1:

De Algemene Kinderbijslagwet (AKW) bepaalt dat iedereen die in Nederland woont of er in dienstbetrekking werkt, recht heeft op kinderbijslag voor de eigen, stief- of pleegkinderen tot 16 jaar die tot zijn huishouden behoren of die door hem worden onderhouden. De eerste Kinderbijslagwet werd ingevoerd in 1939 door kabinet De Geer II.

Voor kinderen van 16 tot 17 jaar geldt het recht op kinderbijslag als zij naar school gaan, werkloos of arbeidsongeschikt zijn en hun inkomsten niet overschrijden. Vanaf 2010 is bepaalt dat als een kind naar een hogere beroepsopleiding of universiteit gaat, het recht op kinderbijslag vervalt.

De AKW ging op 1 januari 1941 van kracht en kende in beginsel alleen een vergoeding toe vanaf het derde kind. Na 1945 werd ook aan het eerste en tweede kind een vergoeding toegekend. In 1957 diende staatssecretaris Van Rhijn een voorstel in tot wijziging van de AKW, dit werd echter ingetrokken na kritiek van de Tweede Kamer. In 1962 bracht minister Veldkamp i uiteindelijk een wijziging van de AKW tot stand. Hierdoor werd de kinderbijslag (vrijwel) een volksverzekering, die grotendeels door premiebetaling werd gefinancierd. In 1995 werd er wederom een wijziging gebracht in de AKW, die bepaalt dat het bedrag per kind niet hoger wordt naarmate het gezin uit meer kinderen bestaat. Er wordt een vast bedrag per kind vastgesteld. Daarnaast hangt Kinderbijslag niet af van het inkomen van de ouders.

Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.