1:

Een overzicht van de ingediende wetsvoorstellen, nota's, notities e.d. die relevant zijn voor het stelsel van sociale zekerheid of een van de volgende wetten: de Algemene Bijstandswet, de Werkloosheidswet, de Algemene Ouderdomswet, de Wet op de Arbeidsongeschiktheidverzekering en de Kinderbijslag. Voorstellen die uitsluitend de Ziektewet betreffen, zijn buiten beschouwing gelaten.

De selectie is beperkt tot inhoudelijke dossiers die volledig betrekking hebben op (het stelsel van) sociale zekerheid; meer technische voorstellen over bedragen, heffingspraktijk etc. zijn niet opgenomen. Ook is er voor gekozen om de begrotingen Sociale Zaken niet op te nemen, omdat de sociale zekerheid daar slechts een beperkt onderdeel van uitmaakt.

Via een wetgevingsdossiers kunnen achterliggende (Kamer)stukken worden gevonden, zoals moties en amendementen. Het is echter ook mogelijk om vanuit een biografie naar dossiers of (specifieke) moties of amendementen te gaan.

Kinderbijslag

Ingediend in

Nummer

Omschrijving

Kabinet

Ingediend door

1976

14184

Wetsvoorstel tot vervanging van de kinderaftrek door verhoging van de kinderbijslag, en voorts tot verhoging van de kinderbijslag voor het vierde en elk daaropvolgend kind vanaf 1979.

Kabinet-Den Uyl 73-77†i

Minister van Sociale Zaken Boersma†i

1979

15344

Nadere wijziging van de kinderbijslagwetten en enkele belastingwetten (beperking recht op meervoudige kinderbijslag en kinderaftrek ten aanzien van 16- en 17-jarige kinderen)

Kabinet-Van Agt I 77-81†i

Minister van Sociale Zaken Albeda†i

1979

15355

Overgangsregeling voor het recht op kinderbijslag voor invalide kinderen van 18 tot 27 jaar

Kabinet-Van Agt 1 77-81†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken De Graaf†i

1979

15683

Wet (Stb. 709) waardoor alle kinderbijslagregelingen werden samengevoegd tot een algemene Kinderbijslagwet. Voor eerste en tweede kind werd geen onderscheid meer gemaakt naar maatschappelijke positie van de ouders. De uitvoering van de kinderbijslag werd eenvoudiger, zowel voor aanvragers, werkgevers als uitvoeringsinstanties.

Kabinet-Van Agt I 77-81†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken De Graaf†i

1980

16212

Herziening van het wettelijk minimumloon, enige sociale verzekeringsuitkeringen en een aantal andere uitkeringen en pensioenen per 1 juli 1980 en 1 januari 1981

Kabinet-Van Agt I 77-81†i

Minister van Sociale Zaken Albeda†i

1980

16526

Nadere wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet (verhoging kinderbijslagbedragen voor eerste en tweede kinderen per 1 januari 1981)

Kabinet-Van Agt I 77-81†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken De Graaf†i

1980

16534

Wijziging (Stb. 134) van de Algemene Kinderbijslag wet, waarbij het recht op kinderbijslag voor partieel leerplichtige kinderen werd afgeschaft.

Kabinet-Van Agt I 77-81†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken De Graaf†i

1981

17029

Wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet (invoering recht op kinderbijslag over een beperkte periode voor werkloze schoolverlaters en voor daarmee gelijkgestelden)

Kabinet-Van Agt II 81-82†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken Dales†i

1982

17467

Nadere wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet (verlaging van de kinderbijslagbedragen per 1 juli 1982

Kabinet-Lubbers I 82-86†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1982

17696

Nadere wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet (beperking van de hoogte van de kinderbijslag voor in het buitenland wonende kinderen, afschaffing van het recht op kinderbijslag voor huishoudkinderen, alsmede aanscherping van de voorwaarden voor het recht op kinderbijslag voor uitwonende invalide kinderen)

Kabinet-Lubbers I 82-86†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1982

17697

Nadere wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet, de Ziekenfondswet en van enige Bijstandsbesluiten (beŽindiging van het recht op bijstand krachtens de Rijksgroepsregeling werkloze werknemers voor 16- en 17-jarigen en invoering van het recht op kinderbijslag voor 16- en 17-jarige werklozen)

Kabinet-Lubbers I 82-86†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1982

17712

Nadere wijziging van de Algemene Ouderdomswet en de Algemene Kinderbijslagwet (beŽindiging met ingang van 1 januari 1983 van de bijdragen van het Rijk aan het Ouderdomsfonds en het Algemeen Kinderbijslagfonds, alsmede vaststelling van die bedragen over enige voorgaande jaren)

Kabinet-Lubbers I 82-86†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1983

17800

Wet waardoor het recht van bijstand krachtens de Rijksgroepsregeling werkloze werknemers voor 16- en 17-jarigen verviel en deze werd vervangen door een kinderbijslaguitkering.

Kabinet-Lubbers I 82-86†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1983

17940

Nadere wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet (verlaging van de kinderbijslagbedragen per 1 juli 1983)

Kabinet-Lubbers I 82-86†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1988

20892

Nadere wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet (houdende de wijziging van de financieringsstructuur AKW)

Kabinet-Lubbers II 86-89†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

2013

33716

Wet hervorming kindregelingen (Stb. 227). De bestaande kindregelingen (in o.a. Algemene Kinderbijslagwet, Wet op het kindgebonden budget, de Wet Werk en Inkomen en de Wet studiefinanciering) worden hervormd en versoberd; het stelsel wordt eenvoudiger en meer gericht op arbeidsparticipatie. De regelingen moeten inkomensondersteuning bieden waar het het hardst nodig is.

Kabinet-Rutte II 2012-heden†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Asscher†i

Bijstand

Ingediend in

Nummer

Omschrijving

Kabinet

Ingediend door

1982

17697

Een wet waardoor er voor 16- en 17-jarigen een wachttijd van een half jaar werd ingevoerd, alvorens er recht was op een uitkering krachtens de Rijksgroepsregeling werkloze werknemers

Kabinet-Lubbers I 82-86†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1983

17800

Wet waardoor het recht van bijstand krachtens de Rijksgroepsregeling werkloze werknemers voor 16- en 17-jarigen verviel en deze werd vervangen door een kinderbijslaguitkering.

Kabinet-Lubbers I 82-86†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1984

18515

Nadere wijziging AOW, AWW, AKW, AWBZ, AAW ( invoering gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de AOW alsmede aanpassing van de overige volksverzekeringen)

Kabinet-Lubbers I 82-86†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1985

19237

Wet inzake het opnemen van strafbepalingen in de Algemene Bijstandswet tot stand. Door de wetswijziging kan ook in andere gevallen dan bij valsheid in geschrifte of oplichting strafrechtelijk worden opgetreden. Het gaat bijvoorbeeld om het verzwijgen van inkomsten of vermogen. De maximum straf is een geldboete van f. 25.000.

Kabinet-Lubbers I 82-86†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1985

19259

Wijziging Algemene Bijstandswet: inzake de gelijke behandeling van mannen en vrouwen en van niet-gehuwden en gehuwden. Dit woningdelersbeginsel leidt ertoe dat ongehuwd samenwonende partners slechts ťťn bijstandsuitkering krijgen.

Kabinet-Lubbers I 82-86†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1988

20459

Wijziging Algemene Bijstandswet inzake bijstandsverlening aan vreemdelingen. De bestaande praktijk dat ook vreemdelingen aan wie voorlopig een recht tot verblijf is verleend (asielzoekers) bijstand wordt verleend, wordt vastgelegd. Het recht kan ook worden verleend aan vreemdelingen zonder verblijfrecht, die (nog) niet kunnen worden uitgezet. Het wetsvoorstel was in 1988 ingediend door staatssecretaris De Graaf.

Kabinet-Lubbers II 86-89†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1988

20598

Wijziging van de Algemene Bijstandswet, waarbij een nieuwe regeling voor terugvordering en verhaal van bijstandskosten in die wet werd opgenomen. Gemeenten worden verplicht gebruik te maken van hun mogelijkheden om bijstand te verhalen of terug te vorderen van een ex-partner van iemand die gescheiden is. Deze verhaalsplicht geldt voor 12 jaar. Het wetsvoorstel was in 1988 ingediend door staatssecretaris De Graaf.

Kabinet-Lubbers II 86-89†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1990

21644

Wijziging Algemene Bijstandswet in verband met decentralisatie van de bijzondere bijstand en vergroting van de mogelijkheden om met behoud van uitkering deel te nemen aan scholing en opleidingen. De beleidsverantwoordelijkheid van gemeenten bij de bijzondere bijstand wordt verruimd door onder meer de leenbijstand voor duurzame gebruiksgoederen, tijdelijke woonkosten en uitzonderlijke kosten van medische en maatschappelijke dienstverlening daaronder te laten vallen. Tevens krijgen gemeenten door een structurele toevoeging aan het Gemeentefonds extra middelen voor de bijzondere bijstand.

Kabinet-Lubbers III 89-94†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Ter Veld†i

1991

22163

Wijziging van de Algemene Bijstandswet en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers tot stand in verband met verlaging van de bijstanduitkering voor schoolverlaters (tot 27 jaar). Het uitkeringsregime voor werkloze schoolverlaters tussen 21 en 27 jaar wordt gedurende het eerste half jaar van de werkloosheid gebracht op het niveau van de studiefinanciering.

Kabinet-Lubbers III 89-94†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Ter Veld†i

1992

22545

Wet Herinrichting Algemene Bijstandswet. De wet is van toepassing op alle categorieŽn bijstandsaanvragers en kent geen speciale regelingen meer, zoals voor werkloze bijstandsaanvragers (de RWW). Deze opzet brengt mee dat van alle bijstandsgerechtigden die daartoe in staat zijn, verlangd kan worden dat ze actief werk zoeken. Slechts ouders die de volledige zorg hebben voor een kind onder de vijf jaar zijn als groep van deze verplichting uitgezonderd. In de ABW wordt onderscheid gemaakt tussen gehuwden, alleenstaande ouders en alleenstaanden. Voor een alleenstaande is de uitkering gelijk aan 50% van het nettominimumloon; voor een alleenstaande ouder 70% en voor gehuwden 100% van het minimumloon. Voor personen onder de 23 jaar wordt uitgegaan van het minimumjeugdloon. Gemeenten kunnen verordeningen maken waarin onder bepaalde voorwaarden aan zogenaamde echte alleenstaanden en zogenaamde echte alleenstaande ouders een toeslag geven van maximaal 20% van het nettominimumloon. Verder kunnen gemeenten regelingen treffen voor bijzondere bijstand in geval van extra onvoorziene uitgaven. Het wetsvoorstel was in 1992 ingediend door staatssecretaris Ter Veld en in 1994 drastisch gewijzigd door staatssecretaris Wallage.

Kabinet-Lubbers III 89-94†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Ter Veld†i

1992

22614

Herinrichting van de Algemene Bijstandswet

Kabinet-Lubbers III 89-94†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Ter Veld†i

1993

23415

Wijziging van de Werkloosheidswet (wijziging wekeneis)

Kabinet-Lubbers III 89-94†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Wallage†i

1996

24772

Wet Preventie en bestrijding van armoede en sociale uitsluiting.Deze wet wijzigt de Algemene Bijstandswet waardoor er een aparte uitkeringsnorm komt voor ouderen met een AOW-uitkering die zijn aangewezen op aanvullende bijstand, en een wettelijk recht op cliŽntenparticipatie, bijstand aan daklozen en een anti-cumulatiebepaling voor verlagingen.

Kabinet-Kok I 94-98†i

 

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Melkert†i

2003

28870

Wet Werk en Bijstand (WWB) (Stb. 375). Deze wet vervangt de Algemene Bijstandswet, de Wet inschakelingen werkzoekenden en andere regelingen om mensen zonder werk te voorzien in hun bestaan. In de nieuwe wet ligt de nadruk op het realiseren van werk boven inkomen. Het belang van een op arbeidsparticipatie en re-integratie gerichte aanpak, laat onverlet dat de inkomenswaarborg een kernfunctie blijft. De centrale verantwoordelijkheid voor het bevorderen van de reÔntegratie van bijstandsgerechtigden ligt bij de gemeenten, die hiervoor een eigen budget krijgen.

Kabinet-Balkenende I 2002-2003†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Rutte†i

2013

33801

Wijziging van de Wet werk en bijstand en enkele andere sociale zekerheidswetten (Wet maatregelen Wet werk en bijstand en enkele andere wetten)

Kabinet-Rutte II 2012-heden†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Klijnsma†i

Werkloosheidsregelingen

Ingediend in

Nummer

Omschrijving

Kabinet

Ingediend door

1979

15900

Nadere wijziging van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, een aantal sociale verzekeringswetten en enige andere wetten (herziening aanpassingsmechanismen en vaststelling regelen hoogte sociaal minimum)

Kabinet-Van Agt I 77-81†i

Minister van Sociale Zaken Albeda†i

1980

16212

Herziening van het wettelijk minimumloon, enige sociale verzekeringsuitkeringen en een aantal andere uitkeringen en pensioenen per 1 juli 1980 en 1 januari 1981

Kabinet-Van Agt I 77-81†i

Minister van Sociale Zaken Albeda†i

1980

16527

Nadere wijziging van de WW en enige andere wetten 1981

Kabinet-Van Agt I 77-81†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken De Graaf†i

1981

17199

Afwijking van de aanpassingsmechanismen bij de herziening van het wettelijk minimumloon, enige sociale verzekeringsuitkeringen en een aantal andere uitkeringen en pensioenen per 1 januari 1982

Kabinet-Van Agt I 77-81†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Den Uyl†i

1982

17468

Tijdelijke bevriezing enige sociale zekerheidsuitkeringen per 1 juli 1982

Kabinet-Lubbers I 82-86†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1983

17941

Het achterwege laten van de herziening van het wettelijk minimumloon, van de uitkeringen krachtens een aantal sociale verzekeringswetten en van een aantal uitkeringen en pensioenen krachtens enige andere wetten per 1 juli 1983

Kabinet-Lubbers I 82-86†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Koning†i

1984

18664

Nadere wijziging van de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Werkloosheidswet en de Wet Werkloosheidsvoorziening en enige daarmee verband houdende wetten (verlaging van uitkeringspercentages)

Kabinet-Lubbers I 82-86†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1984

18683

Nadere wijziging van de Wet Werkloosheidsvoorziening ( invoering gelijke uitkeringsrechten voor mannen en vrouwen) (wetsvoorstel verworpen)

Kabinet-Lubbers I 82-86†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1984

18687

Het achterwege laten van de herziening van het wettelijk minimumloon, van de uitkeringen krachtens een aantal sociale verzekeringswetten en van een aantal uitkeringen en pensioenen krachtens enige andere wetten per 1 januari 1985 en per 1 juli 1985, alsmede het achterwege laten per 1 juli 1985 van de herziening van de basiskinderbijslagbedragen

Kabinet-Lubbers I 82-86†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Koning†i

1985 en 1986

19257,

19258,

19260,

19261,

19383

Herziening stelsel van sociale zekerheid. Daarbij kwam er een nieuwe Werkloosheidswet die het recht biedt op een uitkering van 70% van het netto minimumloon aan personen die in de laatste 39 weken voor hun werkloosheid in ten minste 26 weken gewerkt hebben. Voor het recht op uitkering moet in de laatste vijf kalenderjaren vůůr werkloosheid, in ten minste vier jaren over ten minste 52 dagen loon zijn ontvangen. Uitkeringsgerechtigden moeten voorkomen dat ze werkloos worden en mogen geen ontslag nemen zonder goede reden. Overtreding van deze regels leidt tot verlies van het recht op de WW-uitkering. Er is een sollicitatieplicht en een plicht tot het aanvaarden van passende arbeid. De uitkering houdt geen rekening met het inkomen van de partner en met het vermogen van de aanvrager. Na afloop van de uitkering kan een beroep worden gedaan op een IOAW- of Bijstandsuitkering. De IOAW is een uitkeringsregeling voor oudere (d.w.z. van 57 jaar en ouder) en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werklozen. De verdiscontering van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid uit de WAO en AAW verdwijnt. Indien men minder verdiende dan het minimumloon voordat men werkloos werd, zal de WW-uitkering lager zijn dan 70% van het netto minimumloon. Een Toeslagenwet voorziet dan in aanvulling op de uitkering tot het relevante sociaal minimum. Op deze wijze wordt in de regel voorkomen dat ondersteuning op grond van de Algemene Bijstandswet (ABW) noodzakelijk wordt. Niet-verdienende partners krijgen een arbeidsplicht.

Kabinet-Lubbers I 82-86†i

 

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1986

19606

Wijziging van een aantal voorstellen van wet in het kader van de herziening van het stelsel van sociale zekerheid

Kabinet-Lubbers II 86-89†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Koning†i

1986

19735

Premieheffing over uitkeringen op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en wijziging van enkele andere wetten

Kabinet-Lubbers II 86-89†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1987

19908

Samenbundeling Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen.

Kabinet-Lubbers II 86-89†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1987

20006

Nadere wijziging van de Wet werkloosheidsvoorziening (voorzieningen tot behoud, herstel of bevordering van de arbeidsgeschiktheid met het oog op de herintreding in het arbeidsleven)

Kabinet-Lubbers II 86-89†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1988

20890

Wet over de gelijke behandeling van mannen en vrouwen op het terrein van de bovenwettelijke sociale zekerheid. Er kwam een verbod tot direct en indirect onderscheid naar geslacht in de uitoefening van ambt, beroep en bedrijf, alsmede ten aanzien van de pensioenvoorzieningen van werknemers daarvan. Het werd mogelijk regelingen in strijd daarmee onverbindend te verklaren. Hiermee werd uitvoering gegeven aan een EG-richtlijn. Het wetsvoorstel was in 1988 ingediend door staatssecretaris De Graaf.

Kabinet-Lubbers II 86-89†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Koning†i

1990

21608

Nadere wijziging van de Werkloosheidswet (Wijziging enkele bepalingen inzake het recht op uitkering)

Kabinet-Lubbers III 89-94†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Ter Veld†i

1991

22012

Wijziging Wet minimumloon en minimumvakantietoeslag en van een aantal sociale zekerheidswetten, de zogenoemde 'Koppelingswet', tot stand. Hiermee worden minimumloon en uitkeringen gekoppeld aan de loonontwikkeling. Afwijking hiervan is mogelijk als sprake is van bovenmatige loonontwikkeling of als het aantal uitkeringsgerechtigden sterk is gegroeid.

Kabinet-Lubbers III 89-94†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Vries†i

1993

23415

Wijziging van de Werkloosheidswet (wijziging wekeneis)

Kabinet-Lubbers III 89-94†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Wallage†i

1994

23909

Wet boeten, maatregelen en terug en invordering sociale zekerheid - nr. 30 1995 schriftelijke antwoorden op vragen over de wijziging van de sociale zekerheidwetten ivm de nadere vaststelling van een stelsel van administratieve sancties

Kabinet-Kok I 94-98†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Melkert†i

1994

23985

Wijziging van de Werkloosheidswet en enkele andere wetten vanwege aanscherping van de referte-eisen WW. De wekeneis en de 'jareneis' als voorwaarde voor een loongerelateerde WW-uitkering worden samengevoegd. De vervolguitkering voor personen die op hun eerste werkloosheidsdag jonger dan 57,5 jaar waren, wordt met een jaar verlengd. Voor personen die niet aan een jareneis, maar wel aan een wekeneis voldoen, komt er een 'kortdurende' uitkering. De wachtgeldperiode wordt verlengd.

Kabinet-Kok I 94-98†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Linschoten†i

1997

25617

Wijziging van de Werkloosheidswet, houdende onder meer verlenging van de periode gedurende welke de uitkeringen ten laste van een wachtgeldfonds komen

Kabinet-Kok I 94-98†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Grave†i

1999

26394

Wet experimenten WW

Kabinet-Kok II 98-2002†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Hoogervorst†i

1999

26726

Wijziging van de Werkloosheidswet in verband met wijziging van de instroom in de wachtgeldfondsen alsmede enkele andere wijzigingen in de Werkloosheidswet

Kabinet-Kok II 98-2002†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Hoogervorst†i

2000

27248

Wet beslistermijn sociale zekerheid (Stb. 627). De termijn waarbinnen een uitvoeringsorgaan een beschikking moet geven wordt verkort van dertien naar in principe maximaal acht weken.

Kabinet-Kok II 98-2002†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Hoogervorst†i

2003

29249

Wijziging van de Werkloosheidswet en de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in verband met de vervanging van fictief arbeidsverleden door feitelijk arbeidsverleden en de beperking van het verzorgingsforfait

Kabinet-Balkenende II 2003-2006†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Geus†i

2003

29268

Wijziging van de Werkloosheidswet in verband met afschaffing van de vervolguitkering

Kabinet-Balkenende II 2003-2006†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Geus†i

2004

29529

Wet financiering sociale verzekeringen (Stb. 36). Daarmee worden heffing en inning van de premies werknemersverzekeringen samengevoegd met de heffing en inning van loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen. De premieheffings- en inningstaak van het UWV wordt overgeheveld naar de Belastingdienst. De administratie door het UWV wordt in belangrijke mate gevuld met gegevens die van de Belastingdienst binnenkomen op de gecombineerde aangifte. UWV gebruikt de gegevens voor het vaststellen van uitkeringen op grond van de WW, de Ziektewet en de WAO. Ook andere instanties, zoals gemeenten, de Sociale Verzekeringsbank en ziekenfondsen, gebruiken deze gegevens. Beide maatregelen leiden tot verlichting van de administratieve lasten en tot verlaging van de uitvoeringskosten.

Kabinet-Balkenende II 2003-2006†i

Kabinet-Balkenende III 2006-2007†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Geus†i

2004 en 2005

30370,

29738

Wetten (Stb. 303) tot wijziging van het WW-stelsel en tot aanscherping van de wekeneis in WW. De WW wordt meer activerend gemaakt (meer gericht op uitstroom uit de WW naar betaalde arbeid). Tevens wordt het preventiebeleid verbeterd en wordt de uitvoering gedereguleerd. Door de toetredingsvoorwaarden te verscherpen moet de instroom in de WW worden beperkt.

Kabinet-Balkenende II 2003-2006†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Geus†i

2006

30819

Wet inkomensvoorziening oudere werklozen (Stb. 340). Deze wet voert tot 1 juli 2016 een voorziening voor werknemers in die op of na de leeftijd van 60 jaar werkloos zijn geworden, en die gedurende de WW-periode er niet in zijn geslaagd (voldoende) inkomen te verwerven. Er geldt wel een sollicitatieplicht, maar geen vermogenstoets.

Kabinet-Balkenende III 2006-2007†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Geus†i

2011

33065

De beŽindiging van de inzet van het re-integratiebudget Werkloosheidswet en van loonkostensubsidies

Kabinet-Rutte I 2010-2012†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Kamp†i

2013

33818

Wet werk en zekerheid (Stb. 216). Deze wet regelt nader de positie van flexwerkers, het ontslagrecht en de werkloosheidsregelingen. De rechtspositie van flexwerkers wordt verbeterd door een aantal maatregelen die het oneigenlijk en langdurig gebruik van flexibele arbeidsrelaties moeten ontmoedigen. Werkgevers moeten er sneller toe overgaan werknemers met een tijdelijk arbeidscontract in vaste dienst te nemen. De bestaande ontslagroutes via het Uitvoeringsinstituut werk en inkomen (UWV) en de kantonrechter blijven in stand, maar dwingend wordt voorgeschreven in welke gevallen welke ontslagroute moet worden gevolgd. Verder wordt de ontslagvergoeding omgevormd tot een transitievergoeding. Deze is bedoeld als compensatie voor het ontslag en om de overgang naar nieuw werk te vergemakkelijken. De maximale duur van de WW wordt verkort en de werkloosheidsuitkeringen worden 'activerender' gemaakt voor het aanvaarden van werk.

Kabinet-Rutte II 2012-heden†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Asscher†i

Organisatie sociale zekerheid

Ingediend in

Nummer

Omschrijving

Kabinet

Ingediend door

1986

19545

Wet samenvoeging van de Raden van Arbeid en de Sociale Verzekeringsbank tot ťťn organisatie (Stb. 533). De autonome positie van de Raden van Arbeid vervalt daarmee; zij worden districtskantoren van de SVB. Onder meer door afschaffing van de kinderbijslag voor kinderen van 18 jaar en ouder vermindert de personeelsbehoefte bij de Raden van Arbeid.

Kabinet-Lubbers I 82-86†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1988

20854

Een wet (Stb. 655) tot invoering van een sociaal-fiscaalnummer (sofinummer). Iedereen die belastingplichtig is of verzekerd is voor de sociale verzekeringen krijgt een negencijferig identificatienummer dat wordt gebruikt door de belastingdienst.

Kabinet-Lubbers II 86-89†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1991

22012

Wijziging Wet minimumloon en minimumvakantietoeslag en van een aantal sociale zekerheidswetten, de zogenoemde 'Koppelingswet'. Hiermee worden minimumloon en uitkeringen gekoppeld aan de loonontwikkeling. Afwijking hiervan is mogelijk als sprake is van bovenmatige loonontwikkeling of als het aantal uitkeringsgerechtigden sterk is gegroeid.

Kabinet-Lubbers III 89-94†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Vries†i

1992

23141

Wet tot aanpassing van de uitvoeringsorganisatie sociale verzekeringen (Organisatiewet sociale verzekeringen) (Stb. 790). Hierdoor werden urgente knelpunten in de organisatie opgelost, zoals de gescheiden trajecten en verantwoordelijkheden bij de uitvoering van de Ziektewet, de WAO en de AAW, en voorts kwam er een betere regeling van het toezicht. De fusie van GAK en GMD wettelijk werd vastgelegd, er kwam een College van toezicht sociale verzekeringen (Ctsv) en er werd een Tijdelijk instituut voor coŲrdinatie en afstemming (Tica) ingesteld. Het wetsvoorstel was in 1993 ingediend door staatssecretaris Ter Veld en in 1994 in de Tweede Kamer door staatssecretaris Wallage verdedigd.

Kabinet-Lubbers III 89-94†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Ter Veld†i

1993

23427

Wet medefinanciering aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (Stb. 735). Hierdoor kon er een speciale aanvullende (particuliere) arbeidsongeschiktheidsverzekering tegen een maatschappelijk verantwoorde premie komen voor werknemers met een verhoogd arbeidsongeschiktheidsrisico.

Kabinet-Lubbers III 89-94†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Wallage†i

1994

23909

Wet boeten, maatregelen en terug en invordering sociale zekerheid - nr. 30 1995 schriftelijke antwoorden op vragen over de wijziging van de sociale zekerheidwetten ivm de nadere vaststelling van een stelsel van administratieve sancties

Kabinet-Kok I 94-98†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Melkert†i

1997

25699

Wet maximering premiepercentage AOW en toekomstige financiering van de AOW (Stb. 262). Er wordt een bovengrens aan het premiepercentage AOW van 16,5% van het premieplichtige inkomen vastgesteld. De rest van de financieringsbehoefte wordt aangevuld met rijksbijdragen. Er komt een Spaarfonds AOW.

Kabinet-Kok I 94-98†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Grave†i

2000

27248

Wet beslistermijn sociale zekerheid (Stb. 627). De termijn waarbinnen een uitvoeringsorgaan een beschikking moet geven wordt verkort van dertien naar in principe maximaal acht weken.

Kabinet-Kok II 98-2002†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Hoogervorst†i

2001

27588

Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Stb. 624). Er komen twee landelijke organisaties voor de sociale zekerheid en arbeidsvoorziening, te weten het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) en de Organisatie Centra Werk en Inkomen (CWI). Daardoor komt er ťťn loket voor mensen die op zoek zijn naar werk en voor het aanvragen van een uitkering.

Kabinet-Kok II 98-2002†i

 

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Vermeend†i

2004

29225

Wijziging (Stb. 325) van de Wet sociale werkvoorziening en de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, waardoor de indicatiestelling voor de WSW wordt overgeheveld van de gemeenten naar de Centrale Organisatie Werk en Inkomen (CWI). Het wetsvoorstel was in 2003 ingediend en in 2006 met succes in de Tweede Kamer verdedigd door staatssecretaris Rutte.

Kabinet-Balkenende II 2003-2006†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Rutte†i

2004

29529

Wet financiering sociale verzekeringen (Stb. 36). Daarmee worden heffing en inning van de premies werknemersverzekeringen samengevoegd met de heffing en inning van loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen. De premieheffings- en inningstaak van het UWV wordt overgeheveld naar de Belastingdienst. De administratie door het UWV wordt in belangrijke mate gevuld met gegevens die van de Belastingdienst binnenkomen op de gecombineerde aangifte. UWV gebruikt de gegevens voor het vaststellen van uitkeringen op grond van de WW, de Ziektewet en de WAO. Ook andere instanties, zoals gemeenten, de Sociale Verzekeringsbank en ziekenfondsen, gebruiken deze gegevens. Beide maatregelen leiden tot verlichting van de administratieve lasten en tot verlaging van de uitvoeringskosten.

Kabinet-Balkenende II 2003-2006†i

Kabinet-Balkenende III 2006-2007†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Geus†i

2009

31929

Mensen die een sociale uitkering voor een alleenstaande aanvragen, moeten aantonen dat zij ook echt zelfstandig en alleen wonen. De uitkerende instantie (gemeente, UWV, SVB) mag om een bewijs vragen. Uitkeringsgerechtigden kunnen het bewijs leveren door de instantie een huisbezoek te laten afleggen. Als een alleenstaande niet kan bewijzen dat hij of zij alleen en zelfstandig woont, dan is een lagere uitkering het gevolg.

Kabinet-Balkenende IV 2007-2010†i

 

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Klijnsma†i

AOW/pensioen

Ingediend in

Nummer

Omschrijving

Kabinet

Ingediend door

1979

15900

Nadere wijziging van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, een aantal sociale verzekeringswetten en enige andere wetten (herziening aanpassingsmechanismen en vaststelling regelen hoogte sociaal minimum)

Kabinet-Van Agt I 77-81†i

Minister van Sociale Zaken Albeda†i

1980

16212

Herziening van het wettelijk minimumloon, enige sociale verzekeringsuitkeringen en een aantal andere uitkeringen en pensioenen per 1 juli 1980 en 1 januari 1981

Kabinet-Van Agt I 77-81†i

Minister van Sociale Zaken Albeda†i

1981

17199

Afwijking van de aanpassingsmechanismen bij de herziening van het wettelijk minimumloon, enige sociale verzekeringsuitkeringen en een aantal andere uitkeringen en pensioenen per 1 januari 1982

Kabinet-Van Agt I 77-81†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Den Uyl†i

1982

17468

Tijdelijke bevriezing enige sociale zekerheidsuitkeringen per 1 juli 1982

Kabinet-Lubbers I 82-86†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1983

17941

Het achterwege laten van de herziening van het wettelijk minimumloon, van de uitkeringen krachtens een aantal sociale verzekeringswetten en van een aantal uitkeringen en pensioenen krachtens enige andere wetten per 1 juli 1983

Kabinet-Lubbers I 82-86†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Koning†i

1984

18515

Nadere wijziging AOW, AWW, AKW, AWBZ, AAW ( invoering gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de AOW alsmede aanpassing van de overige volksverzekeringen)

Kabinet-Lubbers I 82-86†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1984

18625

Nadere wijziging van de Algemene Ouderdomswet, de Algemene weduwen en wezenwet en de AWBZ (invoering gelijke behandeling van mannen en vrouwen op het terrein van de premieheffing ingevolge de volksverzekeringen)

Kabinet-Lubbers I 82-86†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1984

18683

Nadere wijziging van de Wet Werkloosheidsvoorziening ( invoering gelijke uitkeringsrechten voor mannen en vrouwen) (wetsvoorstel verworpen)

Kabinet-Lubbers I 82-86†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1984

18687

Het achterwege laten van de herziening van het wettelijk minimumloon, van de uitkeringen krachtens een aantal sociale verzekeringswetten en van een aantal uitkeringen en pensioenen krachtens enige andere wetten per 1 januari 1985 en per 1 juli 1985, alsmede het achterwege laten per 1 juli 1985 van de herziening van de basiskinderbijslagbedragen

Kabinet-Lubbers I 82-86†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Koning†i

1985 en 1986

19257,

19258,

19260,

19261,

19383

Herziening stelsel van sociale zekerheid. Daarbij kwam er een nieuwe Werkloosheidswet die het recht biedt op een uitkering van 70% van het netto minimumloon aan personen die in de laatste 39 weken voor hun werkloosheid in ten minste 26 weken gewerkt hebben. Voor het recht op uitkering moet in de laatste vijf kalenderjaren vůůr werkloosheid, in ten minste vier jaren over ten minste 52 dagen loon zijn ontvangen. Uitkeringsgerechtigden moeten voorkomen dat ze werkloos worden en mogen geen ontslag nemen zonder goede reden. Overtreding van deze regels leidt tot verlies van het recht op de WW-uitkering. Er is een sollicitatieplicht en een plicht tot het aanvaarden van passende arbeid. De uitkering houdt geen rekening met het inkomen van de partner en met het vermogen van de aanvrager. Na afloop van de uitkering kan een beroep worden gedaan op een IOAW- of Bijstandsuitkering. De IOAW is een uitkeringsregeling voor oudere (d.w.z. van 57 jaar en ouder) en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werklozen. De verdiscontering van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid uit de WAO en AAW verdwijnt. Indien men minder verdiende dan het minimumloon voordat men werkloos werd, zal de WW-uitkering lager zijn dan 70% van het netto minimumloon. Een Toeslagenwet voorziet dan in aanvulling op de uitkering tot het relevante sociaal minimum. Op deze wijze wordt in de regel voorkomen dat ondersteuning op grond van de Algemene Bijstandswet (ABW) noodzakelijk wordt. Niet-verdienende partners krijgen een arbeidsplicht.

Kabinet-Lubbers I 82-86†i

 

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1986

19606

Wijziging van een aantal voorstellen van wet in het kader van de herziening van het stelsel van sociale zekerheid

Kabinet-Lubbers II 86-89†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Koning†i

1987

19908

Samenbundeling Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen.

Kabinet-Lubbers II 86-89†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1995

24169

Algemene Nabestaandenwet (ANW) (Stb. 690), die de Algemene Weduwen- en Wezenwet vervangt. Doordat het principe van zelfstandigheid van vrouwen uitgangspunt is, wordt het beroep dat op de regeling kan worden gedaan, beperkt. Tevens vindt er een inkomenstoets plaats.

Kabinet-Kok I 94-98†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Linschoten†i

1996

24772

Wet Preventie en bestrijding van armoede en sociale uitsluiting.Deze wet wijzigt de Algemene Bijstandswet waardoor er een aparte uitkeringsnorm komt voor ouderen met een AOW-uitkering die zijn aangewezen op aanvullende bijstand, en een wettelijk recht op cliŽntenparticipatie, bijstand aan daklozen en een anti-cumulatiebepaling voor verlagingen.

Kabinet-Kok I 94-98†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Melkert†i

1997

25699

Wet maximering premiepercentage AOW en toekomstige financiering van de AOW (Stb. 262) . Er wordt een bovengrens aan het premiepercentage AOW van 16,5% van het premieplichtige inkomen vastgesteld. De rest van de financieringsbehoefte wordt aangevuld met rijksbijdragen. Er komt een Spaarfonds AOW.

Kabinet-Kok I 94-98†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Grave†i

2012

33290

Wet (Stb. 328) verhoging van de AOW- en pensioenrichtleeftijd. De pensioengerechtigde leeftijd wordt verhoogd; in 2013 als eerste stap met ťťn maand en in de jaren daarna in stappen verder tot 66 jaar in 2019, en uiterlijk in 2024 tot 67 jaar. Daarna wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Een overgangsregeling kan de omvang van de inkomensgevolgen beperken voor mensen die weinig mogelijkheden hebben om het verlies te compenseren. In 2014 zal de pensioenleeftijd voor aanvullende pensioenen worden verhoogd naar 67 jaar.

Kabinet-Rutte I 2010-2012†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Kamp†i

Arbeidsongeschiktheid/ziekte

Ingediend in

Nummer

Omschrijving

Kabinet

Ingediend door

1979

15706

Een wet (Stb. 708) tot invoering van gelijke uitkeringsrechten voor mannen en vrouwen in de AAW, WAO en Ziektewet.

Kabinet-Van Agt I 77-81†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken De Graaf†i

1979

15900

Nadere wijziging van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, een aantal sociale verzekeringswetten en enige andere wetten (herziening aanpassingsmechanismen en vaststelling regelen hoogte sociaal minimum)

Kabinet-Van Agt I 77-81†i

Minister van Sociale Zaken Albeda†i

1980

16212

Herziening van het wettelijk minimumloon, enige sociale verzekeringsuitkeringen en een aantal andere uitkeringen en pensioenen per 1 juli 1980 en 1 januari 1981

Kabinet-Van Agt I 77-81†i

Minister van Sociale Zaken Albeda†i

1981

17199

Afwijking van de aanpassingsmechanismen bij de herziening van het wettelijk minimumloon, enige sociale verzekeringsuitkeringen en een aantal andere uitkeringen en pensioenen per 1 januari 1982

Kabinet-Van Agt I 77-81†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Den Uyl†i

1982

17468

Tijdelijke bevriezing enige sociale zekerheidsuitkeringen per 1 juli 1982

Kabinet-Lubbers I 82-86†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1983

17941

Het achterwege laten van de herziening van het wettelijk minimumloon, van de uitkeringen krachtens een aantal sociale verzekeringswetten en van een aantal uitkeringen en pensioenen krachtens enige andere wetten per 1 juli 1983

Kabinet-Lubbers I 82-86†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Koning†i

1984

18515

Nadere wijziging AOW, AWW, AKW, AWBZ, AAW ( invoering gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de aow alsmede aanpassing van de overige volksverzekeringen)

Kabinet-Lubbers I 82-86†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1984

18664

Nadere wijziging van de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Werkloosheidswet en de Wet Werkloosheidsvoorziening en enige daarmee verband houdende wetten (verlaging van uitkeringspercentages)

Kabinet-Lubbers I 82-86†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1984

18687

Het achterwege laten van de herziening van het wettelijk minimumloon, van de uitkeringen krachtens een aantal sociale verzekeringswetten en van een aantal uitkeringen en pensioenen krachtens enige andere wetten per 1 januari 1985 en per 1 juli 1985, alsmede het achterwege laten per 1 juli 1985 van de herziening van de basiskinderbijslagbedragen

Kabinet-Lubbers I 82-86†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Koning†i

1985

19256

Nadere wijziging van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (nadere regeling in verband met verminderde gelegenheid tot het verkrijgen van arbeid)

Kabinet-Lubbers I 82-86†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1985 en 1986

19257,

19258,

19260,

19261,

19383

Herziening stelsel van sociale zekerheid. Daarbij kwam er een nieuwe Werkloosheidswet die het recht biedt op een uitkering van 70% van het netto minimumloon aan personen die in de laatste 39 weken voor hun werkloosheid in ten minste 26 weken gewerkt hebben. Voor het recht op uitkering moet in de laatste vijf kalenderjaren vůůr werkloosheid, in ten minste vier jaren over ten minste 52 dagen loon zijn ontvangen. Uitkeringsgerechtigden moeten voorkomen dat ze werkloos worden en mogen geen ontslag nemen zonder goede reden. Overtreding van deze regels leidt tot verlies van het recht op de WW-uitkering. Er is een sollicitatieplicht en een plicht tot het aanvaarden van passende arbeid. De uitkering houdt geen rekening met het inkomen van de partner en met het vermogen van de aanvrager. Na afloop van de uitkering kan een beroep worden gedaan op een IOAW- of Bijstandsuitkering. De IOAW is een uitkeringsregeling voor oudere (d.w.z. van 57 jaar en ouder) en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werklozen. De verdiscontering van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid uit de WAO en AAW verdwijnt. Indien men minder verdiende dan het minimumloon voordat men werkloos werd, zal de WW-uitkering lager zijn dan 70% van het netto minimumloon. Een Toeslagenwet voorziet dan in aanvulling op de uitkering tot het relevante sociaal-minimum. Op deze wijze wordt in de regel voorkomen dat ondersteuning op grond van de Algemene Bijstandswet (ABW) noodzakelijk wordt. Niet-verdiendende partners krijgen een arbeidsplicht.

Kabinet-Lubbers I 82-86†i

 

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1986

19606

Wijziging van een aantal voorstellen van wet in het kader van de herziening van het stelsel van sociale zekerheid

Kabinet-Lubbers II 86-89†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Koning†i

1986

19735

Premieheffing over uitkeringen op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en wijziging van enkele andere wetten

Kabinet-Lubbers II 86-89†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1987

19908

Samenbundeling Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen.

Kabinet-Lubbers II 86-89†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1988

20890

Wet over de gelijke behandeling van mannen en vrouwen op het terrein van de bovenwettelijke sociale zekerheid. Er kwam een verbod tot direct en indirect onderscheid naar geslacht in de uitoefening van ambt, beroep en bedrijf, alsmede ten aanzien van de pensioenvoorzieningen van werknemers daarvan. Het werd mogelijk regelingen in strijd daarmee onverbindend te verklaren. Hiermee werd uitvoering gegeven aan een EG-richtlijn. Het wetsvoorstel was in 1988 ingediend door staatssecretaris De Graaf.

Kabinet-Lubbers II 86-89†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Koning†i

1991

22228

Wet betreffende het terugdringen van het arbeidsongeschiktheidsvolume (TBA) tot stand. Een werkgever kreeg een bonus van zes maal het bruto-maandsalaris als een arbeidsongeschikte in dienst werd genomen. Als een werknemer arbeidsongeschikt werd, kreeg de werkgever echter een boete (malus). De hoogte daarvan hing af van de aard van de bedrijfstak. De hoogte van de ziektewetpremie werd afhankelijk van de omvang van het ziekteverzuim. De wet werd per 1996 ingetrokken en vervangen door een wet die reÔntegratie bevorderde.

Kabinet-Lubbers III 89-94†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Ter Veld†i

1992

22824

Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen in het Staatsblad (Stb. 412). Deze wet herziet het criterium voor arbeidsongeschiktheid, koppelt het recht op uitkering aan de leeftijd en bevat stimuleringsregelingen voor herintreding. Het wetsvoorstel was ingediend en in de Tweede Kamer verdedigd door staatssecretaris Ter Veld.

Kabinet-Lubbers III 89-94†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Ter Veld†i

1993

23427

Andriessen en Wallage brachten de Wet medefinanciering aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (Stb. 735) tot stand. Hierdoor kon er een speciale aanvullende (particuliere) arbeidsongeschiktheidsverzekering tegen een maatschappelijk verantwoorde premie komen voor werknemers met een verhoogd arbeidsongeschiktheidsrisico.

Kabinet-Lubbers III 89-94†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Wallage†i

1994

23909

Wet boeten, maatregelen en terug en invordering sociale zekerheid - nr. 30 1995 schriftelijke antwoorden op vragen over de wijziging van de sociale zekerheidwetten ivm de nadere vaststelling van een stelsel van administratieve sancties

Kabinet-Kok I 94-98†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Melkert†i

1995

24221

Bracht in 1995 de Wet afschaffing malus en bevordering reÔntegratie van WAO'ers (Wet Amber) (Stb. 560) tot stand. Naast afschaffing van het bonus/malus-systeem in de WAO bevat de wet een pakket maatregelen om reÔntegratie van geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikten te bevorderen. De malus (boete voor werkgevers) werkte contraproductief, omdat werknemers met een risico op arbeidsongeschiktheid daardoor minder snel werden aangenomen. Door loonkostensubsidie moest het in dienst nemen van deels arbeidsongeschikte werknemers worden bevorderd.

Kabinet-Kok I 94-98†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Linschoten†i

1996

24698

Bracht in 1997 de Wet premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (Pemba) (Stb. 175), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (Waz) (Stb. 176) en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) (Stb. 177) tot stand. De Pemba regelt dat de WAO-premie per bedrijf gaat verschillen. De hoogte van de premie wordt gerelateerd aan het aantal werknemers dat vanuit het bedrijf in de WAO terecht komt. Er komt een mogelijkheid voor een vrijwillig eigen risico van vijf jaar voor werkgevers. De Waz voert een aparte arbeidsongeschiktheidsregeling in voor zelfstandigen en meewerkende echtgenoten. De Wajong roept een aparte inkomensdervingsregeling op minimumniveau in het leven voor studeren en jonggehandicapten.

Kabinet-Kok I 94-98†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Linschoten†i

1996

24758

Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen. Verzekering tegen geldelijke gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid en een uitkeringsregeling in verband met bevalling voor zelfstandigen, beroepsbeoefenaren en meewerkende echtgenoten (Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen)

Kabinet-Kok I 94-98†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Linschoten†i

1996

24760

Voorziening tegen geldelijke gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid voor jonggehandicapten (Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten

Kabinet-Kok I 94-98†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Linschoten†i

1998

26063

Wijziging van de Ziektewet en enkele andere wetten in verband met het uitsluiten van het recht op een socialeverzekeringsuitkering bij vrijheidsontneming en het openstellen van socialezekerheidsregelingen in die gevallen waarin de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel buiten een justitiŽle inrichting plaatsvindt (Wet socialezekerheidsrechten gedetineerden)

Kabinet-Kok I 94-98†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Grave†i

2000

27248

Wet beslistermijn sociale zekerheid (Stb. 627). De termijn waarbinnen een uitvoeringsorgaan een beschikking moet geven wordt verkort van dertien naar in principe maximaal acht weken.

Kabinet-Kok II 98-2002†i

 

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Hoogervorst†i

2001

27678

Wet verbetering poortwachter (Stb. 628). Hierdoor moeten betere voorwaarden worden geschapen voor reÔntegratie van (deels) arbeidsongeschikte werknemers. De wet bevat talrijke concrete maatregelen. Ziekmelding wordt vervroegd naar zes weken, de werknemer wordt geÔnformeerd via de Arbodienst, administratieve rompslomp wordt verminderd, er komt een re-integratieverslag, de werknemer moet zelf de WAO-uitkeringen aanvragen, het moment van WAO-beoordeling wordt geflexibiliseerd en die beoordeling kan desgewenst worden uitgesteld en er komen sancties als onvoldoende wordt meegewerkt aan reÔntegratie.

Kabinet-Kok II 98-2002†i

 

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Hoogervorst†i

2001

27686

Bracht in 2001 een wijziging (Stb. 695) van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen tot stand over de zelfstandigheidsverklaring. Door invoering van een zelfstandigenverklaring krijgen zelfstandigen zonder personeel (ZZP'ers) en hun opdrachtgevers meer rechtszekerheid over de verzekeringsplicht van hun arbeidsrelatie. Aan deze zekerheid is steeds grotere behoefte ontstaan door de toegenomen diversiteit aan arbeidsrelaties en vormen van zelfstandig ondernemerschap.

Kabinet-Kok II 98-2002†i

 

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Hoogervorst†i

2001

28159

Bracht in 2002 de Wet instroomcijfers WAO in het Staatsblad (Stb. 467) tot stand. De wet verplicht het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om jaarlijks het WAO-instroompercentage per (grote) werkgever openbaar te maken. Het wetsvoorstel was in 2001 ingediend en in 2002 in de Tweede Kamer verdedigd door staatssecretaris Hoogervorst.

Kabinet-Kok II 98-2002†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Hoogervorst†i

2005

30034

Bracht in 2005 de Wet Werk en Inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) (Stb. 572) ter vervanging van de WAO tot stand. De wet stelt arbeidsgeschiktheid in plaats van arbeidsongeschiktheid voorop en voorziet in instrumenten die de reÔntegratie van mensen in het arbeidsproces mogelijk moeten maken en in financiŽle prikkels voor zowel werkgevers als werknemers om die reÔntegratie aantrekkelijk te maken. Er wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid en anderzijds duurzame en volledige arbeidsongeschiktheid.

Kabinet-Balkenende II 2003-2006†i

 

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Geus†i

2011

32878

Bracht in 2012 de Wet woonlandbeginsel (Stb. 198) in de sociale zekerheid tot stand. De hoogte van de uitkering op grond van de Algemene kinderbijslagwet (AKW), de Algemene nabestaandenwet (ANW), de Wet op het kindgebonden budget (WKB) en de Wet werk en inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) voor landen buiten de EU wordt gerelateerd aan het kostenniveau van het land waar de belanghebbende of het kind woont.

Kabinet-Rutte I 2010-2012†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Kamp†i

2012

33241

Bracht in 2012 de Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters (Stb. 464) tot stand. Deze wet regelt dat werkgevers voortaan een hogere premie betalen als meer mensen met een tijdelijk dienstverband in de Ziektewet of WIA komen. De hoogte en duur van de Ziektewetuitkering worden afhankelijk van het aantal jaren dat iemand heeft gewerkt. Uitzendsector en UWV gaan beter samenwerken om zieke uitzendkrachten sneller aan het werk te helpen.

Kabinet-Rutte I 2010-2012†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Kamp†i

2013

33818

Bracht in 2014 de Wet werk en zekerheid (Stb. 216) tot stand. Deze wet regelt nader de positie van flexwerkers, het ontslagrecht en de werkloosheidsregelingen. De rechtspositie van flexwerkers wordt verbeterd door een aantal maatregelen die het oneigenlijk en langdurig gebruik van flexibele arbeidsrelaties moeten ontmoedigen. Werkgevers moeten er sneller toe overgaan werknemers met een tijdelijk arbeidscontract in vaste dienst te nemen. De bestaande ontslagroutes via het Uitvoeringsinstituut werk en inkomen (UWV) en de kantonrechter blijven in stand, maar dwingend wordt voorgeschreven in welke gevallen welke ontslagroute moet worden gevolgd. Verder wordt de ontslagvergoeding omgevormd tot een transitievergoeding. Deze is bedoeld als compensatie voor het ontslag en om de overgang naar nieuw werk te vergemakkelijken. De maximale duur van de WW wordt verkort en de werkloosheidsuitkeringen worden 'activerender' gemaakt voor het aanvaarden van werk.

Kabinet-Rutte II 2012-heden†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Asscher†i

Nota's e.d.

Ingediend in

Nummer

Titel

Kabinet

Ingediend door

1976

13951

Matiging van de groei van de sociale voorzieningen 1977-1980

Kabinet-Den Uyl 73-77†i

Minister-president Den Uyl†i

1978

15081

Nota Hoofdlijnen van het financiŽle en sociaal-economische beleid voor de middellange termijn (Bestek '81)

Kabinet-Van Agt I 77-81†i

Minister-president Van Agt†i

1979

15594

Organisatie van de beheersing van de sociale zekerheid

Kabinet-Van Agt I 77-81†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken De Graaf†i

1979

15650

Volumebeleid

Kabinet-Van Agt I 77-81†i

Minister van Sociale Zaken Albeda†i

1979

15835

Gelijke behandeling voor de loon- en inkomstenbelasting van de werkende vrouw en haar man, en van deelgenoten aan vormen van samenleven en samenwonen

Kabinet-Van Agt I 77-81†i

Staatssecretaris van FinanciŽn Nooteboom†i

1982

17475

Herziening van het stelsel van sociale zekerheid

Kabinet-Van Agt III 1982†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1983

18192

Echte-minimabeleid

Kabinet-Lubbers I 82-86†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Koning†i

1984

18942

Ontwikkelingen betreffende plaats, functie en inhoud van de Algemene Bijstandswet

Kabinet-Lubbers I 82-86†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Graaf†i

1995

22187

Ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid

Kabinet-Kok I 94-98†i

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid a.i., Ritzen†i

1996

25024

Ontwikkelingen ten aanzien van de nieuwe wetgeving ZW en AAW/WAO

Kabinet-Kok I 94-98†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Grave†i

1998

25641 nr.9

Harmonisatie van leefvormbepalingen in de sociale verzekeringen

Kabinet-Kok I 94-98†i

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Grave†i

Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.