Advies raad van state, nader rapport - Nadere wijziging van de Werkloosheidswet (Wijziging enkele bepalingen inzake het recht op uitkering)

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

ADVIES RAAD VAN STATE

Aan de Koningin

NADER RAPPORT

Aan de Koningin

's-Gravenhage, 14 februari 1990

's-Gravenhage, 13 juni 1990

Bij Kabinetsmissive van 6 november 1989, no. 89.027480, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voorstel van wet met memorie van toelichting, houdende nadere wijziging van de Werkloosheidswet (Wijziging enkele bepalingen inzake het recht op uitkering). 1. Zowel in het algemeen gedeelte van de memorie van toeüchting als in de artikelsgewijze toelichting wordt vermeld dat wordt beoogd de maximeringsregels, voortvloeiende uit besluiten van de Sociale Verzekeringsraad ex artikel 16, vierde lid (artikel I, onderdeel A), uitsluitend toe te passen ten aanzien van de werkloze die in de dienstbetrekking waaruit hij werkloos is geworden een excessief aantal uren heeft gewerkt. In tegenstelling tot wat in de artikelsgewijze toelichting wordt medegedeeld is die beperking niet in de wettekst tot uitdrukking gebracht. De Raad van State adviseert de tekst van het voorgestelde artikel in overeenstemming te brengen met hetgeen wordt beoogd.

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw Kabinet van 6 november 1989, nr. 89 027480, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 14 februari 1990, no. W12.89 0642, bied ik u hierbij aan.

  • De Raad van State wijst erop, dat zowel in het algemeen gedeelte van de memorie van toelichting als in de artikelsgewijze toelichting wordt vermeld dat wordt beoogd de maximeringsregels, voortvloeiende uit besluiten van de Sociale Verzekeringsraad ex artikel 16, vierde lid (artikel I, onderdeel A), uitsluitend toe te passen ten aanzien van de werkloze die in een dienstbetrekking waaruit hij werkloos is geworden een excessief aantal uren heeft gewerkt. De Raad merkt terecht op, dat die beperking niet in de wettekst tot uitdrukking is gebracht. Ik heb dan ook overeenkomstig het advies van de Raad van State de tekst van artikel 16, vierde lid, aangepast, waarbij ik van de gelegenheid gebruik heb gemaakt de tekst beter af te stemmen op het tweede lid van artikel 16.
  • Voorts wordt in het algemeen gedeelte en in de artikelsgewijze toelichting opgemerkt dat voor de genoemde maximeringsregels de ministeriële goedkeuring is vereist. In de artikelsgewijze toelichting wordt daarbij verwezen naar het nieuwe artikel 119 (artikel I, onderdeel N). Dit artikellid betreft echter uitsluitend de goedkeuring door de Sociale Verzekeringsraad van regelgeving ingevolge artikel 18, tweede lid, en niet artikel 16, tweede lid, waarnaar in de toelichting wordt verwezen. Wettekst en toelichting waren op elkaar af te stemmen.
  • Voor enkele redactionele kanttekeningen moge het college verwijzen naar de bij het advies behorende bijlage.

De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De Vice-President van de Raad van State, W. Scholten Lijst van redactionele kanttekeningen, behorende bij het advies no. W12.89.0642 van de Raad van State van 14 februari 1990.

-In artikel I, onderdeel I, moet in plaats van «artikel 42, derde lid» worden gelezen: artikel 42, tweede lid. -In artikel I, onderdeel L, dient de volgorde van de punten 2° en 3° te worden omgekeerd. -In artikel I, onderdeel 0, moet «artikel 19, tweede lid» worden gewijzigd in: artikel 119, tweede lid.

  • De Raad wijst er tevens op, dat in de artikelsgewijze toelichting voor wat betreft ministeriële goedkeuring van de maximeringsregels, als bedoeld in artikel 16, abusievelijk wordt verwezen naar het nieuwe artikel 119 en niet naar het in verband daarmee gewijzigde artikel 116, eerste lid. Deze fout in de memorie van toelichting is hersteld.

Voorts deel ik U nog mede dat het wetsvoorstel is aangepast naar aanleiding van de door de Raad van State gemaakte redactionele kanttekeningen. Bovendien is wegens het feit, dat momenteel bij de Eerste Kamer een wetsvoorstel in behandeling is, waarin een zelfde artikel wordt gewijzigd als in het onderhavige wetsvoorstel, in dit voorstel een nieuw artikel III ingevoegd .

Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, E. terVeld

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.