Inhoudsopgave

Tekst

Nr. 20

Wijziging van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag en van een aantal sociale zekerheidswetten, houdende vaststelling van een stelsel van koppeling van minimumloon en uitkeringen aan de loonontwikkeling met de mogelijkheid tot afwijking. Wet koppeling met afwijkingsmogelijkheid.

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 's-Gravenhage, 19 augustus 1991

  • Inleiding

Bij de mondelinge behandeling van het Wetsvoorstel koppeling met afwijkingsmogelijkheid (WKA) in de Tweede Kamer zijn door het lid van de fractie van D66 mevrouw Groenman vragen gesteld over de invloed van de verlenging van het wettelijke zwangerschaps-en bevallingsverlof op het volume van de Ziektewet. Aanleiding voor deze vragen was een persbericht van het Nederlands Instituut voor Arbeidsomstandigheden (NIA) van 24 jum jl. Bij deze gelegenheid heb ik toegezegd na te gaan in welke mate het ziekteverzuimcijfer wordt beÔnvloed door het zwangerschaps-en bevallingsverlof.

  • Persbericht NIA

In het persbericht van het NIA wordt gerept van een stijging van het ziekteverzuimpercentage van 8,8 over 1989 tot 9,1 in 1990. Van deze stijging met 0,3 procentpunt zou volgens het NIA 0,2 procentpunt worden veroorzaakt door de verlenging van het zwangerschaps-en bevallingsverlof van 12 tot 16 weken (zie Trouw van 25 juni jl.). Het NIA constateert dat ęde reŽle stijging van het verzuim in 1990 aanzienlijk geringer is geweest dan op grond van de cijfers werd aangenomenĽ. Met reŽel verzuim wordt in dit verband bedoeld het verzuim gecorrigeerd voor zwangerschaps-en bevallingsverlof.

Het persbericht van het NIA wekt verwarring. Genoemde verzuimpercentages, gebaseerd op de verzuimstatistiek van het NIPG/TNO, hebben namelijk alleen betrekking op het verzuim bij vrouwen. Een stijging van het verzuim bij vrouwen van 0,3 procentpunt correspondeert globaal bezien met een stijging van het totale verzuimpercentage (mannen en vrouwen) met 0,05%-punt en een toename van de bruto-uitkeringslasten in de ZW met ca. 90 mln. Tegenover deze stijging van het verzuim bij 1U229F ISSN 0921737 ISdu Uitgeverij Plantijnstraat 's Gravenhage 1991

vrouwen staat in de NIPG/TNO-statistiek een daling van het verzuimpercentage bij mannen van 6,4 naar 6,3. Het totale verzuimpercentage is volgens deze statistiek in 1990 constant gebleven. Bij deze gegevens kunnen enkele kanttekeningen worden geplaatst. In de NIPG/TNO-statistiek is het ziekteverzuimpercentage gedefinieerd als de verhouding tussen het aantal ziektedagen en het aantal kalenderdagen in een jaar. Voor het volume van de Ziektewet (ZW) is echter de verhouding tussen het aantal uitkeringsdagen en het aantal verzekerde dagen (werkdagen) van belang. Bovendien is deze statistiek gebaseerd op een steekproef onder bedrijven met meer dan 50 werknemers. De meerjarenramingen voor de ZW zijn daarentegen gebaseerd op gegevens ontleend aan de uitkeringsadministraties van de uitvoeringsorganen voor de Ziektewet, samengebracht in publicaties van de Sociale Verzekeringsraad (SVr). Deze gegevens berusten derhalve op een integrale telling onder alle bij de ziekengeldkassen aangesloten werkgevers. Uitgaande van de maandstatistiek ZW van de SVr wordt momenteel voor het jaar 1990 een toename van het ziekteverzuimpercentage met ca. 0,5 procentpunt voorzien. Slechts Y'o deel van deze stijging, namelijk eerdergenoemde 0,05 procentpunt, kan worden toegeschreven aan de ontwikkeling van het ziekteverzuim bij vrouwen.

In tegenstelling tot wat uit de berichtgeving door het NIA zou kunnen worden afgeleid, heeft de ontwikkeling van het ziekteverzuimpercentage bij vrouwen derhalve slechts een beperkte invloed gehad op de ontwikkeling van het totale ziekteverzuimpercentage in 1990.

  • Invloed van het zwangerschaps-en bevallingsverlof op het volume van de ZW

Uit de laatst gepubliceerde jaarverslagen (1989) van de bedrijfsverenigingen blijkt dat 14000 uitkeringsjaren betrekking hebben op zwanger-schaps-en bevallingsverlof. Dit is ca. 7% van het totale volume ZW. Over de jaren 1985 t/m 1989 gezien blijft dit percentage vrij constant. In hoeverre de nieuwe regeling betreffende de verlenging en flexibilisering van het zwangerschaps-en bevallingsverlof in 1990 leidt tot een groter aandeel van zwangerschaps-en bevallingsverlof op het totaal van het volume van de ZW is nu nog niet te zeggen, aangezien nog niet alle gegevens over 1990 van de bedrijfsverenigingen bekend zijn. Overigens zij opgemerkt dat momenteel een evaluatieonderzoek wordt gehouden naar de effecten van de nieuwe regeling op o.a. ziekteverzuim na het bevallingsverlof.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, E. ter Veld

 
 

Meer informatie

 
 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.