1: V.l.n.r. staatssecretaris De Graaf, minister Albeda en commissievoorzitter Hermsen
2: Ouderen demonstreren tegen bezuinigingen op uitkeringen
3: Staatssecretaris de Graaf (links) en minister De Koning
staatssecretaris de graaf
Bron: Antonisse, Marcel / Anefo / Nationaal Archief

Bron: Antonisse, Marcel / Anefo / Nationaal Archief

In 1983 kondigde staatssecretaris De Graaf i (CDA i) het voornemen aan om in de Algemene Bijstandswet i een voordeurdelersregeling op te nemen. Door deze nieuwe regeling zou een lagere norm gaan gelden in situaties waarbij men met één of meer anderen een woning bewoonde en men niet of niet ten volle voor de gebruikelijke woonlasten stond. Het was de bedoeling dat deze wijziging in 1984 zou worden doorgevoerd. Uiteindelijk werd de voordeurdelers- of woningdelersregeling op 1 juni 1985 ingevoerd.

De Algemene Bijstandwet werd in 1965 geïntroduceerd met als doel een minimuminkomen te garanderen aan mensen die dit niet door arbeid konden bereiken en die ook niet in aanmerking konden komen voor andere uitkeringen. Het individualiseringsbeginsel speelde een grote rol bij het opzetten van de Algemene Bijstandswet; de bijstand moest worden afgestemd op de omstandigheden en mogelijkheden van persoon en gezin.

In 1974 werd besloten dat het basisbedrag voor gehuwden en samenwonenden werd vastgezet op 100% van het minimumloon en dat van alleenstaanden op respectievelijk 70%. De burgerlijke staat en huishoudvorm waren cruciale criteria, andere persoonlijke criteria zoals leeftijd en opleiding werden minder belangrijk.

Wat is de voordeurdelers­regeling?

De woningdelers- of voordeurdelersregeling hield in dat de bijstandsuitkering van alleenstaanden van 70% naar 60% van het nettominimumloon werd verlaagd, wanneer zij met een of meerdere anderen een woning deelden, maar geen economische eenheid vormden. Dit betekende een korting van ongeveer 150 gulden per maand.

De achterliggende gedachte van de regeling was dat mensen wanneer zij een woning delen minder aan woonlasten kwijt zijn dan iemand die alleen in een huis woont. Wanneer een zelfstandige ruimte gezamenlijk werd bewoond traden er dus schaalvoordelen op. Op basis van deze schaalvoordelen (woonkosten en vaste woonlasten), die op 10% werden geschat, is de korting op de bijstandsuitkering berekend.

De voordeurdelerskorting trof alleenstaanden die met één of meer anderen een woning deelden, samenwonenden en echtparen in de bijstand met één of meer inwonende verdienende kinderen boven de 21 en eenoudergezinnen met werkende kinderen. In sommige gevallen kon de korting dubbel optreden. Dat gebeurde bijvoorbeeld in het geval dat bij een vrouw met bijstand een meerjarig kind inwoonde met een eigen bijstandsuitkering.

Waarom werd de voordeurdelers­regeling ingevoerd?

In de jaren 70 begon de economische groei van Nederland te stagneren. De oliecrises van 1973 en 1979 troffen de al haperende economie. Eind jaren 80 groeide de economie nog maar met 2% per jaar. Tussen 1980 en 1983 was de groei zelfs negatief. Mensen hadden minder te besteden en de werkeloosheid nam snel toe, tot de ongekende hoogte van 10% in 1983. Het gevolg was dat de overheid flink moest gaan bezuinigen. Dit gebeurde vooral door ingrepen in de sociale zekerheid en het overheidsapparaat.

Vanaf 1983 sneed de regering flink in de hoogte van uitkeringen. De uitkeringen bij werkloosheid, ziekte en arbeidsongeschiktheid werden verlaagd van 80% naar 70% van het laatstverdiende loon. In een tijd van bezuinigingen en hoge werkeloosheid werd steeds vaker een beroep gedaan op de Algemene Bijstandswet. Het aantal bijstandsgerechtigden was aan het einde van 1983 sterk toegenomen.

Terwijl de overheid moest bezuinigen op de kosten van sociale zekerheidsuitkeringen, bleven de bijstandskosten in 1983 oplopen. Het door staatsecretaris De Graaf in november 1983 ingediende voorstel om de woning- of voordeurdelersregeling in te voeren moest de overheid een besparing van ongeveer 200 miljoen per jaar opleveren.

Reacties op de maatregel

Het voornemen om een afzonderlijk normbedrag in te voeren voor alleenstaanden die met één of meer anderen een woning delen, werd aangekondigd in de begroting voor 1984. Naar aanleiding van deze aankondiging kwam Kamerlid Willems i (PSP i) in december 1984 met een motie om de voorgenomen maatregel niet door te laten gaan. De fracties van CDA i, VVD i, SGP i, RPF i, GPV i en lid Janmaat i stemden tegen, waardoor de motie werd verworpen. De woningdelersregeling ging daarmee door.

Hoewel een meerderheid van de Tweede Kamer voor het behouden van de woningdelersregeling had gestemd, was er wel kritiek op de maatregel. Verschillende partijen maakten zich zorgen over de uitvoerbaarheid van de regeling. Zo stelde de PvdA dat er grote kans was op controleproblematiek, doordat de noodzaak voor controle groter werd door de fraudegevoeligheid van de maatregel.

Vanuit de sociale diensten en de maatschappij ontstond er veel weerstand tegen de voordeurdelersregeling. Veel gemeenten waren tegen de regeling. Ze waren bang voor veel onduidelijkheid over de uitvoering en controle op de korting. Sommige gemeenten weigerden de regeling uit te voeren. Diverse maatschappelijke instanties protesteerden fel. Zij stelden dat de maatregel fraudegevoelig was, de gemeentelijke sociale diensten een onaanvaardbare hoeveelheid werk gaf, en rechtsongelijkheid in de hand werkte. Dit kwam tot uiting in de ongelijke behandeling van inhoudelijk gelijke situaties tussen gemeentes en zelfs binnen dezelfde gemeente. De zwaksten onder de zwakkeren zouden door de regeling getroffen worden.

In de samenleving waren er verschillende protestacties tegen de voordeurdelerskorting. In Wageningen blokkeerden uitkeringsgerechtigden in april 1984 een belangrijk kruispunt in het centrum. Ze eisten dat de sociale dienst de korting niet zou uitvoeren. In Den Haag hielden ambtenaren van sociale zaken een manifestatie en boden een petitie aan met hun bezwaren. PSP i, FNV i, Stichting Ombudsman en het Buro voor Rechtshulp Amsterdam gaven in een “Kleine gids voor de voordeurdeler” manieren aan om de korting te ontwijken.

Door de grote weerstand tegen de regeling en de problemen rondom de uitvoerbaarheid werd de invoering van de regeling twee maal uitgesteld. In eerste instantie was het voornemen om de regeling in de loop van 1984 in te voeren. Dit werd bijgesteld naar 1 april 1985. Na nog een keer uitstel werd de maatregel uiteindelijk pas vanaf 1 juli 1985 ingevoerd.

De kostendelersnorm

De Algemene Bijstandswet werd in 1996 grondig herzien en gewijzigd. Deze gewijzigde wet werd in januari 2004 vervangen door de Wet werk en bijstand (WWB). Hierin werd de algemene bijstandswet samengevoegd met onder andere de Wet inschakeling Werkzoekenden en de Wet financiering abw. Per 1 januari 2015 is de Wet werk en bijstand gewijzigd in de Participatiewet. Hierin komen de Wet Werk en Bijstand, de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en een deel van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong) samen.

In de Participatiewet bestaat de voordeurdelersregeling nog steeds. Het wordt hier echter de kostendelersnorm genoemd. De insteek van de kostendelersnorm blijft gelijk aan de voordeurdelersregeling. Wanneer volwassenen een bijstandsuitkering ontvangen en met meerdere mensen een woning delen wordt er een korting toegepast. Bij de kostendelersnorm is deze norm echter veranderd. Wanneer er 1 persoon in een huishouden woont geldt er een norm van 70%, wanneer er 2 personen wonen een norm van 50%, bij 3 personen is het 43,33% en bij 5 of meer 38% van het minimumloon.

Parlementaire bronnen

  • 18123 i – Uitvoering van de Algemene Bijstandswet
  • 18123 (17) i: Motie van het Lid Willems – Woningdelersnorm niet door laten gaan
  • 18123 (13) i : Verslag van een mondeling overleg
  • 33161 i – Voorstel Invoeringswet Participatiewet
  • 28870 i – Vaststelling Wet Werk en Bijstand
  • Handelingen Tweede Kamer 1984-1985 06 december 1984 (33e vergadering)
  • Handelingen Tweede Kamer 1984-1985 18 december 1984 i incl. stemming motie lid Willems (37ste vergadering)
  • Handelingen Tweede Kamer 1983-1984 09 november 1983 – Bespreking voordeurdelersregeling (19e vergadering)
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.