1:

Ziektewet

De Ziektewet regelt dat werknemers die arbeidsongeschikt zijn door ziekte, recht hebben op een uitkering. Deze uitkering is van toepassing op werknemers die geen werkgever (meer) hebben, uitzendkrachten en oproepkrachten. De aanvraag van de Zieketwet wordt getoetst door het UWV.

De Ziektwet werd in 1913 ingediend, maar trad pas in 1930 in werking. De Ziektewet van 1930 verzekerde primair arbeiders in dienst van een onderneming. De invoering van de WAO in 1967 betekende een inhoudelijke wijziging voor de Zieketwet. Voortaan vielen ook werknemers die arbeidsongeschikt waren geworden door hun werk onder de Ziektwet en hadden na maximaal 52 weken recht op een WAO-uitkering. De hoogte van de uitkering werd van 80 procent van het loon verlaagd naar 75 procent in 1985 en 70 procent in 1986. In de jaren daarna werd er getracht het arbeidsongeschiktheidvolume terug te dringen. Zo werd een premiedifferentatiesysteem (onderneming die een bovengemmideld ziekteverzuim had kreeg een verhoogde premie) ingevoerd en werd de Wet Terugdringing Ziekteverzuim (1994) tot stand gebracht.

Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.