen door: b. betrekking heeft op de toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 8, derde en vierde lid;

  • betrekking heeft op de toepassing van artikel 35; d. een gehele of gedeeltelijke afwijzing inhoudt van een verzoek tot het in aanmerking brengen van voorzieningen als bedoeld in artikel 57, eerste en tweede lid, dan wel een vergoeding als bedoeld in artikel 57a, eerste lid; e. betrekking heeft op het verhaal, bedoeld in artikel 57, zesde lid; f. betrekking heeft op de toekenning, uitbetaling of terugvordering van de bonusuitkering, bedoeld in artikel 59c, eerste lid; g. betrekking heeft op de vaststelling, invordering en restitutie van de geldelijke bijdrage, bedoeld in artikel 59i, eerste lid; h. betrekking heeft op toekenning, uitbetaling of terugvordering van de subsidies, bedoeld in artikel 59n, eerste tot en met derde lid; 1. betrekking heeft op het recht op en de uitbetaling van een toelage als bedoeld in artikel 58, eerste lid; j. betrekking heeft op de toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 59a. 2°. In het tweede lid vervalt de zinsnede «artikel 45, tweede lid».

U In artikel 80 worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°. In het eerste lid worden de volgende wijzigingen aangebracht: a. De zinsnede «artikel 45, tweede lid» vervalt. b. Aan het lid wordt een nieuwe volzin toegevoegd, luidende: Op het beroep tegen een door het Algemeen burgerlijk pensioenfonds of de Minister van Defensie genomen beslissing, als bedoeld in artikel 79, eerste lid, onder b, is titel II van de Ambtenarenwet 1929 van overeenkomstige toepassing. 2°. Aan het tweede lid wordt een nieuwe volzin toegevoegd, luidende: In afwijking van het bepaalde in de vorige volzin wordt over het beroep tegen een door het Algemeen burgerlijk pensioenfonds of de Minister van Defensie genomen beslissing, als bedoeld in artikel 79, eerste lid, onder b, in eerste aanleg geoordeeld door het Ambtenarengerecht te 's-Gravenhage.

Artikel IV

De Werkloosheidswet (Stb. 1987, 93) wordt als volgt gewijzigd: De punt aan het slot van artikel 89 wordt vervangen door een puntkomma, waarna een nieuw onderdeel d wordt toegevoegd, luidende: d. het door de werkgever verschuldigde bedrag, bedoeld in artikel 35 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en artikel 46 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Artikel V

De Toeslagenwet (Stb. 1987, 91) wordt als volgt gewijzigd: In artikel 4 wordt onder vernummering van het tweede lid tot derde lid een nieuw tweede lid ingevoegd, luidende: 2. Voor de toepassing van het eerste lid worden perioden waarover de ongeschiktheid tot werken bestaat, samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan een maand opvolgen.

Artikel VI

De Wet arbeid gehandicapte werknemers (Stb. 1986, 300) wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 1 vervalt onderdeel d, waarna de aanduiding van de onderdelen e tot en met g wordt gewijzigd in d tot en met f.

B In artikel 3 worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°. In het eerste lid wordt de zinsnede «verplicht is er voor zorg te dragen dat het aantal bij hem in dienst zijnde gehandicapte werknemers per onderneming tenminste een bij die maatregel te bepalen deel uitmaakt van het totaal van de bij hem in dienst zijnde, in die onderneming werkzame werknemers» vervangen door: verplicht is er voor zorg te dragen dat het aantal bij hem in dienst zijnde gehandicapte werknemers tenminste een bij die maatregel te bepalen deel uitmaakt van het totaal van de bij hem in dienst zijnde werknemers. 2°. In het tweede lid wordt «ondernemingen, waarin» vervangen door: werkgevers, waarbij. 3°. In het vierde lid wordt «ten aanzien van een onderneming» vervangen door «door een werkgever» en wordt «in de onderneming» vervangen door «bij die werkgever». 4°. In het zesde lid vervalt de zinsnede «ten aanzien van een onderneming».

In artikel 4, eerste lid, vervalt de zinsnede «ten aanzien van een bepaalde onderneming».

In artikel 8, eerste lid, vervalt de zinsnede «dan wel indien artikel 33a van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, artikel 44a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of beide artikelen worden toegepast, dan wel indien beide situaties zich voordoen».

Na artikel 9 wordt de aanduiding van paragraaf 5 gewijzigd in: § 5. Registratie en informatieverstrekking.

Artikel 10 wordt vervangen door: 10. Een werkgever is verplicht, volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regelen: a. een administratie te voeren waaruit kan worden afgeleid welke dienstbetrekkingen met gehandicapte werknemers bestaan; b. aan de bedrijfsvereniging waarbij hij is aangesloten, het Algemeen burgerlijk pensioenfonds, dan wel de directie van het Spoorwegpensioenfonds, periodiek die opgaven en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn om te beoordelen in hoeverre aan de in artikel 2 neergelegde taakstelling is voldaan Na artikel 10 wordt een nieuwe paragraafaanduiding ingevoegd, luidende: § 5a. Uitvoering bijdrage-en tegemoetkomingsregeling.

H In artikel 11, zesde lid wordt «(Stb. 1955,7)» vervangen door: «(Stb. 1955,47)».

I In de titel van paragraaf 6 wordt «en» vervangen door: van.

In artikel 16 wordt onder vernummering van het tweede lid tot derde lid een nieuw tweede lid ingevoegd, luidende: 2. De organen welke met de uitvoering van deze wet zijn belast, de Gemeenschappelijke Medische Dienst, de Sociale Verzekeringsraad en de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, zijn volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regelen verplicht Onze Minister kosteloos de opgaven en inlichtingen te verstrekken die hij in verband met de uitvoering van deze wet nodig heeft.

In artikel 29 vervalt de zinsnede «en onder d».

Artikel VII

In artikel 10a, derde lid, van de Organisatiewet Sociale Verzekering (Stb. 1989, 119) wordt de zinsnede « artikel 60, tweede lid» vervangen door: artikel 60, vijfde lid.

Artikel VIII

De Wet financiering volksverzekeringen (Stb. 1989, 129) wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 35 worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°. In het eerste lid wordt de aanduiding van onderdeel d gewijzigd in e, waarna een nieuw onderdeel wordt ingevoegd, luidende: d. de teruggevorderde bonusuitkering, alsmede de geldelijke bijdrage, bedoeld in respectievelijk artikel 59c, eerste lid en artikel 59i, eerste lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet; 2°. Aan het tweede lid worden, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door een puntkomma, twee nieuwe onderdelen toegevoegd, luidende: f. de bonusuitkering bedoeld in artikel 59c, eerste lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet; g. het op grond van artikel 59n, zevende lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet aan de Gemeenschappelijke Medische Dienst, het Algemeen burgerlijk pensioenfonds en het Spoorwegpensioenfonds toe te kennen budget.

B In artikel 37 worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1 °. In onderdeel a wordt de zinsnede «en de Gemeenschappelijke Medische Dienst» vervangen door: , het Algemeen burgerlijk pensioenfonds, het Spoorwegpensioenfonds en de Gemeenschappelijke Medische Dienst. 2°. In onderdeel b wordt na «bedrijfsverenigingen» ingevoegd: , het Algemeen burgerlijk pensioenfonds en het Spoorwegpensioenfonds.

Artikel IX

De Wet aanpassing uitkeringsregelingen overheveling opslagpremies (Stb. 1989, 127) wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 19 vervalt «,33a».

B Na artikel 19 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 19a

Voor de toepassing van artikel 35 van de AAW wordt onder het door de werkgever verschuldigde bedrag mede verstaan de overhevelingstoesiag die op grond van artikel 1 van de Wet overhevelingstoeslag opslagpremies op het in dat artikel bedoelde loon zou zijn toegekend indien dat loon tot uitbetaling was gekomen.

C Artikel 31 vervalt.

D In artikel 41 vervalt «,44a».

E Na artikel 41 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 41 a

Voor de toepassing van artikel 46 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt onder het door de werkgever verschuldigde bedrag mede verstaan de overhevelingstoeslag die op grond van artikel 1 van de Wet overhevelingstoeslag opslagpremies op het in dat artikel bedoelde loon zou zijn toegekend indien dat loon tot uitbetaling was gekomen.

Artikel X

Het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 1638e worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°. Het zevende lid wordt vervangen door: Van dit artikel mag alleen bij schriftelijke overeenkomst of bij reglement worden afgeweken. Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde aanspraak op het voor de arbeider geldende wettelijk minimumloon mag ten nadele van de arbeider slechts in zoverre worden afgeweken dat bedongen kan worden dat de arbeider voor de eerste twee dagen van de daar bedoelde periode van zes weken geen aanspraak op loon heeft. 2°. Na het zevende lid wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende: Voor de toepassing van het eerste en zevende lid worden perioden waarin de arbeider ten gevolge van ziekte verhinderd is geweest zijn arbeid te verrichten, samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan een maand opvolgen.

B In artikel 1638dworden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°. In het tweede lid wordt «, zesde en zevende lid» vervangen door: en zesde lid. 2°. Na het tweede lid wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende: Van de bepalingen van dit artikel mag alleen bij schriftelijke overeenkomst of bij reglement worden afgeweken.

In artikel 1638ee wordt het tweede lid vervangen door: In afwijking van het eerste lid kan bij schriftelijke overeenkomst of bij reglement overeengekomen worden dat dagen of gedeelten van dagen waarop de arbeider de bedongen arbeid niet verricht wegens de reden bedoeld in artikel 1638dd, vijfde lid, als vakantiedagen worden aangemerkt, met dien verstande dat hij tenminste recht houdt op de vakantie bedoeld in artikel 1638bb.

Artikel XI

De Algemene Ouderdomswet (Stb. 1990, 129) wordt als volgt gewijzigd: In artikel 52, tweede lid, vervalt de zinsnede «of ingevolge artikel 20, tweede lid,».

B In artikel 53, eerste lid, vervalt de zinsnede «of ingevolge artikel 20, tweede lid».

Artikel XII

De Algemene Weduwen-en Wezenwet (Stb. 1990, 130) wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 52, tweede lid, vervalt de zinsnede «of ingevolge artikel 32, tweede lid».

B In artikel 53, eerste lid, vervalt de zinsnede «of ingevolge artikel 32, tweede lid,».

Artikel XIII

De Algemene Burgerlijke Pensioenwet (Stb. 1986, 540) wordt als volgt gewijzigd: Aan artikel F10 wordt een nieuw vijfde lid toegevoegd, luidende: 5. Indien de wijziging van de invaliditeitsgraad verband houdt met een voltooide scholing of opleiding gaat deze wijziging niet eerder in dan één jaar na voltooiing van die scholing of opleiding. Indien de belanghebbende eerder inkomsten uit of in verband met arbeid geniet, is artikel J20, eerste lid, tot uiterlijk het einde van dat jaar van overeenkomstige toepassing.

Artikel XIV

De Spoorwegpensioenwet (Stb. 1986, 541) wordt als volgt gewijzigd: Aan artikel F8 wordt een nieuw vierde lid toegevoegd, luidende: 4. Indien de wijziging van de invaliditeitsgraad verband houdt met een voltooide scholing of opleiding, gaat deze wijziging niet eerder in dan één jaar na voltooiing van die scholing of opleiding. Indien de belanghebbende eerder inkomsten uit of in verband met arbeid geniet is artikel J20, eerste lid, tot uiterlijk het einde van dat jaar van overeenkomstige toepassing.

Artikel XV

Regeling voor het overheidspersoneel Voor personen in dienst van staat, provincie, gemeente, waterschap of enig ander publiekrechtelijk lichaam dan wel van de NV Nederlandse Spoorwegen geldt dat bij algemeen verbindend voorschrift kan worden bepaald dat dagen of gedeelten van dagen waarop betrokkene zijn dienst wegens ziekte niet verricht, als vakantiedagen worden aangemerkt met dien verstande dat betrokkene ten minste recht houdt op vakantie van 20 dagen of 160 uur per kalenderjaar, dan wel -indien betrokkene in deeltijd werkzaam is of de arbeidsverhouding niet het hele kalenderjaar duurt -op een evenredig gedeelte daarvan.

Artikel XVI

  • Tot een bij koninklijk besluit nader te bepalen tijdstip wordt artikel 59j, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet als volgt gelezen: De geldelijke bijdrage wordt gesteld op de helft van het jaarloon van de persoon voor wie de geldeiijke bijdrage is verschuldigd. 2. De werkgever, bedoeld in artikel 59i, eerste lid, is geen geldelijke bijdrage verschuldigd, indien de eerste dag van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte gelegen is meer dan een jaar voor de datum van inwerkingtreding van deze wet.

Artikel XVII

Artikel 29a van de Ziektewet vervalt drie jaar na de dag van inwerkingtreding daarvan, tenzij voor die dag bij algemene maatregel van bestuur anders wordt bepaald

Artikel XVIII

Ten aanzien van degene, die op de dag, voorafgaande aan die waarop artikel II, onderdeel K, en artikel III, onderdeel L, in werking treden, recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en wiens mate van arbeidsongeschiktheid waarnaar die uitkering is berekend is vastgesteld met toepassing van artikel 44a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of artikel 33a van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, blijven deze artikelen van toepassing zolang de periode van twee jaar, bedoeld in het tweede lid van deze artikelen, niet is verstreken.

Artikel XIX

De werkgever van de in artikel 8, eerste lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet bedoelde verzekerde is verplicht gevallen, waarin de

arbeidsongeschiktheid op de dag, waarop het ingevolge artikel III, onderdeel C, van deze wet aan artikel 8 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet toegevoegde vijfde lid in werking treedt, reeds langer dan zes maanden voortduurt, binnen twee maanden na die dag te melden bij de op grond van het derde lid van laatstgenoemd artikel aangewezen lichamen.

Artikel XX

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.