Oorspronkelijke tekst van het voorstel van wet en van de memorie van toelichting zoals voorgelegd aan de raad van state en voor zover nadien gewijzigd - Nadere wijziging van de Werkloosheidswet (Wijziging enkele bepalingen inzake het recht op uitkering)

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

OORSPRONKELIJKE TEKST VAN HET VOORSTEL VAN WET EN VAN DE MEMORIE VAN TOELICHTIIMG ZOALS VOORGELEGD AAN DE RAAD VAN STATE EN VOOR ZOVER NADIEN GEWIJZIGD TEKST VAN HET WETSVOORSTEL 1. Het in artikel 1, onderdeel A voorgestelde vierde lid van artikel 16 van de Werkloosheidswet luidde aanvankelijk: 4. De Sociale Verzekeringsraad is bevoegd voor groepen van werknemers te bepalen welk aantal van de in de 26 weken gemiddeld per week in de onmiddellijk aan de werkloosheid voorafgaande dienstbetrekking verloren arbeidsuren voor de toepassing van het tweede lid ten hoogste in aanmerking wordt genomen. 2. In artikel I, onderdeel I, is 'artikel 42, derde lid' vervangen door: artikel 42, tweede lid.

  • In artikel I, onder L zijn de onderdelen 2° en 3° omgewisseld.
  • In artikel I, onderdeel 0, is '19' vervangen door: 119.
  • Na artikel II is een nieuw artikel III ingevoegd.

TEKST VAN DE MEMORIE VAN TOELICHTING 1. In de paragraaf Omschrijving van het werkloosheidsbegrip van hoofdstuk 5 luidde de laatste volzin van de alinea, die begint met 'lk acht het niet juist bij de beoordeling' aanvankelijk: Met de gebezigde terminologie moet echter een terugkeer naar de oude jurisprudentie niet denkbeeldig worden geacht omdat de voorgestelde bepaling op zich daartoe ruimte biedt. 2. De artikelsgewijze toelichting bij artikel I, onderdeel A, luidde vanaf de derde alinea aanvankelijk: Met betrekking tot de maximeringsbepaling wil ik, in aansluiting op hetgeen in het algemeen deel is opgemerkt, er nog op wijzen, dat de bepaling zodanig is geredigeerd dat het maximum alleen kan worden toegepast, indien in de dienstbetrekking, waaruit de betrokkene werkloos is geworden een excessief aantal uren is gewerkt. Deze bevoegdheid mag er niet toe leiden, dat regels worden gesteld op grond waarvan een lager aantal uren in aanmerking wordt genomen indien de betrokkene meer dan éèn dienstbetrekking had of naast in dienstbetrekking als zelfstandige werkzaam was en in die dienstbetrekking of die dienstbetrekkingen tijdens een normaal aantal uren werkzaam was. In verband met het feit, dat de bepalingen van procedurele aard in de WW in een apart hoofdstuk zijn ondergebracht, is de bepaling dat voor het stellen van de maximeringsregels de ministeriële goedkeuring is vereist, opgenomen in een nieuw tweede lid van artikel 119.

013929F ISSN0921737 ISDU uitgevenj '

s Gravenhage 1990

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.