Inhoudsopgave

Tekst

Nr. 10 Herdruk

l.v.m. correctie v.h. ondernummer.

NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen 14 juni 1991

A. In artikel I, onderdeel A 1, wordt het voorgestelde artikel 14 als volgt gewijzigd:

  • Het zesde en zevende lid worden vervangen door:
  • Indien per 1 januari toepassing is gegeven aan het vijfde lid, blijft per 1 juli van hetzelfde jaar de toepassing van het tweede lid achterwege. Indien echter inmiddels gebleken is dat de grond voor de toepassing van het vijfde lid niet langer aanwezig is, wordt het bedrag, genoemd in artikel 8, eerste lid, onder a, met ingang van 1 juli van hetzelfde jaar alsnog door Onze Minister herzien overeenkomstig het verschil tussen de ontwikkeling van de contractlonen zoals deze voor het betrokken jaar, blijkens bekendmaking in het Centraal Economisch Plan in dat jaar, is geraamd en de herziening die per 1 januari heeft plaatsgevonden. 7. Indien per 1 juli toepassing gegeven wordt aan het vijfde lid dan wel het zesde lid, eerste volzin, toepassing heeft gevonden, blijft per 1 januari van het eerstvolgende jaar de toepassing van het eerste lid, onder b, achterwege.
  • In het tiende lid wordt «het eerste tot en met het vierde lid» vervangen door: het eerste tot en met het vierde en het zesde lid.
  • In het elfde, twaalfde en zestiende lid wordt telkens «het eerste tot en met het vijfde» vervangen door: het eerste tot en met het zesde.

B. Na artikel I wordt, onder vernummering van artikel II tot artikel III, een nieuw artikel II ingevoegd, luidende:

Artikel II

  • Indien voor de eerste maal toepassing aan artikel 14 van de Wet minimumloon en mimmumvakantiebijslag, zoals dat ingevolge deze wet komt te luiden, wordt gegeven per 1 januari en deze toepassing niet het

vijfde lid betreft, blijft de toepassing van het eerste lid, onder b, achterwege. 2. Indien voor de eerste maal toepassing aan artike! 14 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, zoals dat ingevolge deze wet komt te luiden, wordt gegeven per 1 juli en deze toepassing niet het vijfde lid betreft, vindt de herziening plaats overeenkomstig het verschil tussen de herziening die per 1 januari daaraan voorafgaand heeft plaatsgevonden en de ontwikkeling van contractlonen zoals deze voor het betrokken jaar, blijkens bekendmaking in het Centraal Economisch Plan in dat jaar, wordt geraamd.

  • Indien de eerste toepassing van artikel 14 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag na de inwerkingtreding van deze wet, niet de toepassing van het vijfde lid van genoemd artikel betreft, kan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, voor zover deze eerste toepassing er toe zou leiden dat de herziening van het bedrag, genoemd in artikel 8, eerste lid, onder a, van de genoemde wet, gerekend over het betrokken jaar, hoger is dan de ontwikkeling van de contractlonen zoals deze blijkens bekendmaking in de Macro-Economische Verkenningen onderscheidenlijk in het Centraal Economisch Plan voor hetzelfde jaar wordt geraamd, bedoelde herziening, in afwijking van artikel 14, eerste en tweede lid, van die wet, naar evenredigheid lager vaststellen.

Toelichting Uit het oorspronkelijke zesde lid van het voorgestelde artikel 14 vloeit voort dat een afwijking van de koppeling per 1 januari, voor het gehele jaar geldt. De desbetreffende algemene maatregel van bestuur omvat derhalve zowel de vaststelling per 1 januari als die per 1 juli (in de regel zal de amvb voor beide tijdstippen afzonderlijk de aanpassing regelen, bijvoorbeeld: indien de loonraming 5% bedraagt, zou in die algemene maatregel van bestuur in afwijking van deze raming 1.5% per 1 januari en 1.5% per 1 juli kunnen worden toegekend). Volgens deze bepaling is het niet mogelijk in het geval van een afwijking per 1 januari, alsnog per 1 juli tot koppeling over te gaan. Onderdeel A van deze nota van wijziging -reeds aangekondigd in de memorie van antwoord -strekt ertoe die mogelijkheid te openen. De oorspronkelijke bepaling blijft als hoofdregel bestaan (de eerste volzin van het nieuwe zesde lid), maar er wordt een uitzonderingsbepaling aan toegevoegd (de tweede volzin). Deze uitzonderingsbepaling treedt in werking indien de grond voor afwijking is komen te vervallen. De reden van deze nota van wijziging is dat de regering vindt dat er koppeling aan de lonen moet plaatsvinden als er geen grond voor afwijking is, ook als per 1 januari is ontkoppeld. Alsnog koppelen betekent dat op 1 juli een niveauaanpassing plaats zal vinden ter hoogte van de contractloonraming op jaarbasis in het CEP van het betreffende jaar minus de aanpassing -welke overigens ook gelijk aan nul kan zijn -die in januari reeds was verstrekt. Het herstel van de koppeling op 1 juli zal uitsluitend plaatsvinden als er geen redenen meer zijn voor afwijking. Dit herstel heeft, zoals gezegd, het karakter van een uitzonderingsbepaling op de hoofdregel dat een afwijking voor een heel jaar geldt. Omdat een afwijking zal worden ingebed in het inkomensbeleid alsook in het werkgelegenheidsbeleid, die beide in beginsel voor het hele begrotingsjaar worden ontwikkeld, is het wenselijk dat de afwijking in principe voor een heel jaar geldt. Dit maakt als regel een tussentijdse herziening van een ontkoppelingsbesluit als hier aan de orde, minder gewenst. Daarbij is ook van belang dat aan een besluit tot afwijking per 1 januari een zorgvuldige afweging ten grondslag zal liggen. Of er aanleiding is de koppeling tussentijds te herstellen zal eveneens zorgvuldig moeten worden vastgesteld. Ramingen van het CPB zoals bekendgemaakt in het CEP en in overige publikaties zullen dan ook ondubbelzinnig moeten aangeven dat de grond voor afwijking is komen te vervallen. Dit houdt mede in dat herstel van de koppeling er niet toe mag leiden dat er opnieuw een grond voor afwijking ontstaat. Herste! van de koppeling zal alleen plaatsvinden als inmiddels blijkt dat anders dan het zich eerder liet aanzien het verhou dingsgetal inactieven/actieven de 0,86 (ijkpunt voor deze regering) noch op korte, noch op lange termijn overschrijdt. Wordt overeenkomstig de tweede volzin van het zesde lid per 1 juli alsnog gekoppeld, dan zal dit -conform de systematiek van de WKA -geschieden in de vorm van een ministerieel besluit.

In het zevende lid zijn in verband met de nieuwe opzet van het zesde lid, enige wijzigingen aangebracht. Inhoudelijk gezien is de strekking van dit lid echter ongewijzigd gebleven: in de situatie dat de vaststelling per 1 juli «afwijkend» heeft plaatsgevonden -omdat op grond van het vijfde lid afzonderlijk per 1 juli is ontkoppeld óf de ontkoppeling per 1 januari voor het gehele jaar is blijven gelden -, blijft bij de januariaanpassing in het eerstvolgende jaar de onder b van het eerste lid beschreven component buiten toepassing.

De aanpassingen in het tiende, elfde, twaalfde en zestiende lid zijn louter technisch van aard.

Onderdeel B van deze nota van wijziging voorziet in de -in de memorie van toelichting en memorie van antwoord bij het wetsvoorstel aangekondigde -overgangsbepaling bij inwerkingtreding van de wet. Het eerste lid van artikel II voorziet erin dat bij een inwerkingtreding van de wet per 1 januari de correctie in verband met de aanpassingen in het voorafgaande jaar achterwege blijft. Aangezien in dat jaar de nieuwe aanpassingssystematiek nog niet gold is er immers ook geen reden voor een correctiemechanisme. Op soortgelijke wijze zorgt het tweede lid ervoor dat bij een inwerkingtreding per 1 juli de aanpassing per die datum zodanig is dat het totaal van de aanpassingen in dat jaar overeenkomt met het totaal dat zou hebben geresulteerd indien de wet reeds het gehele jaar van toepassing zou zijn geweest. Het derde lid tenslotte biedt de mogelijkheid voor een correctie indien de aanpassingen in het jaar van invoering op jaarbasis hoger zouden uitvallen dan de ontwikkeling van de contractlonen op jaarbasis.

Deze -éénmalige -mogelijkheid voor correctie is gewenst omdat bij de overgang van het oude naar het nieuwe stelsel tweemaal sprake is van overloop, namelijk uit hoofde van het oude stelsel en uit hoofde van het feit dat de lonen op jaarbasis, dat wil zeggen inclusief overloop, uitgangspunt vormen voor het koppelingsmechanisme in het nieuwe stelsel. Dit probleem doet zich slechts éénmaal voor, namelijk op het moment van invoering.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid B. de Vries De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid E. ter Veld

 
 

Meer informatie

 
 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.