Inhoudsopgave

Tekst

Sprekers


Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van: -het wetsvoorstel Wijziging van het Burgerlijk Wetboek en van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen (gelijke behandeling van mannen en vrouwen op het terrein van de bovenwettelijke sociale zekerheid) (20890) (Zie de vergaderingen van 31 januari en 6 februari 1990.)

De algemene beraadslaging wordt hervat.

©

De voorzitter: In derde termijn is het woord aan mevrouw Groenman.

©

L.S. (Louise)  GroenmanMevrouw Groenman (D66): Voorzitter! Verleden week, bij de behandeling van het wetsvoorstel inzake gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de pensioensfeer, zijn wij uitvoerig stil blijven staan bij de problemen die zich kunnen voordoen bij de actuariŽle berekening van sterfterisico's, problemen die raken aan de principes van gelijke behandeling en solidariteit van mannen en vrouwen. Andere fracties waren het met mij eens dat het om een principieel probleem gaat. Het nu bij amendement zo regelen dat aan het principe van gelijke behandeling en solidariteit van mannen en vrouwen afdoende recht wordt gedaan, ging Kamer en regering in verband met uitwerkingsproblemen in de praktijk en wellicht internationale consequenties echter te ver. Om dit punt toch op de agenda te houden werd besloten, onder intrekking van het amendement op stuk nr. 14 de problematiek in een motie te vervatten. De ondertekenaars van de motie beogen hiermee, het punt op de agenda te houden, zeker nu ook de staatssecretaris in het debat heeft gezegd dat zij het probleem onderkent en het nog eens wil bekijken. De motie is dus uitdrukkelijk niet bedoeld als kritiek op het beleid van de staatssecretaris, maar meer als een steun in de rug als zij gaat overleggen met "de pensioenwereld". Ze is dus bedoeld als een richtinggevend signaal van de Kamer.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging;

overwegende, dat het binnen afzonderlijke, aanvullende pensioenregelingen hanteren van het statistische gegeven dat vrouwen binnen onze gehele bevolking langer leven dan mannen, kan leiden tot verschillen tussen mannen en vrouwen op individueel niveau waar het de werkgeverspremielasten dan wel het pensioenresultaat betreft, hetgeen tevens afbreuk kan doen aan de solidariteit tussen mannen en vrouwen;

van mening, dat voor dit ook door de regering onderkende probleem een oplossing gevonden dient te worden;

overwegende, dat het op korte termijn uitwerken van het principe van solidariteit wellicht voor bepaal-de vormen van pensioenregelingen tot technische en internationale complicaties kan leiden;

verzoekt de regering, na te gaan op welke wijze recht gedaan kan worden aan het principe van solidariteit bij de berekening van sterfterisico's in pensioenregelingen en de Kamer daarover zo mogelijk voor 1 mei te rapporteren, en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Groenman, Linschoten, Kalsbeek-Jasperse en Soutendijk-van Appeldoorn. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund. Zij krijgt nr. 22 (20890).

©

E. (Elske) ter VeldStaatssecretaris Ter Veld: Voorzitter! Ik heb net de inhoud van de motie vernomen. Het probleem is al uitgebreid besproken. Ik meen dat mevrouw Groenman letterlijk heeft gezegd: zeker nu ook de staatssecretaris heeft gezegd dit probleem te onderkennen en te willen onderzoeken om te kijken of er een oplossing mogelijk is, moet de motie worden beschouwd als een steun in de rug. Ik wijs erop dat, wanneer men veel kussens in een stoel legt voor steun in de rug, het risico bestaat dat men zelf niet meer in de stoel past. Maar ik ga er in dit geval van uit dat er voor mij nog voldoende ruimte in die stoel over is. Ik zal dit kussen dan ook maar in dank aanvaarden. Ik maak van deze gelegenheid gebruik om nog iets te zeggen over het amendement op stuk nr. 12 van mevrouw Soutendijk en mevrouw Kalsbeek over de algemeenverbindendverklaring. In april gaat er een adviesaanvraag naar de SER over een verruiming van de wet inzake de algemeenverbindendverklaring van arbeidsvoorwaarden, ook betreffende arbeidsomstandigheden en arbeidsmarktbeleid. Ik adviseer de Kamer om de discussie over de algemeenverbindendverklaring uit te stellen en dus dit amendement aan te houden totdat de wet inzake de algemeenverbindendverklaring in deze Kamer opnieuw aan de orde is.

De voorzitter: Begrijp ik goed dat u een amendement wil aanhouden?

Staatssecretaris Ter Veld: Sorry, ik vraag de indieners van het amendement om dit amendement in te dienen bij de discussie in dit huis naar aanleiding van de aandeordestelling van het wetsontwerp inzake de algemeenverbindendverklaring. Volgens de procedureafspraken zal dit vermoedelijk eind van dit jaar het geval zijn.

De voorzitter: Wat moet er naar uw oordeel met het amendement gebeuren?

Staatssecretaris Ter Veld: intrekken.

Nu

Staatssecretaris Ter Veldundefined Zaken en Werkge/egenhe/d De voorzitter: Uw advies aan de Kamer is dus om het amendement in te trekken.

Staatssecretaris Ter Veldundefined: Dat advies had ik al gegeven. Ik doe het nog een keer, omdat ik uit de stemmingslijst niet kon opmaken of dat al gebeurd was.

Mevrouw Soutendijk-van Appeldoorn (CDA): Ik neem aan dat ik namens de mede-indienster van het amendement kan zeggen dat de toezegging en de uiteenzetting van de staatssecretaris ons aanleiding geven om het amendement in te trekken.

Staatssecretaris Ter Veld: Bedankt.

©

B.J. (Bas) van der VliesDe heer Van der Vlies (SGP): De staatssecretaris heeft zojuist de bereidheid getoond om het aangeboden kussen maar in haar stoel te leggen. Nu weten wij uit ervaring dat bepaalde kussens eerder het ongemak dan het gemak bevorderen. Ik denk even aan de datum van 1 mei. Is die wel reŽel? Tegen 1 mei zou die notitie dus hier moeten zijn. Dat is wel heel erg snel, gelet op de inhoud van de problematiek die bestudeerd moetworden.

©

E. (Elske) ter VeldStaatssecretaris Ter Veld: Ik deel de opvatting van de heer Van der Vlies, dat de termijn voor een inhoudelijke notitie over een dergelijk probleem voor 1 mei, gezien de tijdsdruk en de omvang van het probleem, uitermate kort is. Maar ik ga ervan uit dat de indiener van de motie de omvang van het probleem kent. Derhalve kan er in zo'n notitie niet erg veel meer staan dan dat het probleem erkend wordt en dat ik naar een oplossing zal zoeken. Dit heb ik zowel in eerste als tweede termijn reeds toegezegd.

©

L.S. (Louise)  GroenmanMevrouw Groenman (D66): In de motie staat uitdrukkelijk "zo mogelijk". De bedoeling is dat, als wij toch binnenkort over de pensioenen als zodanig praten, er dan een inhoudelijke notitie van de staatssecretaris is. Het moet niet alleen gaan om een erkenning van het probleem.

Daarmee schieten wij namelijk niets op.

Staatssecretans Ter Veld Wie een notitie vraagt op een termijn zoals in de motie staat, wetend dat naar aanleiding van het desbetreffende SER-advies deze zomer over pensioenen zal worden gediscusssi-eerd, kan wel absoluut een notitie verwachten, maar kan niet verwachten dat ik daarin ruimschoots vooruitloop op de mhoud van de te voeren discussie. Men kan namelijk op zijn vingers natellen dat zoiets niet mogelijk is. Dit moet, nogmaals, de indiener van de motie ook bekend zijn. Immers, wij hebben uitgebreid van gedachten gewisseld over het probleem als zodanig. Daarbij bleek dat het probleem niet zo snel opgelost kon worden. Als er voor 1 mei een notitie moet komen en als daarin het probleem nog eens moet worden aangegeven, doe ik dat.

De voorzitter: Aangezien het amendement-Soutendijk-van Appeldoorn/Kalsbeek-Jasperse (stuk nr. 12) en het amendement-Groenman (stuk nr. 14) zijn ingetrokken, maken zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.

Mevrouw Groenman (D66): Voorzitter! Wellicht is het goed om de datum uit de motie te halen. Ik wil wel de staatssecretaris de gedachte meegeven dat wij inhoudelijk van gedachten willen wisselen over de problematiek, wanneer het desbetreffende SER-advies er is. Ik veronderstel dat dit niet al te lang meer op zich laat wachten. Als de datum in de motie evenwel een probleem is en als in de gevraagde notitie alleen het probleem erkend wordt, waarmee wij niets opschieten, heb ik liever een inhoudelijke notitie op een iets later tijdstip, hoewel haast toch wel geboden blijft.

Staatssecretaris Ter Veld Dat had ik al toegezegd. Bij dezen bevestig ik deze toezegging.

©

De voorzitter: Indien mevrouw Groenman haar motie wil wijzigen, verzoek ik haar om zo snel mogelijk deze gewijzigde motie in te dienen.

Mevrouw Groenman (D66 Mijnheer de voorzitter! In de laatste zin van het dictum komt te staan "de Kamer daarover te rapporteren".

Motie De motie-Groenman c.s. (20890, nr. 22) is in die zin gewijzigd, dat het dictum thans luidt:

verzoekt de regering, na te gaan op welke wijze recht gedaan kan worden aan het principe van solidariteit bij de berekening van sterfterisico's in pensioenregelingen en de Kamer daarover te rapporteren,

De voorzitter: Naar mij blijkt, wordt deze gewijzigde motie voldoende ondersteund. Zij krijgt nr. 23 (20890).

De algemene beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter: Ik stel voor, dinsdag over dit wetsvoorstel te stemmen.

Daartoe wordt besloten.

 
 

Meer informatie

 
 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.