Brief van De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid - De aanpassing van de uitvoeringsorganisatie sociale verzekeringen

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Nr. 266g

23141

De aanpassing van de uitvoeringsorganisatie sociale verzekeringen BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal 's-Gravenhage, 9 september 1994

In de procedurevergadering van 6 september jl. heeft uw commissie besloten a.s. dinsdag 13 september met mij te willen discussiëren over de verdere behandeling van het wetsvoorstel aanpassing uitvoeringsorganisatie sociale verzekeringen, de nOsv (Eerste Kamer, 1993-1994, 23141, nr. 266). Gelet daarop bericht ik u het volgende.

Voor het zomerreces besloot uw commissie de behandeling van het wetsvoorstel uit te stellen omdat er op dat moment nog veel onduidelijkheden waren over de mogelijke toekomstige veranderingen in de uitvoeringsorganisatie (SER-advies, WRR-rapport, mogelijke inhoud van het regeerakkoord).

De inhoud van het regeerakkoord staat inmiddels vast. Het bevat een aantal voornemens met betrekking tot de uitvoeringsorganisatie sociale verzekeringen, waarbij verwezen wordt naar de inhoud van het SER-advies en het WRR-rapport. Deze voornemens' zijn aangekondigd als een «nieuwe totaalconstellatie» in aanvulling op de reeds voorgestelde wijzigingen van de Organisatiewet Sociale Verzekering (nOsv). Deze voornemens vormen verdergaande stappen op de weg die met de nOsv is ingeslagen. In het regeerakkoord wordt de nOsv dan ook nadrukkelijk als uitgangspunt beschouwd.

Ten behoeve van ons overleg van a.s. dinsdag breng ik nu reeds onder uw aandacht dat ik het zeer wenselijk acht dat het wetsvoorstel nOsv, zoals dat er ligt, zo spoedig mogelijk wordt afgehandeld. Het wetsvoorstel heeft met name betrekking op de uitvoeringsorganisatie aan de top, terwijl de verdergaande voorstellen uit het regeerakkoord vooral de uitvoering aan de voet betreffen. Met de invoering van de nOsv wordt de noodzakelijke basis gelegd voor de verdere wijzigingen die uit het regeerakkoord voortvloeien. In de afgelopen jaren is bij herhaling gebleken dat de huidige uitvoeringsorganisatie onvoldoende is toegerust voor een goede uitvoering van de sociale verzekeringen. Invoering van 4U135F ISSN 0921 -7363 Sdu Uitgeverij Plantijnstraat 's-Gravenhage 1994 het wetsvoorstel nOsv is noodzakelijk om een stabiele situatie in de uitvoering te bereiken die een verdere, verantwoorde reorganisatie van de uitvoering mogelijk maakt.

Overigens is ook in het wetsvoorstel nOsv ruimte gecreëerd, die een bezinning over de toekomstige vormgeving van de uitvoeringsorganisatie mogelijk maakt. Het gaat dan met name om de beëindiging van rechtswege van het bestaan van het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming (Tica) per 1 januari 1997.

Invoering van het wetsvoorstel op korte termijn is noodzakelijk om beheersing van de uitvoeringskosten mogelijk te maken, om een onafhankelijk toezicht tot stand te brengen, om een belangrijke stimulans te geven aan de samenwerking tussen de verschillende uitvoeringsinstanties en de Regionale Besturen voor de Arbeidsvoorziening (RBA's) en om geïntegreerde gevalsbehandeling te realiseren.

Ten slotte wil ik er nog op wijzen dat in de uitvoeringsorganisatie sociale verzekeringen circa 30000mensen werkzaam zijn. Niet in de laatste plaats voor deze mensen is het noodzakelijk dat er op korte termijn duidelijkheid ontstaat.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, R. L. O. Linschoten

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.