Motie van de heer Franssen C.S. - Nadere wijziging van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Ziektewet (invoering gelijke uitkeringsrechten voor mannen en vrouwen)

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

MOTIE VAN DE HEER FRANSSEN CS.

Voorgesteld 19 december 1979

De Kamer,

gehoord de beraadslagingen, constaterende, dat in Nederland woonachtige echtgenotes van in het buitenland werkzame mannen (waaronder pendelaars) geen rechten aan de AAW kunnen ontlenen;

dat dit geldt zowel voor inkomensderving bij langdurig blijvende arbeidsongeschiktheid vanuit Nederlandse loondienst alsook voor de verstrekkingen en voorzieningen ten behoeve van bedoelde gehuwde vrouwen;

overwegende dat de uitsluiting van de echtgenote op grond van het in het buitenland werkzaam zijn van de echtgenoot in strijd is met de verzelfstanding van de vrouw;

overwegende dat de bedoelde mannen veelal op grond van de slechte werkgelegenheidssituatie in eigen land op buitenlandse arbeid zijn aangewezen; overwegende dat die mannen daarmede de binnenlandse arbeidsmarkt en de nationale sociale fondsen ontlasten;

overwegende dat uitsluiting van de echtgenotes van pendelaars ernstige nadelen voor de betrokkenen kan hebben;

dringt er bij de Regering op aan bij de nadere studie inzake de gelijkberechtiging van mannen en vrouwen in de sociale verzekeringswetten op korte termijn aandacht te schenken aan de verzelfstandiging van de rechten ingevolge de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet van bedoelde gehuwde vrouwen en de gesignaleerde rechtsongelijkheid zo spoedig mogelijk teniet te doen.

Franssen Van Dalen Van der Werff-Terpstra Horbach Kreutzkamp-Schotel Eerste Kamer, zitting 1979-1980, 15706, nr. 38a

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.