1: Staatssecretaris Koning (links) en Hans Kombrink (PvdA)
2: Ministerraadsvergadering 2e kabinet Lubbers (1986)
3: Staatsseretaris De Graaf van Sociale Zaken
Staatssecretaris Koning en Kombrink
Bron: Croes, Rob C. / Anefo / Nationaal Archief

In september 1985 werd het fiscaal nummer ingevoerd. Alle belastingplichtigen kregen een persoonlijk identificatienummer en moesten deze doorgeven aan hun werkgever of uitkeringsinstantie. De invoering van dit nummer maakte automatische verwerking van de loonbelastinggegevens mogelijk. Ook hoopte men hiermee misbruik en fraude op het gebied van belastingen, sociale zekerheid en subsidies tegen te gaan.

In 1989 werd een uitbreiding van het fiscaal nummer, het sociaal-fiscaal nummer, ingevoerd. Het identificatienummer werd daardoor naast het gebruik door de belastingdienst ook door de sociale verzekeringen gebruikt. Deze uitbreiding moest fraude bij de sociale verzekeringen verder worden voorkomen. Daarnaast zou de efficiënte gegevensverwerking de overheid jaarlijks een grote besparing opleveren. In 2007 werd het sociaal-fiscaal nummer vervangen door het burgerservicenummer. Vanwege technologische en maatschappelijke ontwikkelingen was het belangrijk om het identificatienummer te actualiseren.

Fiscaal Nummer

Het fiscaal nummer werd in maart 1982 gepresenteerd in het regeringsstandpunt omtrent misbruik en oneigenlijk gebruik op het gebied van belastingen, sociale zekerheid en subsidies (17.050 i ). Voor 1982 gebruikte de belastingdienst al op beperkte schaal een persoonsgericht nummersysteem voor automatische verwerking van bepaalde interne gegevens. Om de werkwijze in controle en aanslagregelingen beter te laten verlopen werd een uitbreiding van dit nummer, het fiscaal nummer, voorgesteld.

Staatssecretaris van Financiën Koning i kwam 10 december 1984 met het wetsvoorstel voor de invoering van het fiscaal nummer (18789 ). Dit betrof een wijziging van de Wet op loonbelasting 1964. Het wetsvoorstel bevatte voorstellen tot aanpassing van de administratieve verplichtingen van werknemers en inhoudingsplichtigen in verband met de invoering van het fiscaal nummer.

Het fiscaal nummer was een persoonsgebonden neutraal identificatienummer dat voor alle belastingplichtigen werd vastgelegd in een gegevensbestand van de rijksbelastingdienst. Het nummer maakte geautomatiseerde verwerking van loonbelastinggegevens mogelijk voor de Rijksbelastingdienst. Automatische verwerking had een aantal belangrijke voordelen. Zo leidde het tot tijdbesparing voor de belastingplichtige, minder fouten en een besparing van menskracht. Deze laatste besparing werd geschat op 750 mensjaren.

Op 6 april 1985 ging de Tweede Kamer akkoord met de invoering van het fiscaal nummer. Staatssecretaris Koning verzekerde de Kamer dat misbruik van het fiscaal nummer zo goed als uitgesloten was. De samenstelling van het nummer was zo opgesteld dat er geen persoonlijke gegevens van de persoon aan wie het nummer was toegekend konden worden achterhaald.

Vóór 1 september 1985 kregen 11 miljoen Nederlanders, vanaf 15 jaar en ouder, die loonbelasting betaalden een fiscaal nummer. Dit nummer moesten ze doorgeven aan hun werkgever of uitkeringsinstantie. Vanaf 1 januari 1986 was het verplicht om bij de gegevens van de loonbelasting aan het belastingdienst ook het fiscaal nummer te vermelden.

Sociaal-fiscaal (So-Fi)-nummer

In de strijd tegen fraude bij sociale verzekeringen kwam het kabinet-Lubbers II i in 1988 met nieuwe wetgeving voor de invoering van een sociaal-fiscaal (sofi) nummer (20.854 i ). Het voorstel werd ingediend door Staatssecretaris De Graaf i van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en betrof een wijziging van de Organisatiewet Sociale verzekering en enkele andere sociale verzekeringswetten. Omdat aan de invoering van het sofi-nummer ook privacyaspecten zaten, werd tevens de totstandkoming van de wettelijke regels over persoonsregistraties van belang geacht.

Het voorstel van de wet over de persoonsregistraties (WPR) was al in juli 1985 ingediend en werd in september 1987 door de Tweede Kamer met algemene stemmen aangenomen. De wetswijziging over de invoering van het sofi-nummer werd op 1 december 1988 door de Tweede Kamer aangenomen. Alleen PSP i en PPR i stemden, vanwege de privacygevoeligheid, tegen.

Al in oktober 1988 had het kabinet bij de Eerste Kamer gemeld dat ze zowel de invoering van het sofi-nummer als het wetsvoorstel over persoonsregistraties (WPR) voor het kerstreces wilde afhandelen. Toen de vaste commissie voor Sociale Zaken uit de Eerste Kamer besloot om de behandeling naar het nieuwe jaar te verplaatsen, stelde staatssecretaris De Graaf dat het noodzakelijk was de voorstellen nog in 1988 te behandelen, zodat de regelingen begin 1989 ingevoerd konden worden. De Eerste Kamer kwam uiteindelijk bijeen op 27 december 1988, de linkse fracties bleven uit protest weg. Omdat er verder nauwelijks bezwaren naar voren waren gebracht, werden de voorstellen zonder stemming aangenomen.

De wetswijziging

Het sociaal-fiscaal nummer werd ingevoerd om omvangrijke administratieve systemen goed en veilig te laten functioneren. Om te voorkomen dat men bij verschillende instanties andere nummers zou hebben werd besloten om een uniform identificatienummer in te voeren dat in de fiscale sector én de sector van de sociale verzekering gebruikt zou worden. Vanwege de nauwe samenhang tussen sociale verzekeringen en belastingheffing werd ervoor gekozen om geen nieuw nummer in te voeren, maar om het reeds bestaande fiscaal nummer uit te breiden.

Met de invoering van dit nummer werd voorkomen dat persoonsgegevens makkelijk verwisseld konden worden en werd snelle, nauwkeurige uitwisseling van gegevens tussen de verschillende, veelal geautomatiseerde administraties mogelijk gemaakt. Omdat het gebruik van het sociaal-fiscaal nummer privacygevoelig was, werd duidelijk vastgelegd wie bevoegd waren om het nummer te gebruiken en in welke gevallen het nummer mocht worden uitgewisseld.

De verwachting was dat de invoering van het sociaal-fiscaal nummer jaarlijks een besparing van 550 miljoen gulden zou opleveren. Per jaar zou 150 miljoen gulden minder aan uitkeringen uitgegeven hoeven worden, omdat foutieve gegevens of verkeerde uitkeringsbedragen makkelijker en sneller opgespoord konden worden. Hierdoor werd ook fraude en misbruik van sociale verzekeringen tegengegaan. Door de snellere uitwisseling van gegevens tussen de Belastingdienst en de sociale fondsen zouden de premie-inkomsten bij de sociale fondsen met 400 miljoen gulden stijgen. Dit geld zou worden gebruikt om de sociale premies te verlagen, zodat de collectieve lastendruk omlaag kon.

Reacties op de invoering van het so-fi nummer

De reacties vanuit de Tweede Kamer op de invoering van het sociaal-fiscaal nummer waren over het algemeen positief. De partijen zagen in dat het wenselijk was om een eenvoudig en doorzichtig systeem van gegevensuitwisseling binnen de sociale zekerheid en de fiscus in te voeren. Ook erkenden de partijen dat de invoering van het nummer kansen bood om fraude tegen te gaan. Diverse partijen stelden echter wel vragen over het waarborgen van privacy binnen het nieuwe systeem. Staatssecretaris De Graaf gaf aan dat privacy beschermd zou worden door duidelijk vast te leggen wie het nummer zou mogen gebruiken en in welke gevallen het nummer uitgewisseld mocht worden.

Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens

In oktober 1994 trad de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) in werking. Dit systeem heette daarvoor het bevolkingsregister. Iedere gemeente heeft een administratie met daarin bepaalde gegevens van alle personen die in de gemeente gevestigd zijn of waren. Gegevens die opgeslagen zijn, betreffen bijvoorbeeld: naam, geslacht, leeftijd, adres etc. In 1994 werd het bevolkingsregister gewijzigd in de gemeentelijke basisadministratie personen. Dit betekende ook een grote wijziging voor het sociaal-fiscaal nummer. Deze werd vanaf 1994 ook toegevoegd aan de gegevens in de GBA.

Burgerservicenummer (BSN)

In november 2007 is het sociaal-fiscaal nummer, voor personen die bij gemeenten ingeschreven staan, vervangen door het burgerservicenummer (BSN) (30312 i ). Het wetsvoorstel werd op 22 september 2005 ingediend door de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties, Pechtold i (D66 i ). Het voorstel werd op 12 september 2006 met algemene stemmen aangenomen door de Tweede Kamer. In juli 2007 werd het voorstel aangenomen door de Eerste Kamer, alleen de VVD, GroenLinks en de PvdD stemden tegen.

Vanwege de maatschappelijke en technologische ontwikkelingen werd het noodzakelijk geacht het persoonsnummerbeleid te actualiseren. De handelingen met betrekking tot persoonsgegevens waren eenvoudiger en effectiever geworden. Hierdoor konden administratieve lasten verminderd worden en persoonsnummers gebruikt worden voor opsporing en bestrijding van identiteitsfraude. Deze actualisering betekende de invoering van het burgerservicenummer voor de klantcontacten tussen burger en overheid.

Het nummer is daarbij nodig voor eenduidige identificatie, registratie van personen en voor de gegevensuitwisseling tussen overheidsorganisaties. Het burgerservicenummer bood een aantal verbeteringen ten opzichte van het sociaal-fiscaal nummer. Zo werd bijvoorbeeld passende juridische vormgeving van het nummer gerealiseerd, expliciete regulering omtrent het aanmaken, distribueren, toekennen en beheren opgesteld en werd er transparantie van het gebruik van het nummer geboden.

Het sociaal fiscaal nummer werd tot januari 2014 nog toegekend door de Belastingdienst wanneer iemand nog geen vier maanden in Nederland was en nog niet in de GBA was ingeschreven. Het sofi-nummer had vanaf de invoering van het BSN dus een ander wettelijk kader, getalsmatig was het sofi-nummer wel hetzelfde als het BSN. In 2014 werd de wet GBA vervangen door de Wet Basisregistratie Personen. Vanaf dat moment kregen ook niet-ingezetenen een burgerservicenummer.

Parlementaire bronnen

17050 i – Misbruik en oneigenlijk gebruik op het gebied van belastingen, sociale zekerheid en subsidies – aankondiging sociaal-fiscaal nummer

18789 – Invoering fiscaal nummer

20854 i – Voorstel invoering sociaal-fiscaal nummer

30312 i – Wetsvoorstel invoering Burger Service Nummer (BSN)

Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.